02 januari 2026

De zee is moe


De laatste dagen van het jaar. (Een klein beetje zenuwachtig, al weet je niet waarom.)

Je bent in het andere ritme. (De eerste dagen van de vakantie lijkt je lichaam altijd een beetje in de war. Het duurt even, en dan merk je hoe je in het andere ritme zit, waarop je hoopte.)

Toch een nuttig ding doen. (Zeer lichte mate van plichtsgevoel. Zeer lichte.)

Nog even langs de boekhandel. (Dat ene boek, dat je woensdag cadeau wilt doen.)

Het boek verder lezen, tot het uit is. (Je weet nog niet helemaal zeker wat je ervan vindt. Het moet nog even indalen. Het zal zich wel tonen.)

Soep maken. (Denken aan warm.)

Een andere dag. (De voorlaatste.)

Je wacht boven op de berg, bij het standbeeld. De stad ligt daar beneden.

Ze komen eraan gefietst. Je ziet dat mooie nieuwe kleine mensje voor het eerst. (Je smelt.) Er is ineens veel beweging, er zijn verhalen, en het is gewoon. Een wandeling. De kinderen verzamelen al het zwerfvuil. (Iets in je is heel rustig. Het is.) Nog enkele verhalen, en dan vertrekken ze weer. (Het heeft je erg ontroerd, meer dan je kunt zeggen.)

Weer thuis. Straks komt je bezoek. Je leest de teksten bij het mooie fotoboek over de zee. (Adem.)

Ze is er. (Eindelijk is het gelukt om af te spreken.) Een heel mooi gesprek. (Er is iets dat onvoorwaardelijk is, denk je.) Voor ze vertrekt, kijkt ze nog even naar de krullen in je haar. (Ze mogen nog even, tot in het nieuwe jaar.)

Je schrijft de bespreking van het boek. (Zoals zo vaak begin je pas tijdens het schrijven te beseffen wat je eigenlijk dacht over het boek.) Zodra je tekst klaar is, wordt iets rustig.

Een volgende dag. De laatste.

(Nuttige dingen.)

Op de valreep nog een veggie kookboek kopen, voor je collectie.

Je krijgt een mooie nieuwjaarskaart. (Wat ze zegt blijft de rest van de dag dicht bij je. Je ziet iets.)

Je begint in het nieuwe boek.

(Onderhuids beetje onrustig voor wat komen gaat.)

Je vertrekt op de fiets. (Zul je weer de eerste gast zijn?) Je fietst zorgvuldig, of zoiets. (Je bent hier, denk je.)

Je geeft haar het boek.

Een mooie avond, bijzondere mensen, lekker eten, fijne spelletjes. Een geschenk, dat je er zomaar bij mag zijn. Je volgt de rivier van de avond. (Iets van je kijkt.)

Het jaar is gekanteld. Zoals elk jaar vertrek je al vroeg. Je fietst rustig naar huis. De kinderen naast de weg roepen naar je: gelukkig nieuwjaar! Je hoort nog knallen in de lucht. Traag fiets je de berg naar beneden. Je bent weer thuis. (Je bent blij dat je thuis bent. Iets kan rustig worden.)

Een nacht in lagen. (Je moet gewoon wachten, tot je lichaam van de ene naar de andere laag kan gaan. Het is.)

Je buik maakt je wakker. (…) Je staat op, in de nieuwe dag, het nieuwe jaar, het is nog vroeg. Het is goed.

(En de dingen die je niet begrijpt. De dingen die je niet kunt. Het is. En het is goed.) (Iets met een ritme en een adem.)

Het ritueel van nieuwjaarsdag begint. Je post je wens. (Je denkt aan de zee, de zee is moe, de zee is blij met jouw woorden, denk je.)

Het invullen van de agenda. (Zo ben je even bij alles, bij iedereen, het is bijna aan te raken.)

Je krijgt nog even bezoek. Je bent blij hen te zien. (Is het niet te rommelig in huis? Het is.)

En dan het andere deel van de traditie. Onder het dekentje kijken naar Jools Holland Hootenanny. (Het ontroert je heel erg. Wat een wonderlijke stemmen.)

Je hoofd is een beetje mistig, maar je wilt nog een stukje lezen uit het boek.

De nacht is rustiger, draagt je.

Een nieuwe dag. De dingen lijken zich stilaan te hervatten daarbuiten.

De kaart op de post. Cadeautjes voor de jarigen. Een nieuwe pan voor jezelf. Nog een stukje poetsen.

Voor de middag mag je nog een stukje lezen uit het dikke boek over de moderniteit. (Beetje studeren.) Na de middag het andere boek. (Zeer lichte neiging tot ordenen. Zeer lichte.)

(Hoe staat het met de voornemens voor het nieuwe jaar? Ze zijn nog in de voorwoordelijke fase.) (Iets met een ritme en een adem.)

Je krijgt een mooie nieuwjaarskaart. (Je gedicht deed haar denken aan de mooie tentoonstelling met foto’s van de zee.) (Warm.)

Je kijkt naar het blad van de plant op je tafel. Misschien wil het je iets zeggen.

Geen opmerkingen: