06 april 2026

Departure(s)


Vertrekken, een vertrek. Leven, dood, liefde, schrijven, vertellen. Misschien wil je verhalen zien als je naar het leven kijkt. Misschien ben je zelf het verhaal dat je construeert. Misschien kun je vertrekken met een roman, omdat je niet wilt sterven midden in het schrijven van een roman. Misschien vertrekt een roman ook uit zichzelf. Vertrekken hangt samen met aankomen. Maar de dood is iets als een vertrek zonder aankomst. Departure(s) (in het Nederlands vertaald als: Vertrek(punt)) is het laatste boek van de Britse schrijver Julian Barnes. Dat is toch alleszins wat er in het boek staat. Maar moet je als lezer de verteller geloven, ook als die erg op de auteur lijkt? Het boek laat zich zo min vatten in één vorm als het leven zelf, en dat is een mooi geschenk. Departure(s) is iets als een beweeglijke aankomst in grote stijl.

Een boek van Julian Barnes lezen is als een bepaalde vorm van thuiskomen. Je herkent meteen die taal, die mengeling van rust, eruditie, ironie, wijsheid. Je beweegt tussen tekstvormen. De verteller Barnes is soms een personage, in de zin dat je niet goed weet in welke mate het fictie is dat je leest. Het is iets als een welbepaald soort universum, dat herkenbaar en ook open is. In dit boek is het niet anders, tot in het laatste deel, waar de auteur dichter naar het boek komt, om afscheid te nemen van zijn lezers.

Dit boek is een combinatie van een essay, een verhaal, persoonlijke reflecties, herinneringen. In het verhaal omschrijft een van de personages zijn vorm als “hybride”. Het is een vorm die hij ook in andere boeken gebruikte en die hier heel goed werkt. Het lijkt als lezer in het begin misschien niet zo duidelijk waarom het boek net deze vorm heeft, maar naarmate je verder leest en bij het einde komt zie je hoe ingenieus en sterk de structuur van het boek is.

Het boek bestaat uit vijf hoofdstukken. Het eerste (The Great I Am) gaat over het geheugen. Het tweede (The Beginning of the Story) vertelt het eerste deel van het verhaal van Stephen en Jean. Het derde (Manageable) gaat over de ziekte die Barnes heeft. In het vierde (The End of the Story) komt dan het tweede deel van het verhaal van Stephen en Jean. En in het vijfde (Going Nowhere) neemt de auteur afscheid.

In het eerste hoofdstuk gaat het dus over hoe het geheugen werkt en hoe herinneringen opnieuw ongewenst kunnen opgeroepen worden. We zijn hier meteen ook al bij Proust, een van de geliefde onderwerpen van Barnes. De tekst beweegt tussen iets als een journalistiek artikel over wetenschap en een literaire analyse, zo lijkt het toch. De verteller, Julian Barnes, spreekt tussendoor ook even de lezer aan om te zeggen dat er nog wel een verhaal komt, of een verhaal in het verhaal, en dat dit zijn laatste boek zal zijn. Uit die interessante beschouwingen blijkt dat een geheugen even onbetrouwbaar is als een verteller. Je kunt niet zomaar vertrouwen op de constructie die je brein maakt van het leven dat achter je ligt. Het is nog maar de vraag of je werkelijk zou kunnen ‘vatten’ wat een leven is.

In het tweede en vierde hoofdstuk is de verteller iemand die alleszins heel erg lijkt op Julian Barnes. Hij gaat terug naar zijn studententijd in Oxford in de jaren zestig. Hij leerde twee bijzondere mensen kennen, Stephen en Jean. Hij was een soort tussenpersoon en bracht hen samen. Het was alsof hij daarmee een verhaal, een leven, had gecreëerd. Maar de liefde overleefde niet, en ze verdwenen allebei weer uit zijn leven. Het is een verhaal zonder midden, want zoveel jaar later neem Stephen terug contact op. Voor hem is de liefde nooit overgegaan, het was en is nog steeds zijn enige verhaal van de liefde. Hij vraagt aan Barnes om hem weer samen te brengen met Jean, wat ook gebeurt. Maar waarom doet Barnes dat? Is het een soort egocentrisch verlangen om als een auteur of alwetende verteller personages en verhalen te maken? Gaat het over het verhaalverlangen op zich, de neiging om naar een leven te kijken alsof dat enkel een verhaal kan zijn? Het gaat alleszins opnieuw fout tussen die twee, in zekere zin door een teveel aan liefde, liefde als een verhaal. De constructie van een nu is ook een reconstructie van een toen. Maar zijn je herinneringen wel te vertrouwen? De auteur Barnes – als je ervan uitgaat dat dit verhaal echt gebeurd is – is geen betrouwbare auteur, want hij had aan zijn vrienden beloofd om nooit over hen te schrijven. Het verhaal was te mooi om te laten liggen. Een leven, het verhaal daarover, werd gebruikt door een schrijver die via een verhaal iets over zichzelf wilde vertellen. Het zou evenwel ook kunnen dat dit verhaal verzonnen is. Literatuur moet waarachtig zijn, niet noodzakelijk waar. Een romanschrijver neemt een lezer mee in een ‘echte leugen’.

Het midden van het boek is een persoonlijk verhaal van (de echte) Julian Barnes die sinds een aantal jaar leeft met een bijzondere vorm van leukemie. Die is “incurable yet manageable”, zo is gebleken. Barnes heeft het in zijn werk vaak gehad over de dood, en hiermee lijkt die ineens dichterbij te komen. Een aantal jaar geleden verloor hij zijn toenmalige echtgenote aan een hersentumor. Nu gaat het over hemzelf, maar het verloopt heel anders. Hij zal met de ziekte leven tot hij sterft. Sterven zal dus de overwinning zijn op de kanker. Barnes beschrijft in dit deel, met veel humor en ironie, hoe het hele proces verloopt. Maar hij schrijft ook over het schrijven over wat er met hem gebeurt, om bij te houden wat hem overkomt. Daarbij merkt hij dat zelfs zijn eigen schrijven, zogenaamd feitelijke weergaves, ook telkens constructies, selecties en verhalen zijn. De auteur kan zelfs zichzelf niet vertrouwen.

Het laatste deel is het meest beschouwende. Je voelt hoe de echte auteur Barnes voorzichtig van achter zijn scherm in het boek komt zitten en samen met de lezer reflecteert over leven en dood en schrijven. Alle dingen die zijn uitgezet in de vorige hoofdstukken komen hier als lijntjes samen. Het is heel ontroerend hoe je voelt dat de woorden en de toon van deze zinnen heel nauwkeurig gekozen worden, i het besef dat ze de laatste zullen zijn. Binnenkort zal hij vertrekken, om nergens aan te komen. Hij zal nog een stapeltje boeken zijn, en anekdotes die anderen vertellen. Meer is er niet, en hij heeft er vrede mee. Hij bedankt de lezer, omdat die de hele tijd met hem is meegelopen in het spel dat literatuur is, in samen kijken naar de wereld en proberen verhalen te zien.

Als dit een vertrek is, dan is het een mooie vorm van blijven. Als lezer voel je je dankbaar dat je mocht verblijven in deze roman die zich met jou mee afvraagt wat een roman is. Misschien ben je altijd op een of andere manier aan het vertrekken, ook als besef je dat niet. Departure(s) is een heel mooi boek. 

Geen opmerkingen: