Mensen die brieven schrijven naar elkaar, en zo een wereld onthullen van verbondenheid, falen, geheimen, zoeken, en nog veel meer. En dat in een heel directe, vaak heel grappige stijl, die menselijke tragiek en een beklemmende maatschappij laat doorschemeren. De Italiaanse Natalia Ginzburg doet het in Beste Michele, een boek dat in Italië verscheen in 1973 en nu een nieuwe Nederlandse vertaling kreeg.
Begin jaren 70 zat Italië volop in de zogenaamde ‘loden jaren’, een periode van veel geweld. Met aan de ene kant een opnieuw oplevend extreemrechts, met terroristische aanslagen, en ook extreemlinkse groepen als de Rode Brigades die door gewelddadige acties van zich lieten horen. Veel jongeren ‘verdwenen’, en bleken dan aangetrokken te zijn door extremistische groeperingen.
In die context – die verder niet uitdrukkelijk benoemd wordt in het boek – is de jonge Michele plots verdwenen uit Italië. Hij is op de vlucht voor de politie en gaat naar Engeland. Veel details kom je niet te weten, maar hij was waarschijnlijk op een of andere manier betrokken bij de activiteiten van een linkse groep. Het boek gaat niet zozeer over zijn belevenissen of daden, maar veeleer over hoe het thuisfront met die nieuwe situatie omgaat.
In het boek, dat voornamelijk uit brieven bestaat die de verschillende personages naar elkaar sturen, maken we onder meer kennis met de moeder van Michele, zijn zussen, een vriend, zijn tante, een vriendin die net een kind kreeg dat mogelijk van Michele zou kunnen zijn. Het begint met een heel aangrijpende brief van moeder Adriana waarin ze aan haar zoon zegt dat hij dringend langs moet gaan bij zijn vader, die erg ziek is. Ze vertelt waar ze in haar dagelijkse leven mee bezig is. Maar tussen de regels kom je alles te weten over hoe ze haar zoon mist, en hoe ze hem eigenlijk ook wel terechtwijst en op meer of minder subtiele wijze tot de orde wil roepen, over haar eigen onrust en teleurstellingen in het leven, over allerlei ergernissen. En vanaf dan gaat het verder in de ene na de andere brief. Michele blijkt dus ondertussen niet meer in Italië te zijn. Hij antwoordt soms zelf, in heel korte feitelijke brieven waarin hij geld vraagt of waarin hij aan zijn zus vraagt om uit zijn kamer een verborgen mitrailleur op te halen en die in de rivier te gooien. Als hij antwoordt, is het vooral aan de anderen, niet zo vaak aan zijn moeder. In de verschillende brieven vraagt de ene om dingen door te zeggen aan de andere. Zo krijg je steeds meer zicht op een ingenieus web van mensen die met elkaar praten of niet praten en op hun soms onhandige of stotterende manier dat web in stand houden.
Als lezer voel je de onderhuidse onrust over die jonge man die uit beeld is verdwenen. De snippers die terugkeren doen vermoeden dat hij zich afschermt, misschien nog in contact is met zijn vroegere kameraden of misschien helemaal niet meer. Hij weet niet zo goed wat hij met zijn leven wil, gaat van het ene naar het andere baantje, blijkt dan ineens getrouwd te zijn, verdwijnt dan weer. Soms geeft hij instructies of reageert kort. De anderen praten veel uitgebreider in hun brieven aan hem en aan elkaar, en praten soms vooral over zichzelf en hun eigen haperende leven. De jonge vrouw Mara, die pas een kind kreeg dat mogelijk van Michele zou kunnen zijn, of misschien ook niet, werkt zich op een ontwapenende en stuntelige manier telkens in de nesten. Een van de zussen van Michele, Angelica, probeert de brokstukken van het disfunctionele gezin wat bij elkaar te houden, maar is zelf ook niet zo gelukkig in haar eigen leven. Er is de wat sullige of brave vriend Osvaldo die als een soort loopjongen tussen de anderen de gaten vult. De partners van de twee oudste zussen blijven een beetje uit beeld, net als de jonge tweeling. Er is een uitgever die eerst de minnaar is van de ene en daarna de andere. Adriana en de vader van Michele zijn al lang uit elkaar, maar blijven in een merkwaardige dans om elkaar heen draaien.
Er zijn grappige verhaalmotieven, zoals het eindeloze gedoe van Adriana om thuis een telefoonaansluiting te krijgen of zoals een bouwvallige toren die is aangekocht en die al dan niet een verbouwing zou moeten krijgen.
De structuur van een boek met voornamelijk brieven geeft het geheel een grote spankracht. Die hangt verder in grote mate samen met de heel heldere en directe stijl die Ginzburg hanteert. Het is wonderlijk hoe haar zinnen bijna onopvallend heel trefzeker zijn en een grote empathie uitstralen. De toon is licht, maar ook melancholisch, vaak heel grappig en heel direct.
Naarmate je verder in het boek zit, begin je je te hechten aan die personages die allemaal op hun manier verkeerde keuzes maakten en maken. Je ziet hun kleine kanten, maar ze worden toch ook met veel liefde gepresenteerd. Op de achtergrond kun je een heel onzekere en grimmige maatschappij vermoeden, maar vooraan en in die brieven krijg je een haperende normaliteit. Het is heel mooi hoe die mensen, via die brieven, een soort web maken waarin ze elkaar bij de hand houden en op een of andere manier voor elkaar zorgen of de zorg van een ander zoeken. Zoveel dingen worden of zijn niet gezegd. Ze hengelen naar elkaars aandacht, soms op een tedere manier en soms nogal bot. Als het tragische lot toeslaat davert de hele constructie, maar ze laten elkaar niet los. De brieven zijn bruggen, in een onzekere wereld. Beste Michele is een heel mooi boek, in een heel vloeiende vertaling die het boek op geen enkele manier gedateerd maakt. Het is merkwaardig hoe het boek je op een of andere manier lijkt te verzoenen met het leven. Heel bijzonder en de moeite.






