(Iemand stelt voor dat je je stukje al liggend zou schrijven. In het kader van de rugpijn. Toch maar niet, denk je uiteindelijk. Maar je kunt wel doen alsof je het liggend schrijft. De kracht van fictie.)
Het is wel bijzonder, denk je, liggend een stukje schrijven…
Onderweg naar het oosten. Om een college te gaan geven. Bij elk station stappen meer mensen uit, niemand stapt in. Je leest in het boek, over een president die rouwt om zijn zoon, en over de geesten die in het tussengebied verblijven en door elkaar heen kletsen. Iets over verdriet en liefde.
Je staat voor de groep studenten. Je volgt het verhaal dat je vertelt, naar waar het je leidt. Ze kijken naar je verhaal, niet naar jou, dat denk je altijd.
Op de weg terug wuif je in de nacht even naar iemand.
Een andere dag. Iets in jou verlangt naar traagheid.
Je doet wat je je had voorgenomen. Een reactie brengt iets uit evenwicht. Iets zou willen vertrekken. Je lichaam zou het er eens mee zijn.
Mee daardoor duurt het even, die avond, eer je er helemaal kunt zijn. Je kijkt naar de mensen die dansen. Je wou er zijn, het was belangrijk. Bij het binnenkomen kwamen twee kleine meisjes naar je toe gelopen. Het ontroerde je, zoals steeds. Even later zou je vragen of zij niets moesten vragen aan jou. Het duurde niet lang. Iets met muntjes. Je kijkt naar de mensen die dansen. Je kijkt graag naar lichamen. Hoe ze bewegen. Waar de evenwichten zijn. Hoe ze uit hun eigen grens kunnen komen, of niet. Hoe ze op elkaar reageren, of niet. Sommige bewegingen ken je. Hoe ze met de aarde omgaan. Het leert je iets over jezelf. In de woorden nadien, hoe ze bewegen, voel je hoe iets verlangt naar traagheid. Als je later in de nacht naar huis loopt kun je het zien.
Het is goed daarna toch nog die afwas te doen, het aanrecht op te ruimen. Zodat de dag klaar is.
Een andere dag.
Het is de stoel die kraakt, niet jij, zeg je tegen de tandarts. Ze lacht en zegt even later iets over een toestand die stabiel is, wat heel goed is. Je denkt dat het woord stabiel zou kunnen horen bij een bepaalde leeftijd, die jij dus blijkbaar bereikt hebt. Het denken wordt lichtjes overstemd door een diverse snerpende geluiden die horen bij het verwijderen van tandsteen.
Je zou graag iets minder tegelijk, denk je, later die dag.
Je kijkt rond in de algemene vergadering. Het is jouw punt, eigenlijk. Je hebt er zo hard aan gewerkt. Je hebt de mensen in trosjes bij elkaar gezet. En ze lijken gewoon met elkaar te praten. Verbaasd dat de voorziene tijd al voorbij is.
Je maakt foto’s, merkt dat je oog precies niet meer helemaal weet of het scherp is. Je denkt aan je vader.
Je komt thuis. Je maakt het eten klaar, en vertrekt naar een afspraak. Het gesprek raakt je. In je hoofd ben je even aan de andere kant van de wereld. Je kunt iemand geruststellen, en dat betekent veel voor je.
De nacht is te kort.
Je staat vroeg op om een stukje af te werken. Iets over hoop en verbeelding. Het had nog even wat tijd nodig. Trage tijd.
Een dag van heen en weer fietsen.
Aan de winkel een gesprek dat je raakt. Iets over de onmacht van een moeder. En tussendoor lijkt ze iets te fluisteren over je vermoeidheid.
Tijdens de voorstelling kijk je even naar je beste vriend. Hij is er niet, maar hij is er wel. Hij zou je begrijpen.
Een kwetsbaar gesprek op het terras. Het is alsof twee lijnen in de tijd even uit elkaar drijven, een beetje, door de dingen. Kijk, zou je willen zeggen, er zijn sterke touwen. Echt uit elkaar drijven kan niet, zal niet. Je zou nog iets willen zeggen, maar misschien is het wel genoeg. Aan loslaten doe je niet.
Later fiets je door de stad. Je rijdt om, om bij een vriend een affiche in de bus te steken. Aanbellen zul je niet doen, hij is ziekjes. Je ziet dat er al eentje aan het raam hangt. Je glimlacht.
Je rijdt door naar het park.
Een mooi gesprek met een jongen en zijn mama. Over het Swahili. Je hebt geen idee hoe die taal eruit zou zien in je hoofd.
Iemand zegt je dat je ook liggend een stukje kunt schrijven.
Terwijl je naar je fiets loopt is er even alleen maar pijn. Het gaat weer over.
Het is goed thuis te zijn, denk je. Sommige dingen mogen zwijgen.
De bomen op het plein bij je terras beginnen hun bladeren te tonen. Hun kleur is zo intens. Zoals je dromen soms.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten