De week begint. (Zou de week dat trouwens van zichzelf weten?)
(Je wilt de week altijd in je hoofd kunnen zien, als een plek, misschien.)
Je belt naar het ziekenhuis, voor een afspraak voor een onderzoek binnen een jaar. De mevrouw aan de telefoon stelt een vraag waarop je niet kunt antwoorden.
Die namiddag. De vergadering van de commissie, in het statige gebouw. De man komt een toelichting geven over een toekomstvisie. (Discussie in je hoofd.) Je doet het toch maar, je stelt enkele vragen. Het antwoord zegt veel. Je kijkt naar het gesprek, naar de woorden. De dingen bewegen rustig. (Misschien ben je oud, denk je, of net niet, het geeft niet.)
In de trein zou je willen schuilen in de stilte.
Een andere dag. (Een beetje drijfzenuwen, merk je.)
(Je belt even met god, om te checken hoe het nu eigenlijk zit met die oranje gek van de andere kant van het water. Die zogenaamde dokter. Ze zucht. Sommige mensen kunnen zelfs god uitputten. En ze doet nog zo haar best, weet je. Het is niet altijd eenvoudig om god te zijn. Laten we het erop houden dat hij niet in mijn naam spreekt, zegt ze. Ze zegt nog dat je je geen zorgen moet maken over je paasverwarring. Je wenst haar nog een rustige dag toe, met een middagdutje. O ja, zegt ze, als dat zou kunnen. Je doet dat goed, zegt ze.)
Op weg naar het station. De zee begint hier, dat staat er. (Ze is dichtbij.)
Je bent een beetje te vroeg, zoals steeds. Een mooi cadeau van een dierbare vriendin. Drijven. (Het beeld was er al de hele tijd.) Droog drijven, in dit geval. Zij gaat eerst. Daarna mag jij. De mevrouw legt alles uit, daar in het kamertje waar het drijfding staat. Ze heeft voor jou een speciale geur gekozen in de kamer. Je moet nog een kleur kiezen. Even later lig je daar. Het is een soort waterbed voor gevorderden. Lekker warm. Je geeft jezelf uit handen aan het drijven, het duurt even. (Iets hiervan ken je niet, denk je.) Je huid luistert naar iets. (Iets maakt je verdrietig, dat je alleen bent hier. Je zoekt iets.) Ontspannen vertrek je weer.
De avondvergadering. Je kijkt naar het bewegen van het gesprek.
Een nieuwe dag. (Wakker worden uit een bijzondere droom, een trage droom, waar je lang in kon blijven. En iets met foto’s.)
Een lege dag, die zich gewoon laat vullen met de dingen. Je volgt. (Drijven is het nog niet, maar dat hoeft ook niet.)
Je buik wil je iets zeggen, vermoedelijk. (Soms denk je dat je al genoeg weet, het hoeft niet steeds herhaald te worden.)
Die avond. Je probeert te bedenken wat je denkt over muziek en troost, en of je daar wel iets zinvols over te zeggen hebt. In je hoofd spring je van het ene naar het andere liedje. (Waarom denk je bij het idee troost aan dat liedje?) Je probeert het te ordenen in je schriftje. Je haalt het boek van de schoonheid en de troost er nog even bij. Misschien zie je iets. Je leest enkele dingen terug die je ooit schreef over dit alles. (Je ziet een lijn, maar het zal wel saai zijn wat je te vertellen hebt. Hier begint de zee, misschien is dat het.)
Een andere dag. Veel verhalen op het werk. Je kijkt. (Je houdt van je plekje daar, merk je.)
Een mooi gesprek met de mevrouw van de bank.
Die avond, het lijstje afwerken, dingen inhalen. Daarna het dekentje. Om een of andere reden ben je heel week, bijna doordrijfbaar. Tranen.
De ogen van die vrouw in die serie. (Ze zou je zeker begrijpen, denk je.)
Een nieuwe dag. Je haalt de vroegere trein. Je begint snel aan de vrijdagtekst.
De poetsmevrouw is zoals steeds heel opgewekt, alsof ze blij is je te zien.
Je wacht op het perron. Op het reclamebord staat een product dat zou moeten leiden tot “87% vollere huid”. Je probeert te begrijpen wat een volle huid is, en wat dan een lege huid zou zijn. Zou het iets met huidhonger te maken hebben?
De afspraak. Voor een les die je gaat geven binnen een jaar. (Je hebt in die maand dus al twee afspraken.)
Je hebt nog iets nodig van de apotheek. Je vraagt aan de mevrouw wat een volle huid is. Ze legt het je uit. (Elke dag iets nieuws leren, je kunt weer een kruisje zetten.)
Je hebt een vrijdagherinnering.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten