26 december 2025

Wild van een woeste droom


Wie ben je in het leven? Welke rol heb je wanneer te spelen? Moet je weggaan om bij jezelf uit te komen, of was er altijd al een onkenbare plek waaraan je niet kon ontsnappen? Misschien zijn dat vragen die iets zeggen over Wild van een woeste droom, van de Duitse Julia Schoch. Het gaat over liefde, maar misschien nog meer over het schrijven. Een leven schrijven, een geschreven leven zijn. Kijken naar de verhaalfragmenten die je zelf bent. In woorden die aanraken wat echt belangrijk is, en er tegelijk ook afstand van houden.

De ik-figuur in het boek is in het begin een jonge vrouw die aan de universiteit werkt en een beetje door toeval terechtkomt in een kunstenaarskolonie in het noordoosten van de VS. Op dat moment zou ze moeten werken aan haar proefschrift, maar dat lukt niet echt. Er dient zich ook de mogelijkheid van een literaire tekst aan, een boek dat ze zou kunnen schrijven dat cirkelt rond een gebeurtenis uit haar jeugd. Op die plek leert ze een man kennen, die enkel als “de Catalaan” wordt omschreven. Ze voelt zich – onverklaarbaar, want ze vindt hem niet knap – sterk tot hem aangetrokken. Hoewel ze thuis een man heeft, ontstaat er een soort vanzelfsprekende relatie. Het gebeurt. Er is een fysieke aantrekkingskracht. Hij lijkt een zekere macht over haar te hebben, maar zij beseft met terugwerkende kracht dat ze dicht wil zijn bij een man die schrijft, en dat blijkbaar als zijn hoogste doel heeft. Zo zelfzeker als hij is, zal zij nooit zijn, maar er is iets in gang gezet.

In het boek beweegt de stem van de verteller heen en weer tussen toen, een korte periode in het begin van haar huwelijk, en nu, nadat haar huwelijk voorbij is en haar kinderen groot. Al die tijd is de Catalaan ergens in haar achterhoofd gebleven, als een soort onbewust referentiepunt, als de mogelijkheid van een verhaal. Als ze hem bij het einde van het boek opnieuw in het echt tegenkomt, is er nog weinig magie. (Misschien was die magie er wel nooit.)

Het verhaal van de Catalaan wordt verbonden met het verhaal van de soldaat. Het vertellende hoofdpersonage groeide op in de voormalige DDR, en woonde als kind in een garnizoensstadje. Haar vader was officier in het leger. Als kind maakt ze in het bos kennis met een jonge soldaat die duidelijk niet op zijn plaats is in het leger. Ze krijgen een sterke band. Hij is een romantische ziel, die zich een beetje vastklampt aan de droom die hij in het meisje ziet. Zij zegt dat ze later boeken wil schrijven, al denkt ze dat ze dat niet zal kunnen. Hij wil haar overtuigen dat dat haar weg is.

Het is de volwassen vrouw die in die Amerikaanse kunstenaarskolonie in haar gesprekken met de Catalaan voelt dat het verhaal van de soldaat en het meisje haar boek zou kunnen zijn. De mannen uit die twee verhalen vormen voor haar een soort katalysator die haar er uiteindelijk toe zal brengen om voor de literatuur te kiezen.

De ik-verteller observeert de fragmenten van haar eigen leven, en observeert tegelijk het schrijven. Anderen geven misschien de indruk dat ze ‘grote’ keuzes maken, op allerlei kruispunten in hun leven komen, en dan heel bewust de juiste weg kiezen en niet meer omkijken. Zo gaat het niet in het leven van de vrouw in dit boek. Je voelt wel dat de uiteindelijke bestemming het schrijven is. Maar ondertussen zijn er nog al die rollen die je in te nemen hebt. Je bent iemand die aan de universiteit werkt. Je bent de vrouw van. Je bent de moeder van. Het loopt allemaal in elkaar over. Het trekt je aan en duwt je ook weg. Je bent ook mee bepaald door de plek waar je geboren bent, in die fase van de geschiedenis.

De ik-verteller is een twijfelende observator, die terugkijkt met een ingehouden nuchterheid. De vrouw is de optelsom van al die fragmenten. De jonge soldaat lijkt heel duidelijk voor een ander te weten wat haar enige goede bestemming is en welke prijs je daarvoor moet betalen. De Catalaan kan op een nogal arrogante zelfbewuste manier praten over de auteur die hij is. Bij haar is er uiteindelijk wel een plek waar ze terecht zal komen. Het was in zekere zin de enig mogelijke plek, maar elk moment is toch ook een moment van twijfel, van onbestendigheid. Ze beschrijft alles, reflecteert, twijfelt, en maakt de fragmenten die ze is. Je voelt dat er veel onderhuids is gebeurd, of je vermoedt dat toch. Veel wordt niet gezegd. Er blijft in de woorden ook veel afstand. Dat is soms als lezer ook een beetje moeilijk. De stijl van de zinnen is zeer uitgekleed, zonder franjes. Het is soms alsof je door de ogen van de ik mee probeert te begrijpen wat nu eigenlijk hoe heeft gewerkt. Je ziet dat die Catalaan een heel leven ergens aanwezig was als iets dat maar niet wegging, maar tegelijk voel je niet echt wat er nu eigenlijk zo bijzonder was aan die man. Het is soms alsof de emoties een beetje naar de achterkant van de woorden worden geduwd. Tegelijk zijn er veel reflecties, ook al even beknopt, over het schrijven zelf, wat het kan zijn en hoe het zich verhoudt tot het echte leven. Je voelt hoe het hoofdpersonage zelf worstelt met de woorden en alleen in het schrijven een soort rust lijkt te vinden. Woorden kunnen maar één keer gebruikt worden. Als je ze uitspreekt, kun je ze niet meer in een tekst gebruiken.

Als lezer worstel je soms een beetje met dit boek. Alles is heel helder en compact beschreven. Veel dingen worden niet gezegd, moet je zelf invullen. Je krijgt geen duiding van de verteller, die niet boven het verhaal staat. Je voelt dat er onder die gecondenseerde tekst een grote complexiteit schuilt. De stijl van het boek is in dat verband een kracht, en tegelijk een soort drempel die je als lezer een beetje weg lijkt te duwen. Het is een beetje alsof je als lezer mee het proces volgt van de ik-verteller die reconstrueert wat er gebeurd is en hoe dat doorwerkte in een leven. Dat is een proces van observeren van fragmenten die deels onkenbaar zijn en zo tegelijk construeren van een leven in woorden. De gecondenseerde woorden houden je als lezer wat op afstand. Die afstand is tegelijk een afstand in de verteller zelf, een vorm van constructieve twijfel die in zekere zin ook wijst op woorden die onontkoombaar zijn. Dat is dan misschien het enige antwoord op de “ontroostbaarheid” die blijkbaar een kenmerk is van het vertellende hoofdpersonage. Als je een ‘wilde droom’ hebt, dan moet je ervoor gaan, en moet je je leven schrijven.

Geen opmerkingen: