03 augustus 2026

My Year in Paris with Gertrude Stein


Iemand verblijft een tijd in Parijs om er te werken aan een essay over een bekende avant-garde kunstenares van het begin van de vorige eeuw. Ze probeert iets te vatten van wat ze werkelijk was, om zo haar tekst te kunnen maken. Maar dat iets, ‘het’, ontsnapt haar steeds weer, of is gewoon niet te vatten. Ze leeft er min of meer samen met twee andere vrouwen, die op hun manier allemaal een beetje ontheemd zijn, of op weg naar iets. Een poging om tot een tekst te komen is een poging om iets nieuws te maken is een poging om een leven te maken en is een poging om dat alles dan tot een geheel te maken, of niet. (“Rose is a rose is a rose is a rose”) En misschien is dat wel de bedoeling. (“There is no there there.”) Het is niet zo eenvoudig om uit te leggen wat voor soort boek My Year in Paris with Gertrude Stein (vertaald als: Mijn jaar in Parijs met Gertrude Stein) nu eigenlijk is. En dat is helemaal niet erg. Het is een interessant, speels, vaak heel grappig en ook een beetje onvatbaar boek dat in het niet bereiken van het vooropgestelde doel misschien wel net wél iets heeft gevonden.

Gertrude Stein was afkomstig uit de Verenigde staten, maar ging begin van de 20ste eeuw, toen samen met haar broer, in Parijs wonen. Ze had een medische opleiding gevolgd, die ze niet voltooide, maar ze wilde vooral schrijven. Samen met haar broer verzamelde ze kunst van heel wat moderne schilders die later zeer beroemd zouden worden. Ze kende hen allemaal. Ze wou met haar teksten een andere taal maken (“de 19de eeuw vernietigen”). Ze leefde samen met een vrouw en werd pas op latere leeftijd beroemd, hoewel ze toen al veel had geschreven en hoewel zij vormelijk een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het modernisme was (al werden anderen, zoals Joyce en Eliot eerder beroemd). Zij en haar vriendin waren Joods, maar ze bleven in Frankrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze deed dingen die kunnen gezien worden als collaboratie met het Vichyregime. Veel van haar teksten zijn bijzonder moeilijk leesbaar. Als lezer kom je al die dingen te weten door het lezen van dit boek. Het is heel knap hoe Levy met net genoeg heel goed gekozen details of citaten een beeld kan geven van deze erg complexe en moeilijk vatbare persoonlijkheid, die zichzelf ook nog eens een genie vond.

Het boek wordt omschreven als “a fiction” en het is een soort mengvorm van een biografisch essay en een verhaal. Het beweegt soepel tussen verschillende registers en wordt zo een vormelijke en inhoudelijke reflectie op het werk en het leven van Stein, al hoef je die laag niet te zien om geboeid te zijn door het boek.

Het verhaal speelt zich af gedurende één maand, november 2024, in Parijs. (Dat was de maand van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.) Er zijn drie personages. Er is de vertelster, die wel erg lijkt op Deborah Levy, of alleszins op een Britse schrijfster die een beetje begint vast te lopen in haar pogingen om een essay te schrijven over Stein. Er is Eva, een Deens-Spaanse, die er met haar mooie ogen als een engel uitziet. Ze werkt aan een graphic novel, terwijl haar man in Seattle met een bouwproject bezig is. En er is Fanny, die een hoge functie heeft in de financiële sector. Haar vader heeft haar ooit het huis uitgezet omdat ze queer is. Ze verdeelt haar tijd over drie minnaressen. De drie spreken elke week af. Het kaderverhaal is een zoektocht naar de kat van Eva, die verdwenen is. De kat heeft geen naam, wordt omschreven door Eva als “it”, terwijl Fanny er wel een naam aan wil geven. Tussen alle persoonlijke besognes gaan de drie op zoek in Parijs naar de kat. We zien dit alles door de ogen van de vertelster.

Als lezer krijg je, in fragmenten in verschillend opgebouwde hoofdstukken, te zien wat de drie vrouwen meemaken. Je krijgt ook beschrijvingen over het leven van Stein, met allerlei citaten. Er zijn stukjes waar de vertelstem zich precies rechtstreeks tot de lezer richt, in puntige commentaren. Je merkt hoe de vertelster dapper blijft zoeken naar de puzzelstukken die ze bij elkaar zoekt, in de hoop dat ze dan de toegang heeft gevonden tot het essay dat ze zou willen schrijven. Maar terwijl wordt ze een beetje wanhopig door de teksten van Stein, die zo ondoorgrondelijk zijn blijkbaar dat ze de indruk krijgt dat Stein helemaal niet begrepen wilde worden. Ze legt zich er uiteindelijk bij neer dat het niets zal worden.

Het boek is een ingenieuze reflectie op wat Gertrude Stein nu zou kunnen betekenen, zonder dat dan weer te rechtstreeks te doen. Zo lees je hoe de vertelster zit te kijken naar oorlogen op haar telefoonschermpje, onderbroken door reclame, als een hedendaagse spiegel op Stein, die twee oorlogen meemaakte. Zo zijn er subtiele hints naar deze tijd. (“Stein wilde de 19de eeuw vernietigen, de 21ste eeuw vernietigt zichzelf.”) Stein was ontheemd, ontworteld misschien wel, maar wilde net zelf iets nieuws construeren, een nieuwe taal, een nieuwe vorm die beter de complexe werkelijkheid kon vatten of er een kritische reflectie op kon zijn die vastgeroeste normen onderuit zou halen. De drie vrouwen in het verhaal zijn op hun manier alle drie gestrand en proberen te ‘maken’ wie ze zijn. Wat betekent het om geworteld of ontworteld te zijn? Wat is een relatie en hoe kun je daar je eigen plek in vinden? Weet je wel wie je zelf bent?

Stein werkte veel met herhalingen als stijlprincipe. En ook in het boek worden dingen herhaald, als een vormelijk motief dat tegelijk een diepere betekenislaag krijgt. De “it” van de kat komt regelmatig terug, als vraag die de vertelster zichzelf stelt. Wat is ‘het’? Is het ‘het’ van het leven te vatten, of zal het ons altijd ontsnappen? Hoe beschrijf je een kunstenares die jou fascineert en van wie je voelt dat ze belangrijk werk maakte, terwijl ze jou helemaal niet binnenlaat in haar kunst?

De betekenis van iemand van toen naar nu halen door een verhaal over drie vrouwen en een kat is slim en vaak vooral heel erg grappig. Je kunt overal het plezier voelen dat de echte auteur Levy moet gehad hebben toen ze die constructie bedacht. De gebeurtenissen met de drie vrouwen zeggen op zich veel over hoe mensen vandaag leven, en zijn vaak ook licht absurd. Via hun zoektocht naar de kat komen de drie vrouwen in contact met een man die een soort uniek exemplaar lijkt, maar dan blijkt te leven in een licht surrealistisch universum en ook nog eens teleurstellend voorspelbaar blijkt.

Met My Year in Paris with Gertrude Stein heeft Deborah Levy een heel speels en tegelijk heel trefzeker boek gemaakt in een heel eigen literaire vorm. Op een bepaalde manier is het essay over Gertrude Stein er toch gekomen, in een vorm die misschien ook wel een ingenieus eerbetoon is die past bij deze tijd. En voor wie de geweldige Deborah Levy ooit al eens hoorde spreken, het is alsof je haar stem – met bijhorende pretoogjes – de hele tijd hoort terwijl je dit boek leest, met een glimlach. En zonder dat je allerlei dikke boeken moet lezen heb je toch heel veel opgestoken over die mysterieuze Gertrude Stein.

Geen opmerkingen: