Een nieuwe week. (Je probeert een week in je hoofd te zien.)
Alle andere dingen snel afwerken. Zo is er even tijd om je opiniestuk te schrijven. (Het zal wel niet zo sexy zijn, zoals gewoonlijk. Het zal wel weer te moeilijk of te genuanceerd zijn. Het is belangrijk, denk je.) Je stuurt het die avond nog door.
Echt? Kerstfilms? Nu al? (Een kleine portie elk jaar, het moet kunnen. Net iets meer dan je zou willen, het moet kunnen. Maar nu al? Zucht.)
Een verse dag. De vergadering. Jullie krijgen beelden te zien van de grote tentoonstelling die zal komen. Heel mooi, denk je.
Een vriend komt je helpen met het installeren van die nieuwe telefoon. Met zijn hulp komt het stap voor stap goed. Spannend is het wel. (Je moet de hele tijd voorkeuren aangeven voor dingen waarvan je niet eens wist dat je er een of andere voorkeur voor kon hebben. Het apparaat doet er lang over om de specifieke kenmerken van je duim in zich op te nemen. Misschien heb je een verwarde duim.)
Een nieuwe dag. Je geeft de namenlijst voor de vergadering aan de mevrouw aan het onthaal. Ze kijkt je lang en diep aan, zoals gewoonlijk.
De eerste vergadering. De tweede vergadering. Nieuwe records, qua snelle en korte vergadering. (Ook dit advies zal ongetwijfeld tot diepgaande maatschappelijke veranderingen leiden. Misschien.)
Ja, het stuk zal gepubliceerd worden, hoor je. (Jippie.)
Op tijd naar huis, om snel weer te kunnen vertrekken. In de trein bereid je het panelgesprek nog verder voor. Je bent goed op tijd daar. De andere gasten zijn er al.
Voor het begint, een soundcheck in de zaal. Je zet je radiostem op. De meneer van het geluid zegt dat hij bij jou een beetje bas weg zal nemen en bij de andere moderator een beetje bas bij zal geven. (Waarom maakt je dat een klein beetje verdrietig?) Net voor het begint. Iemand vraagt wie je bent. Je zegt je naam. De mevrouw is blijkbaar blij met het antwoord. Waarna ze zegt dat je wel vermagerd bent. (Waarvan akte.)
Het laatste gesprekje op het podium is voor jou. Iets over samen. Je bedenkt nog een vraag voor je panelleden waarmee je hen een klein beetje kunt verrassen. Ze antwoorden zo mooi. (Je bent wel blij en trots dat je al zoveel jaar bij dit fijne clubje bent, denk je.)
De volgende dag. Niet vergeten iemand gelukkige verjaardag te wensen.
Iemand vraagt je of je dat hemd met strategische bedoelingen aan hebt.
De bijzondere bijeenkomst. Een heel boeiend gesprek in de kleine sessie. In de plenaire sessie komen mensen je vertellen dat ze je tekst al gekregen hebben en hem zeer goed vinden. Veel gesprekjes tijdens het netwerkmoment. (Hoe kun je zo gracieus mogelijk je bord vasthouden, eten, en een gesprek voeren over de georganiseerde aanval op het kritische middenveld? Er bestaan misschien opleidingen voor…)
Een nieuwe dag. Daar staat je tekst op het scherm. (Toch altijd een klein beetje leuk.)
De vrijdagtekst afwerken. En nog al die dingen op het inhaallijstje.
Een overleg. Iets waarvan je hoopte dat het zou komen, zal er komen. Dat alleen al ontroert je.
Op weg naar huis. Er hangt een verdriet over je huid. Je kijkt.
Nog even langs de boekhandel voor een cadeautje.
Je bent moe, maar je werkt die avond je lijstje nog af. Het weekend mag komen.
Weer een dag. Nog enkele laatste dingen voor je nieuwe telefoon. (Je hebt het toch maar gedaan, denk je.)
Naar Brussel voor de vergadering. Je luistert aandachtig naar de uiteenzetting. (Waarom is het voor sommige mensen zo moeilijk om gewoon te wachten tot iemand klaar is met een verhaal voor ze hun vraag willen stellen?)
Naar Mechelen voor het event. Veel gesprekjes met mooie mensen. (Het is je familie. Je hebt ze zien veranderen, en je bent er nog altijd. Een rivier om te blijven.)
Gesprekken over hoop. Over hoe je het vol kunt houden. Over verdriet. (Dit is het, denk je.)
Je wilt op tijd weer thuis zijn. Op weg naar het station blijf je even staan kijken naar de wind in die grote planten. Als een dans. Het treinverkeer is stilgelegd hoor je. Je wandelt naar het grote station. Uiteindelijk kom je met een grote omweg thuis aan.
Een nieuwe dag. Even alleen zijn met de kranten, je zult veel onderweg zijn. Even alleen zijn, je hebt het nodig, denk je.
Je loopt door de regen naar die bijzondere plek. Mensen stellen hun kraampje op. Anderen zitten al helemaal klaar in de tent. Een lang en mooi gesprek. (Je zou haar iets willen vragen, maar doet het niet.) Je neemt je voor om te vertrekken, zodat je nog wat zou kunnen poetsen thuis. De gesprekjes komen evenwel zomaar naar je toe.
Na de middag. Zoveel mensen op de fiets, helemaal rond de stad. Het ontroert je zo intens, onverwacht, om die papa’s en mama’s te zien die naast die kleine fietsers geduldig en trots door de massa bewegen, steeds klaar voor iets dat onverwacht zou kunnen gebeuren. Die kleine meisjes en jongetjes op hun fietsjes. Ze lijken zo blij, zo fier. (Je smelt.)
En nog een keer langs de markt. Nog gesprekjes. En dan eindelijk naar huis, voor het zondaggevoel. Je leest nog een stuk in dat bijzondere boek. Het gaat over pijn. En het is zo juist, wat er staat.
Het is.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten