26 april 2026

Niemand kan terug


Acht jonge vrouwen op het kantelpunt tussen een jeugd en het volwassen leven, binnen en buiten, verwachtingen en eigen keuzes. En dat in het Italië dat in de jaren dertig in het fascisme kantelt, al is dat een ver achtergrondgeruis. In de roman Niemand kan terug van Alba de Céspedes, die uitkwam in 1938, volgen we hen aan de rand van het grote leven. Het boek, dat zeer populair was bij het verschijnen, werd in de ban gedaan door de fascisten, blijkbaar omdat de vrouwen in het boek niet zouden beantwoorden aan het ideaal van wat zij verwachtten van vrouwen. Vrouwen moesten thuis blijven, leven in dienst van hun man en kinderen krijgen. Dat ze zelf keuzes zouden willen maken, voor een leven dat niet zomaar past in de idealen van de mannelijke fascisten, werd als immoreel beschouwd. In dit opmerkelijk frisse en wervelende boek gaat het enkel over vrouwen, die complexe levens leiden en proberen te navigeren tussen hun verlangens en de geplogenheden van de buitenwereld.

De acht jonge vrouwen verblijven in het Grimaldi-college in Rome. Ze komen uit verschillende streken in Italië, uit verschillende maatschappelijke klassen. Ze studeren, al dan niet met veel gemak. Een van hen wil schrijfster worden maar het ene na het andere manuscript wordt afgewezen. Een van hen zegt niet dat ze daar is om zo dichter te zijn bij het kind dat ze kreeg toen ze nog maar zestien was en dat in een kostschool in de buurt verblijft. Het college wordt beheerd door een groep nonnen in het aansluitende klooster. De dagelijkse regels zijn streng. Maar ’s avonds zien de vrouwen elkaar wanneer ze op een van hun kamers samenkomen, met kaarslicht. Ze delen verhalen, studeren samen, dromen over een toekomst, verzwijgen elkaar belangrijke dingen uit hun leven, zetten stappen op weg naar hun latere leven. De groep is door het lot daar samengekomen. Ze delen hun tijd samen, maar weten van elkaar dat ze later niet in elkaars leven zullen blijven.

Het is bijzonder hoe alle vrouwen een heel eigen gezicht krijgen in het verhaal. De toon is niet sentimenteel of romantisch. Als lezer kijk je telkens door de ogen van elke vrouw afzonderlijk. Met tegenstrijdige verlangens en gedachten, de hele tijd in beweging. Stap voor stap groeien ze uit elkaar, wordt de groep in het college kleiner. Naar hoe het was vroeger, kunnen ze niet terug. Ze willen zelf kunnen kiezen naar welk later ze willen, al moeten ze daarbij rekening houden met wat de maatschappij verwacht of mogelijk maakt. De ene wil na haar studies toch terug naar het landelijke gebied waar ze vandaan komt. De andere stopt met haar studies en wil ‘arriveren’ in het leven. De pragmatische afwegingen die ze daarbij maakt, brengen haar financiële rijkdom maar ook eenzaamheid. Nog een andere gaat als assistente werken voor een professor en vindt daar tijdelijk een veilige plek. Er is een besef, gepaard met angst, dat er een kans is dat ze in het leven vast zullen lopen in een huwelijk of een baan als leerkracht zonder veel perspectieven op verdere zelfontwikkeling. Er is het worstelen met het geheim van een kind dat maatschappelijk het symbool is van een immoreel leven. Moet je dan proberen jezelf in te schakelen in een ‘veilig’ huwelijk, of moet je toch je eigen weg gaan? Kun je aan de andere kant van de brug geraken, en hoe zal het daar dan zijn?

Het is mooi hoe de plek van dat college heel dubbel aanvoelt. Aan de ene kant is het een plek van controle, strikte regels en discipline. Het is een plek die officieel een soort haven wil zijn als toevlucht voor een gevaarlijke en verdorven buitenwereld. Het kader dat de nonnen maken voor hun meisjes is tegelijk hyprocriet en rekkelijk. Onder elkaar kunnen de nonnen hard zijn, maar ze hebben de jonge vrouwen ook nodig om het leven te voelen. Het echte leven is aan de andere kant van de muren, en daar loert het gevaar. De plek binnen kan versmachtend zijn. Aan de andere kant is het ook een soort ‘safe space’ waar de vrouwen bij elkaar kunnen zijn, zonder mannen, zonder de directe dwang van de maatschappelijke systemen. Ook al weten ze dat het tijdelijk is, ook al vertellen ze niet alles aan elkaar, ook al zien ze niet altijd hoe een van hen ontspoort, het is een plek waar ze kunnen verlangen, in de war zijn, worstelen met zichzelf.

Het lijkt allemaal zo vanzelfsprekend misschien voor de lezer van vandaag. Maar het besef dat op de achtergrond van dit alles een dwingend misogyn systeem in opbouw is, maakt dat je wel ziet waarom de vrijheid die uit de focus van dit boek spreekt bedreigend zou kunnen zijn voor autoritaire mannen die niet willen erkennen dat vrouwen hun eigen levenskeuzes willen en moeten kunnen maken. Er zit een sterke subversieve kracht in dit boek, door de hele opbouw, maar ook door de beschrijving van de personages zelf. Ze passen niet in afgeronde morele categorieën, ze zijn niet zomaar goed of lief, ze worstelen met opgelegde of verwachte afhankelijkheid en maken keuzes die niet altijd dapper zijn, of die lang op zich laten wachten.

Het zegt veel over de kracht van dit boek dat het zo fris en helemaal niet gedateerd aanvoelt. De personages zijn modern. De manier van vertellen, van het ene naar het andere personage, is wervelend en dynamisch, in de zin dat je verschillende persoonlijke verhalen voelt samenkomen die naast elkaar bewegen en schuren en hun eigen weg gaan. Er is geen alwetende verteller die alle lijntjes bij elkaar brengt en in de toekomst kan kijken. De stijl is direct. Als lezer zit je dicht op de personages, kun je soms in hun hoofd kijken, en soms ook helemaal niet. Het is alsof dit boek een stuk uit de tijd knipt. Als lezer van nu weet je wat er op de achtergrond in het Italië van toen aan het bewegen was. Het voelt als heel erg krachtig dat alleen de leefwereld van vrouwen in beeld komt. Dat wat normaal zou moeten zijn door vermoeiende bange mannen als een soort ‘statement’ werd ervaren dat moest worden gecensureerd zegt veel over hun bekrompenheid en tegelijk over de kwaliteit van dit boek. Heel terecht dat dit ‘herontdekte’ boek weer in de aandacht is gekomen.

Geen opmerkingen: