23 augustus 2026

You Won't Get Free of It


Verhalen van moeders en dochters. Dat is de ondertitel van het boek. Misschien zijn het ook verhalen over verhalen. Hoe verhalen ons uit balans brengen. Hoe we voor onszelf verhalen maken die ons beschermen tegen een te ingewikkelde werkelijkheid. Zonder de verhalen lijken sommige mensen misschien raar, gekwetst in hun geestelijke gezondheid. Met de verhalen erbij kun je ook andere lijnen zien. En misschien ook verschillende perspectieven. Het indrukwekkende en aangrijpende You Won’t Get Free of It (vertaald als: Onverbreekbaar) van de Amerikaanse Rachel Aviv kruipt onder je huid. Afzonderlijke teksten krijgen tijdens het lezen een onderling verband. En dat zijn perspectieven van moeders en dochters.

Het boek bevat zes essays die eerder al waren verschenen in de New Yorker, waar Aviv een ‘staff writer’ is. Aan die zes teksten is een speciale inleiding toegevoegd waarin Aviv vertelt over haar eigen relatie met haar moeder. Die inleiding voegt echt iets toe aan het geheel. Je begrijpt iets beter waarom de auteur die onderwerpen heeft gekozen voor haar reportages. En het zorgt ook voor een soort universele laag over dynamieken tussen moeders en dochters en de verhalen die daarbij een rol spelen om werkelijkheden te vatten of te ordenen. Aviv vertelt hoe ze de zes oorspronkelijke stukken opnieuw is gaan lezen en bewerken, wat ze normaal nooit doet na publicatie. In een aantal gevallen kon ze nieuwe elementen toevoegen over wat er met de personen die ze beschrijft is gebeurd. En ze merkt ook dat haar eigen perspectief is veranderd nu ze zelf een moeder is. De stukken waren vooral geschreven met een onderliggend perspectief van een dochter. In haar eigen ervaring is er nu een perspectief bij gekomen. Ze merkt dat ze sommige vragen niet stelde of sommige antwoorden niet oppikte, hoewel die misschien wel heel relevante sleutelelementen bevatten. Aviv zegt dat ze houdt van verhalen met een instabiel perspectief. En alles wat te maken heeft met de complexe dynamiek tussen moeders en dochters valt zeker in dat kader.

In het eerste verhaal gaat het over een jonge vrouw die af en toe een ‘dissociatieve fugue’ krijgt. (In de verschillende essays gaat het vaak over vormen van dissociatie.) Ineens lijkt ze dan in een andere werkelijkheid te leven, is ze alles van haar (normale) leven vergeten. Na een tijd komt ze terug, en stapt ze weer in het leven zoals dat er was voor ze verdween. De geschiedenis van haar ouders levert enkele belangrijke inzichten die kunnen verklaren wat er met haar gebeurd is.

Daarna komt er het verhaal van de bekende professor Elizabeth Loftus. Zij was jarenlang een toonaangevende stem in de psychologische wetenschap, met haar onderzoek naar het geheugen. Ze legde er veel nadruk op dat herinneringen reconstructies zijn, een bewegende en levende realiteit. Ze getuigde vaak in processen ter verdediging van mensen zoals Harvey Weinstein of Michael Jackson, om beschuldigingen tegen die beklaagden te ontkrachten. Ze bleef al die jaren met grote stelligheid op haar positie. Maar ook hier werpt haar eigen geschiedenis van de relatie met haar moeder een nieuw licht op wat ze al die tijd gedaan heeft.

Het volgende verhaal gaat over een vrouw die na haar ontslag uit een psychiatrische kliniek verdween en maanden overleefde in een leegstaande woning. Ze had altijd ontkend dat ze een psychisch probleem had (bipolariteit), wilde niet in de categorieën passen. Ze trok zich terug in haar eigen verhaal.

Daarna komt er een verhaal dat een wat ander onderwerp heeft als de andere. Het gaat over een vrouw die vanuit de Filipijnen vertrekt om te gaan werken als nanny in de VS om zo geld te kunnen opsturen naar haar grote gezin. Het verhaal laat op schrijnende wijze zien hoe vervreemdend de complexe rollen door die ene persoon heen bewegen. Haar eigen kinderen zijn ver weg en de kinderen voor wie ze zorgt lijken soms zo ongeveer haar kinderen te zijn geworden.

Dan komt er een fascinerend verhaal over een vrouw die jarenlang lijkt te verdwijnen in wat men schizofrenie noemde. Op een bepaald moment komt er, als gevolg van een kankerdiagnose, onverwacht een vrij drastische verandering in haar toestand. Ze krijgt als het ware een tweede leven, maar dat is meteen ook verheugend en verwarrend voor haar kinderen die nu ineens dezelfde en ook andere moeder hebben.

Het laatste stuk in het boek, met dezelfde titel als het hele boek, is het langste en ook meest indrukwekkende. Het gaat over de wereldberoemde Alice Munro, die erg bekend werd met haar korte verhalen. Na de scheiding van haar eerste man, de vader van haar drie dochters, gaat ze samenwonen met een andere man. Tijdens een zomervakantie is er een ernstig geval van seksueel grensoverschrijdend gedrag van die man ten aanzien van de jongste dochter van Munro. Wanneer het verhaal uitkomt, zal Munro uiteindelijk terugkeren naar die man en nog vele jaren met hem doorbrengen. De jongste dochter verbreekt het contact met haar moeder en uiteindelijk ook met haar twee zussen. Munro duwt het verhaal van haar dochter weg maar  blijkt dan wel elementen van wat er gebeurde te gebruiken in haar literaire verhalen, wat het trauma voor de dochter enkel nog vergroot. Wanneer het verhaal publiek wordt, duurt het nog een hele tijd eer het wordt opgepikt. Met een grote nauwkeurigheid reconstrueert Aviv het verschrikkelijke verhaal, waarbij heel wat stemmen aan bod komen. De subtiele mechanismen van het overleven in een verhaal dat moet voorkomen dat de dysfunctionele relatiestructuur implodeert komen zeer indringend in beeld, en kruipen onder je huid. De manier waarop de ‘grote Alice Munro’ het niet aankan om volwaardig voor haar eigen dochter te kiezen maar wel het onderdrukte verhaal gebruikt om haar literaire status overeind te houden maakt je lichaam koud bij het lezen. Andrea, de dochter, betaalt een grote prijs. De drie dochters moeten elkaar ook terug vinden, waarbij iets van wat de moeder naliet deels kan hersteld worden. Maar iets gaat niet over.

You Won’t Get Free of It is een boek dat fascineert en ook hard binnenkomt. Rachel Aviv schrijft schitterend. Met grote precisie en empathie beschrijft ze de merkwaardige verhalen van echte mensen die bewegen in een ingewikkelde wereld. Soms maak je voor jezelf een verhaal om de innerlijke spanning te overleven van wat je meekreeg van je ouders. Soms maak je keuzes die anderen uitsluiten, om zo zelf je eigen identiteit overeind te houden. Soms beweeg je in en uit categorieën van wat men ‘normaal’ noemt. En net de dynamiek van de heel complexe relaties tussen moeders en dochters is een sleutel bij het begrijpen (of niet begrijpen) van die soms heftige verhalen. Aviv laat de perspectieven bewegen en laat lagen zien die maken dat wat in eerste instantie ‘raar’ lijkt misschien wel heel logisch zou kunnen zijn. Verhalen zijn manieren om met pijn om te gaan. Ze kunnen je, bewust of onbewust, beschermen en ze kunnen een eigen werkelijkheid vormen. Het zorgt ervoor dat moeders en dochters telkens opnieuw een positie moeten innemen. Een heel bijzonder boek.

22 augustus 2026

Leegmaken en herbeginnen


De laatste week begint. Het mag, denk je. (Het is een ander drijven.)

Je krijgt bijzonder bezoek. Ze heeft iets lekkers bij zich. De kleine (en eigenlijk al grote) jongen beweegt in verwondering, in aanwezigheid. Het gesprek ontroert je diep. (Er is een plek, ze mag er zijn.)

Het ritme van de dag. (Je denkt aan verhalen.)

En nog een mooi bezoek. Je bent blij dat ze er is, ze zijn terug uit vakantie. (Waardoor je eigen plek weer verandert, anders ademt.) Je probeert iets te zeggen, het lukt een beetje.

Een andere dag. Regen.

(Toch maar niet met de fiets straks naar je afspraak.)

De trein en de bus. Ondertussen blijft de regen toch een beetje weg, maar het mag.

Net voor het weggetje naar hun huis. Een klein stukje fietspad is rood. Alsof er een eilandje is, een moment van luxe of zo. (Misschien heeft het iets met verlangen te maken, iets dat je zou kunnen vermoeden.)

Je kijkt naar de verhalen. (Je leert iets over ansjovis.) Je ziet iets over werelden, je leert iets over ouder worden. Je bent blij dat je even daar kon zijn.

Terug in de stad, bijna thuis. Je ziet hoe het kleine meisje op de brug met veel gebaren iets staat uit te leggen aan haar papa en mama. Wanneer je er voorbij komt, hoor je hoe ze aan het vertellen is dat er daar (in de Dijle) een superdolfijn woont. De papa knikt een beetje aarzelend.

Een nieuwe dag. Het huis verwelkomt de koelte, maar geeft zich nog niet snel over.

Op weg naar die andere stad voor je afspraak. Je hebt nog iets meegenomen voor haar, uit de boekhandel, zoals steeds. Jullie kennen elkaar al zo lang, ondertussen. Het voelt nog altijd bijzonder.

Regen, op weg naar haar. (Ja dus, die regenjas houdt echt geen water meer tegen, het moment is daar, stilaan.)

Een trage middag. (Terwijl zij ook wacht op nieuws.) Je houdt van dit ritme, denk je. Hoe iets zich telkens weer terugvindt. (Ze krijgt goed nieuws, je bent blij voor haar.)

In de trein terug nog een onverwachte ontmoeting.

Een volgende dag. Voor je naar de actie gaat, nog even langs bij de collega’s. Je bent blij hen te zien. Je vraagt ook hun advies over een nieuwe regenjas, misschien. (Het mag blijkbaar, na meer dan vijftien jaar.)

De actie van de Grootouders. Je ben blij daar te zijn. Enkele mooie gesprekken. Je loopt wat rond, kijkt naar de gezichten. (Ben jij ook al de hele zomer kwaad? Ben jij ook een dystopische fundi?)

In de namiddag, dapper, naar de winkel voor een nieuwe regenjas. Hij wordt besteld.

En dan nog even naar de boekhandel. Toch maar dat ene boek dat je al enkele keren hebt aangeraakt. (Het zal ook iets voor je zus zijn, denk je.) Het boek dat je besteld had, is ook aangekomen.

Een haperende nacht.

De ochtend aarzelt een beetje.

Je zoekt dingen bij elkaar, alsof je aan de vrijdagtekst bezig bent.

De videovergadering. Voorbereiding voor binnen een maand. (Sommige mensen hebben driemaal zoveel tijd nodig om hun punt te maken.)

Je schrijft een klein tekstje over de dystopische fundi die je bent, blijkbaar. (Dagelijkse oefening in doseren. En drijven.)

Je begint in het nieuwe boek. Iets over moeders en dochters. (En de pijn van het zijn, en littekens.) Het raakt een plek. (Iets aarzelt even.)

Een stillere nacht.

Een gesprekje in de winkel.

Koffie met je maatje. Je bent zo blij dat hij weer terug is. (Alsof je zelf ook meer thuis bent.) Je probeert iets te zeggen, het lukt bijna.

De vrouw die rustig voorbij loopt tussen de kraampjes, haar kind aan de borst. (Het maakt je altijd gelukkig.)

Je leest verder in het boek. Het raakt je erg. En dan ben je bij het laatste stuk, ook het langste, zie je. De dochter die misbruikt werd door haar stiefvader. De dochter van de bekende schrijfster van de korte verhalen. (Je las veel van haar, je zag haar ooit in het echt.) Het kruipt onder je huid, je lichaam wordt koud. (Je ziet iets, je begrijpt iets.) Het is even goed geweest, je houdt de laatste bladzijden voor de volgende dag. (Alles beweegt nog in je lichaam.)

(Je begrijpt iets, ziet iets. Over een verlangen naar helemaal leegmaken. Iets uit je lichaam weg laten sijpelen, en helemaal herbeginnen. Traag, vanuit het niets, vanuit niets moeten zijn, niets moeten zijn van of voor iemand.)

20 augustus 2026

The Beginning Comes After the End


Misschien is hoop een manier van kijken. Misschien is hoop een discipline. Misschien is hoop op weg gaan naar ergens voorbij de monsters, ook al weet je niet zeker wat de weg is, weet je niet zeker waar je zult aankomen. Onderweg zijn is het antwoord. Ook in deze wankele tijden. Dat zou wel eens een van de centrale lijnen kunnen zijn in het werk van Rebecca Solnit. Haar nieuwe boek The Beginning Comes After the End (vertaald als Het begin volgt op het einde) is opnieuw een uitnodiging om te blijven kijken naar een veranderende wereld en niet toe te geven aan een (soms begrijpelijk) gevoel van machteloosheid.

Het boek is eigenlijk een lang essay, verdeeld in negen hoofdstukken. Elk hoofdstuk bouwt een beetje verder op het vorige en neemt elementen mee. De titel verwijst naar een citaat van Antonio Gramsci, in het boek vertaald als: “The old world is dying. The new one is slow in appearing. In this light and shadow, monsters arise.” Solnit gaat met die gedachte aan de slag doorheen het hele boek. Als je gewoon elke dag naar het journaal kijkt en de kranten leest, denk je misschien al snel dat alles hopeloos is, dat het te laat is voor zinvolle actie, dat de krachten van de duisternis aan de winnende hand zijn. Misschien is dat zo, misschien niet. Misschien hoef je het antwoord op die vraag helemaal niet te weten om te handelen.

Hoop in donkere tijden heeft te maken met niet weten. Het staat niet gelijk aan optimisme, dat ervan uitgaat dat je weet waar je uit zult komen. Hoop heeft te maken met het gevoel dat het zinvol is om te handelen, ook al weet je niet of het uiteindelijk zal lukken. Het is een centrale gedachte in het werk van Solnit, dat we ervan uit moeten gaan dat de toekomst open is, en dus – binnen een aantal marges – nog verschillende kanten uit kan.

Solnit nodigt ons in dit essay uit om, ook al voelen we ons misschien moe door de dagelijkse gruwel, te kijken naar wat er de voorbije tientallen jaren ten goede is veranderd. Ze vertelt hoe ze er zelf van schrok hoe snel, in de naoorlogse periode, dingen zijn veranderd waarvan men op dat moment dacht dat ze nooit of maar heel moeilijk zouden veranderen. Ze geeft heel wat voorbeelden over bv. de plaats van de inheemse volkeren in de Verenigde Staten, hernieuwbare energie, diversiteit op het vlak van gender, burgerrechten, … In die voorbeelden verweeft ze een basisgedachte dat een beetje het kernconcept uit dit essay is, met name het belang van onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid. De dingen en het leven in alle vormen functioneren in een web, in samenhang, en niet in isolement of afscheiding. Verandering komt door samenwerking, door besef van verbondenheid met anderen. Die inzichten zijn ook gegroeid in de wetenschappelijk kijk op de ruime natuur. Het hele idee van ‘struggle of the fittest’ klopt gewoon niet. En de afgeleide ideologische vertaling naar een mensbeeld van competitie, waarbij mensen afgescheiden zijn van de rest van de natuur, klopt al evenmin met de werkelijkheid.

Na die heel lange lijst van voorbeelden van positieve maatschappelijke verandering denk je als lezer natuurlijk al snel dat we in de wereld van vandaag toch ook veel voorbeelden van de duistere krachten zien. Opkomend fascisme, een gevaarlijke zieke gek als president van de VS, georganiseerde aanvallen op alles wat progressief is, achteruitgang op het vlak van de rechten van mensen die niet in binaire schema’s van man/vrouw passen, … Solnit gaat die beangstigende ontwikkelingen zeker niet uit de weg. Ze brengt ze samen in één hoofdstuk. En daarmee wil ze laten zien dat je die ontwikkelingen veeleer als een stuiptrekking van het oude kunt zien dan als een begin van iets nieuws. Terwijl de oude wereld sterft, weten we nog niet welk begin er op een einde zal volgen. Maar er zijn wel al veel dingen die begonnen zijn en de deur openlaten naar een betere weg. De negatieve ontwikkelingen verbindt Solnit met een visie die net die interdependentie desnoods met geweld wil ontkennen. Het hele idee van (extreem)rechts dat je van boven, door de grote leider, lineair de loop van de dingen kunt aansturen en de overtuiging dat dat wenselijk zou zijn, gaat in tegen de diepere aard van de werkelijkheid. Het miskent ook de mogelijkheden van verandering die rusten in een ecosysteemvisie. Die interpretatie maakt de oranje man uit de VS niet minder problematisch, het helpt je wel om met meer afstand naar de dingen te kijken, en je niet te laten verleiden tot een soort schermblindheid die ertoe leidt dat je je alleen maar machteloos kunt voelen.

Solnit geeft de lezer geen uitgewerkte strategie, en dat maakt haar teksten net heel sterk. Ze wil een manier van kijken aanbieden die een instrument kan zijn voor een activisme dat met energie wil handelen in onzekerheid. In dat alles voel je ook een boeddhistische inspiratie die niet zozeer leidt tot een zich terugtrekken uit de wereld maar integendeel een bron is om het lijden van anderen aan te pakken. Je voelt enerzijds de sterke overtuiging van Solnit om te blijven handelen in een wereld waarin je soms alleen maar de monsters ziet. Maar anderzijds voel je ook hoe het een zoekende overtuiging is. Om ervan overtuigd te blijven dat de toekomst fundamenteel open is, heb je nood aan een soort grondhouding die je geen zekerheid zal geven. Een richting kiezen, vertrekken, en op weg gaan, meer kunnen we niet weten, en meer hebben we niet nodig om te blijven handelen.

Aan het einde van het boek is er een mooi citaat van Joanna Macy, die het in haar werk had over actieve hoop. Solnit voegt enkele dingen toe aan het citaat, en daarin vat ze een beetje samen waar dit essay over gaat. “(Macy) had said in an interview: ‘There’s a song that wants to sing itself through us, and we’ve just got to be available. Maybe the song that is to be sung through us is the most beautiful requiem for an irreplaceable planet or maybe it’s a song of joyous rebirth as we create a new culture that doesn’t destroy its world.’ We’re deciding what it is by what we sing, by what alliances we make, actions we take, possibilities we act on, bridges and refuges we build. And what we dismantle because it does not serve the broader us and we.”

Het mooie van de teksten van Solnit is dat ze je altijd weer een beetje terug bij de les brengen. Op een rustige, onderbouwde, maar nooit ‘softe’ manier geeft ze inzichten waar je iets mee kunt doen. Pasklare oplossingen krijg je niet, maar dat hoeft ook niet. Ze analyseert scherp wat er fout gaat en heeft weinig geduld met vermoeiende en gevaarlijke mannen die ons uit angst terug willen brengen naar een verleden waarin zij dachten te mogen domineren. En ze helpt om in het wankele tussengebied tussen het oude en het nieuwe, waar de monsters brullen, geduldig te kijken naar vormen van begin die zich al laten vermoeden. Hoop krijg je niet, hoop ben je, in hoe je iets durft doen met die vermoedens.

16 augustus 2026

Think Like a Forest


Het zijn vragen die voor velen van ons verscheurend kunnen zijn. Hoe breng je je kinderen groot in een wereld die elke dag meer wordt geconfronteerd met de aan de gang zijnde klimaatontwrichting? Wat zeg je tegen je kinderen? Hoe kun je een goede vader of moeder zijn, je kind beschermen, en tegelijk eerlijk zijn over de staat van de wereld? Hoe kun je je kinderen leren om weerbaar te zijn zodat ze zo goed mogelijk hun weg kunnen vinden in de tijden die komen?

Ben Rawlence maakte er een heel oprecht, hartverwarmend en ontroerend boek over, Think Like a Forest, dat de klimaatcrisis niet verbloemt of minimaliseert. Hij schreef kinderen naar zijn twee dochters. Hij begon eraan net voor zijn eerste dochter geboren werd, en bleef nog twaalf jaar schrijven. Ondertussen startte hij zelf, in Wales, met een instituut waar mensen opleidingen kunnen volgen om hun weerbaarheid te versterken in een toekomst die niet eenvoudig zal zijn.

In de brieven spreekt hij als jonge vader in eerste instantie eigenlijk ook tegen zichzelf. Ze zijn een ingedikte weergave van zijn eigen zoektocht naar een zinvolle grondhouding in een wereld die op de rand van een ecologische ineenstorting staat. Is het net wel of net niet een goed idee om kinderen in deze wereld te brengen? En als ze er zijn, hoe kunnen we dan goede ouders zijn? Het komt allemaal aan bod.

Naarmate de twee meisjes opgroeien worden de brieven – die ze officieel maar zullen mogen lezen wanneer ze volwassen zijn – steeds meer een dialoog. In elke brief gaat het over een bepaalde kwestie of vraag. De ervaringen van de kinderen die hun weg zoeken in het leven veranderen de inzichten van de vader. Het verandert ook zijn gevoel van verantwoordelijkheid.

De kinderen kunnen opgroeien in een natuurrijke omgeving die ook nog eens de drager is van oude verhalen en geschiedenissen. Soms moet je als vader of moeder gewoon kijken. De jonge meiden hebben op hun manier een heel vanzelfsprekende band met de rest van de natuur om hen heen, waar ze zichzelf een deel van voelen. Daarmee hebben ze ook een van dé sleutelelementen om te komen tot een andere meer toekomstgerichte grondhouding.

Het blijft altijd een moeilijke afweging. Wat vertel ik wel, en wat vertel ik niet? De auteur kiest ervoor om eerlijk te zijn, maar op een manier waarbij hij telkens ook vanuit zijn kinderen probeert te denken. Zij weten heel erg goed in welke wereld ze zijn terechtgekomen. Ze willen dat hij eerlijk is. En tegelijk is dit alles maar een deel van al die andere dingen die horen bij de kindertijd. Het is heel moeilijk om te voelen hoe alles op een rustige manier beweegt.

Je merkt dat er nog hard is gewerkt aan de brieven, om ze in een mooi evenwicht te krijgen en ook aantrekkelijk te maken voor andere lezers. Je merkt goed hoe Lawrence heel erg waakt over de toon van wat hij schrijft. Bij dat alles werkte hij ook samen met een bekende Britse klimaatpsychologe. Maar het didactische ligt er nooit te dicht op, het zijn reflecties gericht aan zijn dochters.

Het is heel erg mooi hoe inzichten groeien bij de schrijvende vader. Uit zijn eigen overtuiging, en uit wat hij bij kinderen ziet, wil hij meegeven dat het belangrijk is om te leren denken als een bos, vanuit samenhang met al het andere dat leeft. En ruimer, naar de maatschappij toe, voelt hij hoe belangrijk het is dat we terug leren kijken naar de wereld door de ogen van een kind.

Het is ontroerend hoe deze vader probeert zijn rol in te vullen vanuit een ‘leven in waarheid’. Hij wil geen illusies meegeven aan zijn dochter, hoezeer het hem ook verdrietig en soms machteloos maakt. In zijn zoektocht zie je de confrontatie met het grote verlies dat we als mensheid organiseren en de vraag hoe je je daar tegenover moet verhouden. Het is een combinatie van eerlijk kijken naar het nu om daarin te kunnen leven en handelen, en tegelijk de wereld van morgen voorbereiden, niet vanuit de logica die ons in de huidige noodtoestand heeft gebracht. Het is interessant hoe Rawlence daarbij regelmatig verwijst naar zijn ervaringen in de humanitaire sector in Afrika. Een van de dingen die hij daar leerde is dat aanvaarding van (de ernst van) het heden een voorwaarde is voor hoop. Dat impliceert ook onder ogen zien wat het kan betekenen dat maatschappelijke structuren zoals we die kenden in elkaar kunnen klappen.

Think Like a Forest is een boek dat een heel zachte en eerlijke menselijkheid uitstraalt. Het kan voor velen een inspiratie zijn om een weg te vinden in turbulente tijden. Het boek gaat de moeilijke vragen niet uit de weg, maar geeft ze een plaats in een ontroerend gesprek tussen een vader en zijn dochters. En zoals zo vaak hebben we als ouders soms vooral veel te leren van onze kinderen. Misschien is het vooral belangrijk dat we onze kinderen niet in de steek laten, nooit in de steek laten, in de tijd die komt. Laten we naast hen zitten en kijken naar alles wat is.

Naar het einde van het boek merk je – we zijn ondertussen in 2025 – hoezeer Rawlence zich zorgen begint te maken over nieuwe uitdagingen. Het gaat niet alleen over de klimaatcrisis, maar ook over een mogelijk oprukkend fascisme. Maar ook hij moet op een bepaald moment zijn kinderen loslaten in de wereld. En dan moeten zij het verhaal verder schrijven (en dat aan hem vertellen).