Je bent natuurlijk te vroeg voor je afspraak bij de dermatoloog. Je gaat nog even naar het nabije park. (De bomen vertellen je iets.)
De dermatoloog onderzoekt elke plek van je lichaam. Ze doet het nauwkeurig en stelt je gerust. Je hoort van haar dat je huid nog jong is. (Dat is wel een mooie gedachte. Ook al zou je het op verschillende manieren kunnen begrijpen.)
Je haalt die ene trein nog net. (Even verdwijnen in een nulpunt.)
In de vooravond, je bent net op tijd voor die vergadering. Je luistert naar ideeën over wonen. (Iets maakt je droevig.)
Even thuis. (Al is het maar het idee.) Je vertrekt weer. De trein naar die andere stad, voor de vergadering en de voorstelling. Voor de voorstelling begint kun je nog net even iets zeggen tegen haar, voor je een plekje zoekt achteraan. Je luistert naar de verhalen van de mensen in het panel. Je bewondert haar, ze is als een heldin voor jou. (Misschien moet je dat maar zeggen aan haar, al denk je dat het een beetje onnozel is.)
De volgende dag. Je stuurt haar toch maar een berichtje om haar te bedanken voor wat ze doet. (Het is goed, denk je.)
(De lijst van de dingen die je rond zou moeten hebben deze week. Je ziet het allemaal voor je.)
Een snelle vergadering tijdens de middagpauze.
Het interview. De twee onderzoekers willen je wat vragen stellen. Je doet je best om zo goed mogelijk te antwoorden. (Zouden ze iets hebben aan wat je zegt? Het lijkt soms of de werkelijkheid die ze zoeken in hun vragen groter is dan de jouwe.)
Die avond. De eerste sessie in een reeks van drie. (Je ademt een beetje door je vermoeidheid heen.) Je hoort mooie verhalen.
En nog een late afwas, het huis mag rusten in de nacht.
Een nieuwe dag. (Voor het eerst sinds zo lang geen kine meer, het is een beetje verwarrend.)
Een hele lijst van dingen die je zou moeten doen. (Het is goed dat je bijna alleen bent.)
De vergadering. (Je ziet haar op het scherm, bent blij voor haar. Ze wordt binnenkort mama.)(Week.) Je kneedt je stem een beetje, zodat ze goed past.
Je wroet een beetje op de vertaling die je moet nakijken. (Je probeert ook de tekst te kneden, maar die is weerbarstig.)
Die avond. De samenkomst. Je neemt een vriend mee. (Het is belangrijk dat jullie hier zijn, denk je.)(Een foto: we zijn er.) Je bent onder de indruk van het verhaal dat je hoort.
Een verse dag. (Je hoofd voelt iets minder vers.)
Je begint aan de tweede vertaling die je moet nakijken. (Je collega merkt op dat je vaak zucht.) Je zou tegen de tekst iets willen kunnen zeggen als: drijf, beweeg met het water, wees vloeibaar. Je zou de woorden willen kunnen voelen.
(Een onbewaakt moment. Je zou het kunnen verdragen, denk je, een zes uur durende massage. Of zoiets. En dan verdwijnhuid.)
Je probeert het webinar te volgen. (Soms zou je sommige stemmen willen kunnen kneden.)
Die avond, het jaarlijkse benefietconcert. (Een foto: we zijn er.) Je wilt gewoon luisteren, kijken naar hoe ze spelen, hoe ze bewegen. Sommige mensen komen precies alleen maar om het hele concert door te kwetteren en te drinken. (Dat ene nummer, het brengt je terug naar toen. Je lichaam kent het ritme nog.)
(Weer een iets te korte nacht.)
Een volgende dag. Je ploegt door de vrijdagtekst. (Die tekst is altijd vriendelijk voor jou. De woorden lijken je huid te kennen, bewegen met je mee.)
Alle dingen die je nog zou moeten afwerken.
(Zullen we drijven?)
Of die trui toch niet een beetje warm is? Nee hoor. (Het is niet dat je het zo warm zou willen hebben, je wilt zachtjes omhuld zijn, zegt je huid.)
Die avond. Met een dierbare vriendin naar de opera. Rameau. Wat een wonderlijke ervaring. Je kijkt naar de muziek. (En je kijkt naar de muzikanten en zangers.) Het is een beetje warm, maar het geeft niet. (Heb je ook die mooie celliste gezien? Welke van die twee namen zou het best bij haar passen?) Er is iets in hoe die muziek beweegt, je kunt het moeilijk beschrijven. En ja, de geliefden komen bij elkaar. Het publiek is laaiend na afloop. Je ziet nog heel wat bekende gezichten in het publiek. Je bent blij dat je dit met haar kon delen, het was al zo lang een plan. (Dankbaar. Voor het leven.)(Moe.)
Een nieuwe dag. (Na ingewikkelde dromen.)
De boodschappenronde. En dan toch maar weer werken. Je zou eindelijk wat moeten kunnen opschieten met dat jaarverslag, al heb je weinig zin. (Je werkt je in het ritme.)
(Kijken naar de plant op je terras. Er is een trage rust in wat je ziet. Je blijft kijken. Het is bijna alsof je de diepe kleur kunt inademen.)
Samen met de vrienden tappen op het feest buiten in het park. (Het heeft iets van een ritueel.) Je kijkt naar de mensen in het gras. De band die speelt. (Je lichaam kent het ritme nog.)
Daarna wil je snel haar huis. (Een beetje anoniem zijn.) Je probeert nog wat te schrijven, maar het is te laat, en je bent te moe. Je kijkt naar de laatste afleveringen van het seizoen van die serie. Iets raakt je tranen. (Je bent er niet tegen bestand.)
Je slaapt in golven, zo lijkt het. (Je wilt weg uit die ene akelige droom.)
Een stille zondag. Je werkt nog wat. Dat geeft wat ruimte voor na het weekend.
Even onder het dekentje na de middag, dan nog wat lezen.
Een concert, dezelfde muzikant als in de opera. Bach. Je verdwijnt langzaam in de muziek. (Je huid ziet de muziek.) Hoe mooi het is, te zien hoe de fluitiste en de zanger daar boven reageren wanneer ze beneden ineens hun kinderen zien.
(Je mag blijven.)
(Tijd voor zondagmelancholie.)

Geen opmerkingen:
Een reactie posten