09 oktober 2026

De wind neemt


(Iets in het leven hapert. De vorige dag kreeg je het bericht dat een vriend en vroegere collega niet meer in het leven is. Het leven trok zich terug. De wind nam een blad. Het blijft door je heen gaan. Nog enkele dagen eerder dacht je ineens aan hem.)

De week begint een beetje stil. (Misschien zwijgt het leven soms even.)

De voorbereiding van de conferentie de volgende dag, de mensen op het scherm. Je zegt aan de poetsmevrouw dat ze even mag wuiven naar het scherm als ze je bureau schoonmaakt. Ze is even in de war, zou precies het liefst onder je bureau kruipen.

Je hebt al je vragen voorbereid voor de volgende dag.

(Je buik heeft er nog steeds geen zin in.)

Die avond. Je lichaam lijkt zich naar binnen te keren. Alsof al je warmte ergens nodig is, daar diep vanbinnen.

Een nieuwe dag. De grote conferentie. Je ziet veel bekenden. Je begint met de foto’s. Je probeert het schaarse licht aan te raken, het lukt niet helemaal. Tegen de middag zit jij mee op het podium om het gesprek te modereren. (Op de foto die je later ziet lijkt het alsof al je kleren maar wat om je heen wapperen. Even lijkt het op een foto van heel lang geleden.)

Tijdens de middagpauze ga je eerst de planten doen. Ze hebben je moeten missen de vorige week. (Ze herkennen je.)

Na de middag, nog een reeks presentaties. Aan het einde van de conferentie mag je weer op het podium voor het volgende panelgesprek. Terwijl iedereen staat te wachten op de koningin die weldra zal binnenkomen vraag je aan de vrouw naast je of je haar goed zit. Ze lacht. De koningin komt de zaal binnen, gaat net voor je op de eerste rij zitten, ze knikt naar je. In een van je vragen verwijs je naar Günther Anders. Je vraagt even aan de zaal of er toch minstens iemand is die hem nog kent. Niet echt blijkbaar. (Je bent oud waarschijnlijk.) Wat je had gehoopt met je vragen gebeurt, de sprekers moeten in de breedte gaan.

Die avond. Het panelgesprek over klimaat. Nu mag je in de zaal zitten, tussen je vrienden. Nadien helpen aan de toog. Een lang gesprek. (Blijkbaar kon je de juiste woorden vinden.)

Een volgende dag. Veel inhaalwerk. (Het doet goed, om gewoon rustig de dingen te kunnen doen, na elkaar.) Lijstjes.

(Je denkt nog aan voorbije zondag, toen je daar in de kerk zat te luisteren naar de dichters. Hoe je in je hoofd ook een gedicht aan het maken was. Over de kraanvogels.)

Je kunt het advies waar je zo hard aan werkte publiceren. (Het blijft een beetje raar, hoe die woorden nu stilstaan. Ze worden niet meer aangeraakt.)

(Je wacht nog altijd op je buik. Je kijkt, meer kun je niet doen.)

Die avond. Even komen er tranen. Bijna. (Ze zouden zich laten aanraken.) Iets is vertrokken, je weet niet wat het is.

Een nieuwe dag. Je bent stil, weet niet hoe het zal zijn, wat het met je zal doen.

Samen op weg naar de uitvaart. Met de vrienden van toen en nu, je grote familie. (Je ziet iets van wie je bent, in de tijd, in die familie.)

Er is veel volk. Je kijkt naar de vele foto’s van een leven in warmte, je luistert naar de verhalen. Het raakt je diep, maakt je klein. Het is mooi, denk je, om zo uit het leven gedragen te worden. Het is een geschenk, iets te mogen zien van een leven.

(Even twijfel je weer over alles. Dat je leven te klein is, dat je te weinig hebt gedaan, dat je onbeholpen bent in de liefde, dat je zo weinig te geven hebt. Je weet dat het niet klopt waarschijnlijk, je wacht even, tot het zich een beetje terugtrekt. Het beeld blijft, van al die kinderen, cirkelend om die grote man. Je buigt het hoofd.)

(Je ziet ook iets over een tijd die lijkt te verdwijnen. Je was deel van iets dat toen was. Je bent deel van iets dat er nu ook is, maar het is anders. Er is iets gekanteld in de tijd.)

Daarna nog naar het werk. Alsof je hen anders een beetje alleen zou laten. Bijpraten. (De zoveelste nota die je maakte die het niet haalde, het lijkt als een ritueel.)

Die avond, de vergadering. (Je bent een beetje moe.) Het wordt een rustig gesprek, dat heen en weer beweegt. (Nadien zul je de woorden wel schikken, tot ze in elkaar passen.)

Terug thuis. (Misschien zou iemand je mogen wiegen.)

Je zoekt een filmpje dat iets van troost in je huid kan leggen. En daar staat het ineens, alsof iets wist dat het naar je toe mocht komen. Die mensen die op een stoel gaan zitten en voor het eerst die muziek horen die hen zo intens raakt. (Die vrouw die bijna achteloos zegt hoe ze als kind misbruikt werd.) Tranen, veel tranen. Daarmee kun je je aan de nacht geven.

En weer een dag. Een trein vroeger. Het is heel rustig in de trein.

Een lang lijstje. (Eerst zoveel mogelijk dingen snel wegwerken, dan de vrijdagtekst.) Zo zitten aan je bureau dat je schouders ontspannen, je handen warm worden.

De middagsessie. Iets over klimaat. Blij om iemand nog eens te zien, het is al zo lang geleden dat je haar nog zag.

Bijna weer thuis. In de winkel vraag je aan de mevrouw of ze al een goede dag had. Ja, zegt ze. Haar dag kan al niet meer stuk, zegt ze.

Er is ineens heel veel wind. (Misschien is er een verhaal.)

Geen opmerkingen: