Misschien is hoop een manier van kijken. Misschien is hoop een discipline. Misschien is hoop op weg gaan naar ergens voorbij de monsters, ook al weet je niet zeker wat de weg is, weet je niet zeker waar je zult aankomen. Onderweg zijn is het antwoord. Ook in deze wankele tijden. Dat zou wel eens een van de centrale lijnen kunnen zijn in het werk van Rebecca Solnit. Haar nieuwe boek The Beginning Comes After the End (vertaald als Het begin volgt op het einde) is opnieuw een uitnodiging om te blijven kijken naar een veranderende wereld en niet toe te geven aan een (soms begrijpelijk) gevoel van machteloosheid.
Het boek is eigenlijk een lang essay, verdeeld in negen hoofdstukken. Elk hoofdstuk bouwt een beetje verder op het vorige en neemt elementen mee. De titel verwijst naar een citaat van Antonio Gramsci, in het boek vertaald als: “The old world is dying. The new one is slow in appearing. In this light and shadow, monsters arise.” Solnit gaat met die gedachte aan de slag doorheen het hele boek. Als je gewoon elke dag naar het journaal kijkt en de kranten leest, denk je misschien al snel dat alles hopeloos is, dat het te laat is voor zinvolle actie, dat de krachten van de duisternis aan de winnende hand zijn. Misschien is dat zo, misschien niet. Misschien hoef je het antwoord op die vraag helemaal niet te weten om te handelen.
Hoop in donkere tijden heeft te maken met niet weten. Het staat niet gelijk aan optimisme, dat ervan uitgaat dat je weet waar je uit zult komen. Hoop heeft te maken met het gevoel dat het zinvol is om te handelen, ook al weet je niet of het uiteindelijk zal lukken. Het is een centrale gedachte in het werk van Solnit, dat we ervan uit moeten gaan dat de toekomst open is, en dus – binnen een aantal marges – nog verschillende kanten uit kan.
Solnit nodigt ons in dit essay uit om, ook al voelen we ons misschien moe door de dagelijkse gruwel, te kijken naar wat er de voorbije tientallen jaren ten goede is veranderd. Ze vertelt hoe ze er zelf van schrok hoe snel, in de naoorlogse periode, dingen zijn veranderd waarvan men op dat moment dacht dat ze nooit of maar heel moeilijk zouden veranderen. Ze geeft heel wat voorbeelden over bv. de plaats van de inheemse volkeren in de Verenigde Staten, hernieuwbare energie, diversiteit op het vlak van gender, burgerrechten, … In die voorbeelden verweeft ze een basisgedachte dat een beetje het kernconcept uit dit essay is, met name het belang van onderlinge verbondenheid en afhankelijkheid. De dingen en het leven in alle vormen functioneren in een web, in samenhang, en niet in isolement of afscheiding. Verandering komt door samenwerking, door besef van verbondenheid met anderen. Die inzichten zijn ook gegroeid in de wetenschappelijk kijk op de ruime natuur. Het hele idee van ‘struggle of the fittest’ klopt gewoon niet. En de afgeleide ideologische vertaling naar een mensbeeld van competitie, waarbij mensen afgescheiden zijn van de rest van de natuur, klopt al evenmin met de werkelijkheid.
Na die heel lange lijst van voorbeelden van positieve maatschappelijke verandering denk je als lezer natuurlijk al snel dat we in de wereld van vandaag toch ook veel voorbeelden van de duistere krachten zien. Opkomend fascisme, een gevaarlijke zieke gek als president van de VS, georganiseerde aanvallen op alles wat progressief is, achteruitgang op het vlak van de rechten van mensen die niet in binaire schema’s van man/vrouw passen, … Solnit gaat die beangstigende ontwikkelingen zeker niet uit de weg. Ze brengt ze samen in één hoofdstuk. En daarmee wil ze laten zien dat je die ontwikkelingen veeleer als een stuiptrekking van het oude kunt zien dan als een begin van iets nieuws. Terwijl de oude wereld sterft, weten we nog niet welk begin er op een einde zal volgen. Maar er zijn wel al veel dingen die begonnen zijn en de deur openlaten naar een betere weg. De negatieve ontwikkelingen verbindt Solnit met een visie die net die interdependentie desnoods met geweld wil ontkennen. Het hele idee van (extreem)rechts dat je van boven, door de grote leider, lineair de loop van de dingen kunt aansturen en de overtuiging dat dat wenselijk zou zijn, gaat in tegen de diepere aard van de werkelijkheid. Het miskent ook de mogelijkheden van verandering die rusten in een ecosysteemvisie. Die interpretatie maakt de oranje man uit de VS niet minder problematisch, het helpt je wel om met meer afstand naar de dingen te kijken, en je niet te laten verleiden tot een soort schermblindheid die ertoe leidt dat je je alleen maar machteloos kunt voelen.
Solnit geeft de lezer geen uitgewerkte strategie, en dat maakt haar teksten net heel sterk. Ze wil een manier van kijken aanbieden die een instrument kan zijn voor een activisme dat met energie wil handelen in onzekerheid. In dat alles voel je ook een boeddhistische inspiratie die niet zozeer leidt tot een zich terugtrekken uit de wereld maar integendeel een bron is om het lijden van anderen aan te pakken. Je voelt enerzijds de sterke overtuiging van Solnit om te blijven handelen in een wereld waarin je soms alleen maar de monsters ziet. Maar anderzijds voel je ook hoe het een zoekende overtuiging is. Om ervan overtuigd te blijven dat de toekomst fundamenteel open is, heb je nood aan een soort grondhouding die je geen zekerheid zal geven. Een richting kiezen, vertrekken, en op weg gaan, meer kunnen we niet weten, en meer hebben we niet nodig om te blijven handelen.
Aan het einde van het boek is er een mooi citaat van Joanna Macy, die het in haar werk had over actieve hoop. Solnit voegt enkele dingen toe aan het citaat, en daarin vat ze een beetje samen waar dit essay over gaat. “(Macy) had said in an interview: ‘There’s a song that wants to sing itself through us, and we’ve just got to be available. Maybe the song that is to be sung through us is the most beautiful requiem for an irreplaceable planet or maybe it’s a song of joyous rebirth as we create a new culture that doesn’t destroy its world.’ We’re deciding what it is by what we sing, by what alliances we make, actions we take, possibilities we act on, bridges and refuges we build. And what we dismantle because it does not serve the broader us and we.”
Het mooie van de teksten van Solnit is dat ze je altijd weer een beetje terug bij de les brengen. Op een rustige, onderbouwde, maar nooit ‘softe’ manier geeft ze inzichten waar je iets mee kunt doen. Pasklare oplossingen krijg je niet, maar dat hoeft ook niet. Ze analyseert scherp wat er fout gaat en heeft weinig geduld met vermoeiende en gevaarlijke mannen die ons uit angst terug willen brengen naar een verleden waarin zij dachten te mogen domineren. En ze helpt om in het wankele tussengebied tussen het oude en het nieuwe, waar de monsters brullen, geduldig te kijken naar vormen van begin die zich al laten vermoeden. Hoop krijg je niet, hoop ben je, in hoe je iets durft doen met die vermoedens.




