Kun je beginnen, ergens? Kun je opnieuw beginnen? Kun je zo een verhaal maken dat je dan zelf bent? Kun je eigenlijk wel een verhaal maken? En hoe doe je dat, als je zelf ergens in het midden van je leven vast lijkt te zitten? En kun je met dat alles een boek maken? Een boek dat een boek is over een boek, een verhaal dat het heeft over wat een verhaal is? Ja. En Valeria Luiselli deed het, in het geweldige Beginning Middle End (vertaald als: Begin midden einde). Een fascinerend, beweeglijk en ook heel vrouwelijk boek dat het op een heel aanwezige manier heeft over heel veel dingen. Het gaat over moeders en dochters. Het gaat over jezelf opnieuw uitvinden door een thuis te vinden, met elkaar, op een plek, in jezelf, in de lijn van generaties. Het gaat over literatuur. Het gaat over een bestemming zoeken in een wereld met dreigingen op de achtergrond. Het gaat over verhalen die bewegen en van vorm veranderen en vertellers die in elkaar overlopen. Het gaat over de tijd.
De vertelster in het boek, een schrijfster, heeft net een moeilijke scheiding achter de rug, heeft een moeilijk boek gemaakt, en wil weg. Ze haalt haar dochter van twaalf van school en vertrekt voor een boektournee in Europa. Ze zou moeten schrijven aan haar nieuwe boek, maar dat lukt niet al te goed. Ze weet niet goed wat voor boek het zou moeten worden, een essay of een roman. Het zou moeten gaan over een moeder en een dochter, maar welke moeder en welke dochter? Na afloop van de tournee gaat ze met haar dochter naar Sicilië. Haar grootmoeder was van daar, en vertrok er ooit met de boot. Ze kunnen verblijven in het appartement van een vriend of kennis of minnaar, iets tussenin. Ze installeren zich daar. Zij probeert een ritme te vinden om te schrijven, wat niet echt lukt. Ze schrijft wel heel veel, maar het lijkt nergens naartoe te gaan. Ze komen in het ritme van de plek. De bewuste man, een pianist, komt terug. Even neemt de passie het over, maar al snel voelt de vrouw dat iets zich herhaalt uit haar huwelijk, geweld. Moeder en dochter maken zich klaar om te vertrekken. Als een rode draad door het hele verhaal is er mozaïek van Proteus. Die mythologische zeegod kon de hele tijd van vorm veranderen en had ook inzicht in verleden en toekomst. Het is de grootmoeder van de vertelster die werkte op een archeologische site op het eiland. Ze moest zich voordoen als man om er te mogen werken. Uit een van de opgravingen heeft ze dat stuk mozaïek meegenomen, naar Mexico. De grootmoeder werd dement. De moeder van de vertelster stuurt berichten heen en weer, zegt dat ze zich klaarmaakt voor een mogelijk verregaande actie met een radicale milieugroep. Maar ook zij begint haar geheugen te verliezen. De dochter van de vertelster wil dat ze het mozaïek terug brengen naar de site vanwaar het komt. Moeder en dochter gaan op weg, bezoeken de bewuste site, en komen uiteindelijk op een nieuwe plek terecht waar ze zich weer installeren. Maar op de achtergrond zijn er acties tegen migranten op het eiland, gevaarlijke winden, wakker wordende vulkanen en oprukkende natuurbranden. Zullen ze kunnen blijven op deze plek die tegelijk een oude en een nieuwe thuis is?
Bij het begin van het boek vraagt de dochter aan de moeder of ze nu eindelijk eens een roman zal schrijven met een begin, een midden en een einde. Die vraag leidt tot veel innerlijke druk bij de moeder. Ze reflecteert over literaire conventies en vormen. Wat is plot? Wat is de essentie van een roman? Een roman heeft wezenlijk te maken met een verloop in de tijd, en dat is het moeilijkste om te vatten, zegt ze. In een essay daarentegen kun je in dezelfde tijd blijven. Is ze nu eigenlijk een roman aan het schrijven, of een essay? Ze weet het niet. Ze schrijft fragmenten die op zich los lijken te staan van elkaar. Je leest hoe ze een soort saaiheid zoekt, om zo een thuisplek op te bouwen. Ze denkt veel na over haar rol als moeder, en of ze het wel of niet goed doet. Ze probeert de lijnen te begrijpen tussen vier generaties vrouwen. Ze schrijft foute mannen van zich af. Ze is bij dat alles in een permanente dialoog met haar dochter. Ze hebben het onder meer over verhalen uit de klassieke Oudheid, over de betekenis van Proteus. Het beeld van Proteus als een wezen dat permanent in metamorfose is, komt op allerlei manieren als thema en motief in het boek terug. Ze probeert de dreiging van de tijd (klimaatontwrichting) met impact op die plek te vatten en daarbij wil ze haar dochter beschermen.
Er zijn heel veel betekenislagen in het boek. Het boek is tegelijk heel toegankelijk en ook heel beweeglijk en meerstemmig. Het is een heel erg mooi verhaal over een moeder en een dochter, en moeder die tegelijk zelf dochter en kleindochter is. De moeder probeert, na een einde, een nieuw begin te maken, een nieuwe thuis te zoeken voor zichzelf en voor het gezin dat nu uit twee bestaat. Uit het niets een nieuwe thuis maken heeft verschillende dimensies. Het is naar een plek gaan die je nog niet kende maar waar je een nieuwe routine opbouwt. Die plek is tegelijk een plek die als een thuis voelt, omdat het de plek van de grootmoeder en haar verhalen is. De lijn tussen de vier vrouwen is fluïde, verhalen schuiven door, wat tot veiligheid en verwarring kan leiden. Het kan een druk zijn, maar het kan ook een veilige bedding van verhalen en zorg zijn. Daarin kunnen mensen van vorm en plaats veranderen. (Over welke moeder en dochter gaat het nu eigenlijk?) Ze kunnen elkaars stemmen overnemen, elkaars verteller worden. Je strandt, na een zoektocht op een eiland waarmee je door verhalen verbonden bent, met familielid dat van daar met de boot vertrok om een nieuwe thuis te zoeken. Maar het is de tijd van nu die je zal verplichten om weer weg te vluchten, met de boot.
De vertelster voelt zich een beetje gekneld in het midden. In verhaaltheorie is dat midden een soort overschot- of overgangsruimte. Want het is het begin dat zo interessant lijkt, omdat je daar de contouren van het verhaal kunt maken. En het is het einde waar je naar uitkijkt, om te begrijpen hoe het verhaal zich neer zal leggen. Maar misschien is het wel het midden dat je moet verkennen, dat onduidelijk gebied dat beweegt tussen verleden en toekomst, waar je met je bagage bent aangekomen en waar je je weg moet zoeken in de modder, waar van vorm veranderen iets heel anders is dan uit het niets bij het begin van een verhaal. In dat midden maken mensen hun verhaal. Je probeert, met al je twijfels en gebreken, een zo goed mogelijke moeder te zijn voor je dochter. Je beschermt haar, en er is tegelijk zoveel dat je van haar niet begrijpt. Je denkt dat jij de vertelster van je eigen verhaal bent, maar misschien kan – zonder dat je dat zelf beseft – je dochter jouw verhaal overnemen en ook een vertelster worden. En daardoor komen de fragmenten bij elkaar als in een nieuwe mozaïek.
Vormelijk zit het allemaal heel erg knap in elkaar. De hoofdstructuur verwijst naar het begin, midden, einde, met nog een extra deel. De fragmenten hebben bijzondere titeltjes, die op een heel eigen manier een ritme aan de tekst geven. Pas aan het einde kom je te weten waar die titels naar verwijzen. Achteraan zijn er nog Polaroidfoto’s en ansichtkaarten die in het boek een belangrijke rol spelen, als dragers van verhalen. De tekst beweegt tussen verhaal en feitelijke informatie (als voor een essay). Er zijn heerlijke dialogen tussen moeder en dochter. Er is het ritme van het vrouwelijk lichaam. Er zijn allerlei kleine verwijzingen naar de betekenis van een huis. Er is een toenemende dreiging op de achtergrond die het kleine gezinnetje van moeder en dochter steeds meer lijkt in te sluiten. Het is moeilijk uit te leggen hoe dat komt, maar het boek voelt heel erg aanwezig. Je bent als lezer de hele tijd heel dicht bij dat eindeloos meanderende verhaal dat op verschillende lagen beweegt en heel veel zegt over de tijd waarin we leven. Beginning Middle End is een schitterend boek.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten