Bij het begin van de week zitten de beelden nog in je hoofd van de performance van de vorige dag. Hoe zij stil lag en bewoog, eerst zonder, daarna met het verenpak. Hoe het je ontroerde. (En hoe bezorgd je was dat het veel te koud was voor haar.)
Een afspraak bij de dokter. Lachen met ouder worden en apparaten die zogenaamd gemakkelijk zouden moeten zijn.
Een elektriciteits- en internetpanne op het werk. Samen met je collega sta je te kijken naar de kast waaruit 134.572 kabels lijken te vertrekken (Of iets minder.) Zoals hij zegt: het is een wonder dat dit alles op andere momenten wel gewoon lijkt te werken.
It’s now or never, more than ever / When I met you I didn’t think you would do / It’s soon after midnight and I don’t want nobody but you
Of je iets kunt schrijven, vraagt ze, over wat je die vorige dag zag, hoe het bij je overkwam. In je woorden probeer je aan te raken wat je zo ontroerde. (Beetje verlegen, zullen je woorden niet onnozel zijn?)
Een afspraak. Hij vraagt je advies. Je probeert zo goed mogelijk te antwoorden.
(In de trein naar huis. In je hoofd springen de woorden over elkaar heen. Je zult er straks een nota van moeten maken, misschien gaan ze dan rusten.)
When you think that you’ve lost everything / You find out you can always lose a little more / I been to Sugar Town, I shook the sugar down / Now I’m trying to get to heaven before they close the door
Een andere dag. Op weg naar de workshop. Bang dat je te laat zult komen. Je bent te vroeg, je bent de eerste. Het wordt een heel boeiende discussie. (Je bent blij dat je er zomaar bij mag zijn, met al die slimme mensen.) Je hebt weer veel geleerd.
Terug op het werk. Je plekje. Je houdt van het licht daar, hoog boven de stad. Het geluid van woorden die op je scherm komen.
(En misschien stilaan een beetje zenuwachtig voor het grote concert, later die week.)
Did so many things I never did intend to do / Well, I’m tryin’ to get closer but I’m still a million miles from you
Die avond krijg je bericht van een goede vriendin. Ze weet eindelijk wat er met haar lichaam aan de hand is. (Het maakt je droevig.)
Een nieuwe dag. Je probeert je lijstje af te werken.
Lichte onderhuidse spanning voor wat er volgende week aan de andere kant van de oceaan staat te gebeuren. (Hoeveel chaos het ook zal veroorzaken, je zou zo graag willen dat die weerzinwekkende zieke man zo hard en zo totaal mogelijk zal verliezen. Alles zal waarschijnlijk anders lopen dan je zou willen, maar je moet toch iets doen met je walging en woede… Of zoiets.)
But me, I’m still on the road / Headin’ for another joint / We always did feel the same / We just saw it from a different point of view / Tangled up in blue
(Stilaan in een soort ritme komen, iets als een proactieve melancholie, voor het concert van de volgende dag.)
Het voorrecht om jonge collega’s te hebben. Je leert zoveel. Misschien ook wel hoe je oud zou kunnen zijn.
En binnen enkele dagen is er die verjaardag weer. Ze zoekt haar weg in de grote wereld. (Vorige nacht lag je mogelijke onderwerpen te bedenken voor opdrachten voor haar portfolio met foto’s. Je zou zo graag…)
I was born here and I’ll die here against my will / I know it looks like I’m moving, but I’m standing still / Every nerve in my body is so vacant and numb / I can’t even remember what it was I came here to get away from / Don’t even hear a murmur of a prayer / It’s not dark yet, but it’s getting there
Die avond. Ineens ontspant je lichaam. (Schokken.) Een diepe nacht.
Een andere dag. (De dag.) Gesprekken met de collega’s.
Na de vergadering nog het overleg met je Europese collega’s. (Hoe hij het doet, weet je niet. Maar je krijgt altijd hoofdpijn van zijn Engels.)
Op tijd vertrekken. Thuis nog enkele dingen doen. Iets eten. (Niet weten hoe dat zal gaan.) En dan is het tijd.
I hear the ancient footsteps like the motion of the sea / Sometimes I turn, there’s someone there, other times it’s only me / I am hanging in the balance of the reality of man / Like every sparrow falling, like every grain of sand
Op weg naar het concert. Hoe vaak ben je met haar al naar hem gaan kijken? Je weet het niet. Hoe vaak zag je hem al? Je weet het niet. De eerste keer was ondertussen meer dan veertig jaar geleden.
De trein, de tram, de mensen volgen, aanschuiven, en dan de zaal. De mevrouw brengt jullie naar de plaatsen, op de tweede rij. (Het lijkt een beetje onwezenlijk om zo dichtbij te zitten.) De vriendin die voor de tickets zorgde is er ook. En dan begint het ineens, hij komt twee minuten te vroeg het podium op. Wat zou het zijn? Een meter of tien van waar jij zit?
Met zijn hoodie op heeft hij precies een kleine plek voor zichzelf gemaakt waar hij zich helemaal kan concentreren. Je kunt elk woord verstaan. (Je begrijpt nog beter wat hij ooit bedoelde in dat interview, toen hij zei dat alles om het ritme draait.) Het raakt je heel erg. De voorbije jaren is er iets kleiner geworden, breekbaarder, bijna minimalistisch. Het is zo mooi, dat te zien. Vergeleken met vorig jaar is het alsof er iets terug is. Alsof hij vrijer is. Hoe hij blijft zoeken, bewegen, op zijn geheel eigen manier. (Het was een van zijn beste concerten die je ooit zag, denk je.) Je voelt je dankbaar.
En terug de tram, de trein. Het lijkt moeilijk om iets te zeggen, je zou liever gewoon wat zwijgen, denk je. Die jonge meiden op de andere bank lijken zo opgewekt. En nog voor middernacht ben je weer thuis.
Een nieuwe dag. (De nacht was nog een beetje vol van.) Een vroegere trein.
From the plains and the prairies - from the mountains to the sea / I hope that the gods go easy with me / I knew you’d say yes - I’m saying it too / I’ve made up my mind to give myself to you
De vergadering. Op het scherm lijken de anderen zo ver weg ineens.
Je collega’s zijn beneden aan het werk voor de conferentie. Jij kunt boven rustig verder werken aan de vrijdagtekst. De poetsmevrouw vraagt of ze mag stofzuigen. Terwijl doe jij de planten. Je gaat even dag zeggen beneden tijdens de pauze. (Iedereen kent jou, zeggen je collega’s.)
Je hebt die avond nog iets te schrijven, ook al is het maar heel kort. Je zou kunnen doen wat je elke week doet, maar je wilt dat het kleiner is, stiller is. Iets is moe.
Een andere dag. De boodschappen. Je zoekt een cadeau voor een grote meid. Koffie drinken met je maatje.
(Iets is moe. Misschien wacht je op iets dat niet zal komen.)
De leegte zal je goed doen, denk je.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten