Langzaam in het nieuwe ritme komen. De dagen anders laten bewegen. Het zal nog even duren, maar het komt wel.
Een lijstje met nuttige dingen voor de volgende weken.
Even naar de andere stad gaan om die boekhandel te bezoeken. (Wat een luxe.) (Soms is het ook leuk om gewoon te kijken naar de andere mensen in de boekhandel. Hoe ze bewegen, als in een trage trance. In een eigen wereld. (Hoe jij beweegt, in een eigen wereld.)
Ja, bericht van een vriendin. (De kaarten voor Bob zijn gescoord.) (Brede smile.)
Het interview in het tijdschrift raakt je diep. (Je herkent zoveel. Je zou zinnen willen schrijven, ze schrijven zichzelf.)
Verder lezen in je boek. (Het is zo goed. Het voelt zo lekker, het boek in je hand te voelen. Het voelt zo luxe, gewoon enkele uren zitten daar, en lezen.)
Een berichtje van een vriendin. (Het is alsof je lichaam trilt.)
Een andere dag. (Een feestdag.)
De eerste dingen van het lijstje nuttige dingen. (Er is nog zoveel te doen. Maar met elk ding komt het huis een beetje terug.)
(Wat is die rare plek op je hand?) (Zul je dan toch snel doodvallen?) (De oude Julia had ook zo’n plekken.)
(Even dutten.)
Het boek is uit.
Een stukje maken over het boek. (Altijd kleine weerstand. Tot het klaar is, dan is er rust.)
(Iets in je lichaam zou willen kantelen.)
Een volgende dag.
(Die dingen die je zou moeten vragen aan je zus.)
Afspraakjes beginnen zich aan te dienen. (Hoe is het met jou? Zijn de dagen goed voor jou?)
Ja, de stapel nog te lezen boeken is hoog, maar er kan er altijd nog eentje bij.
Je krijgt droevig nieuws van een dierbare vriendin. Je vindt het zo erg voor haar. (Je probeert ergens een warm plekje te maken, iets dat haar zou kunnen omhullen, op een of andere manier. Misschien zal het tot bij haar komen.)
Een vers boek. (Wonderlijk hoe iemand die zo jong is zo’n boek kan maken.) (Het zal je nooit lukken, dus.)
Een nieuwe dag.
Even op en neer naar het werk, om wat met de planten te doen. Wat meer aarde, die grote verpotten, verhalen. (Ze herkennen je.)
Verder lezen in het boek. (Je vliegt erdoor, zo lijkt het.) Het boek is uit.
Een afspraakje om samen te eten. Ze heeft haar vriendje mee. Een bijzonder gesprek, dat je erg ontroert. (En zoals altijd, verwart.) Hoe zeg je dat, dat je soms bang bent dat je niet lang genoeg zult leven om haar te zien opgroeien? Je ziet het toch, zegt ze.
(Je zult nooit weten hoe dat werkt, dat je iemand bent, in een ander. Ooit, ergens onderweg, kwam je in het leven van een ander. Op een of andere manier besta je ook daar, blijf je daar. Het is niet dat je telkens opnieuw voor het eerst gezien wordt.) (Je begrijpt hoe het werkt met anderen in jouw lichaam.) (Je begrijpt niet hoe dat werkt, dat je iemand bent, in een ander.)
En weer een dag.
(Het is soms alsof je wacht op iets.)
Dat tekstje dat je elke week maakt. (Je hebt met jezelf afgesproken dat je dat de hele zomer zult blijven doen.) Je voelt weerstand. (Wat een goed teken is, je bent dus al een beetje in het andere ritme.) Je wilt in andere woorden zijn.
Je bent verdrietig. Traag verdrietig. (Het is goed.)
En een vers boek. Het is zo mooi, zo ontroerend. Hoe ze een leven samen beschrijft. Hoe hij steeds zieker wordt en zal sterven. Hoe hij een brief schrijft aan zijn pasgeboren kleinkind. (De woorden lijken je te vullen. Alsof je in die woorden kunt ademen, alsof je erin zou kunnen leunen.)
Een stukje schrijven over dat vorige boek. (Worstelen, zoals steeds.)
(En je mag zomaar lang opblijven, het is vakantie.)
Wakker worden in een droom. Iets als een uitnodiging in water. (Het beeld zal de hele dag bij je blijven.)
Afgesproken met een vriendin in een andere stad. Het is al zo lang geleden dat jullie elkaar nog zagen. Je hoort haar verhalen. (Ze was zomaar aan de andere kant van de wereld.) Even langs die boekhandel lopen, zoals steeds. En nog eens naar het museum, ook dat is al lang geleden. Het raakt je meer dan de vorige keren.
Op het schilderij zie je hoe ze rechts in beeld bij het raam zit. Men heeft haar “de waanzinnige” genoemd. Centraal in beeld zie een priester met zijn gevolg, die een bezwering uitvoert, die een of andere duivel wil uitdrijven. (Ze wilden haar uit het beeld, denk je.) Als je al die mannen even wegfiltert, zie je alleen haar. (Misschien zijn zij de demonen waarmee ze worstelt?)
En nog verhalen. (Iets over verwarring.) Rustig teruglopen naar het station, tussen de mensen. Het is goed.






