Het is een bepaald soort verlangen. Weten dat er een nieuw boek van Elizabeth Strout is, een beetje zenuwachtig in de boekhandel kijken of het er al ligt, en het dan ineens in je handen houden. Het daarna nog heel even laten liggen voor je eraan begint, om dan vanaf de eerste bladzijde te voelen dat je op een bepaalde manier weer thuis bent. Het is niet anders met het heel mooie The Things We Never Say (vertaald als Wat ongezegd blijft). Er zijn zoveel dingen die we niet tegen elkaar zeggen, besef je als lezer terwijl je door het boek beweegt. De dingen die mensen niet zeggen, ze maken ons eenzaam en ze houden ons tegelijk bij elkaar. De titel van het boek lijkt nogal direct, bijna pedagogisch, maar het boek laat net de complexiteit zien van kleine levens en kleine gebaren. Het ademt diepe menselijkheid en tederheid. Meer dan over haar vorige boeken hangt er heel subtiel een sluier van zwaarte van de reële wereld over dit boek. Alsof de auteur daarmee iets wil zeggen over ontwikkelingen waarover we niet niets kunnen zeggen.
Het boek speelt zich af in het kustgebied van Massachusetts. Het hoofdpersonage, door wiens ogen de verteller vertelt, is Artie Dam. In het begin van het boek is hij 57. Hij is al veel jaren leraar geschiedenis, werd ooit verkozen tot ‘leraar van het jaar’. Hij heeft altijd met veel bezieling les gegeven, met een bijzondere aandacht voor de Burgeroorlog. Hij wil oprecht de jongeren begeleiden naar een waardige plek in het leven. Hij is, of was, het soort leraar dat een echt verschil kan maken in het leven van anderen. Hij is al vele jaren getrouwd met Evie. Ze hebben een zoon, Rob. Artie is van eenvoudige afkomst, is een beetje omhoog getrouwd. Op jonge leeftijd was Rob mee verantwoordelijk voor een ernstig auto-ongeval, en dat heeft het gezin zwaar getekend. Evie werd therapeute en vader en zoon leken van elkaar weg te drijven.
Artie gaat regelmatig met zijn zeilboot op het water en drijft meer in het algemeen een beetje door het leven. Sinds een tijd gaat dat moeilijker dan hij aan de buitenwereld laat blijken. Hij vraagt zich af of er iets bestaat als vrije wil. Maak je zelf de keuzes die bepalen waar je terecht zult komen, of zijn het de omstandigheden? Onder die vraag zit een sluimerende eenzaamheid. Hij voelt de afstand tegenover zijn vrouw en zoon. Hij vraagt zich af waarom mensen niet de echte verhalen vertellen, maar steeds veilig naast elkaar heen praten zonder te laten zien wat er echt gebeurt. Hij denkt na over manieren om uit het leven te verdwijnen zonder dat dat tot veel gedoe zou leiden. Het is ook de wereld die op hem weegt. Hij voelt de angst van zijn leerlingen, die na de coronaperiode opnieuw hun weg moesten zoeken. Hij maakt zich zorgen over de nakende presidentsverkiezingen van 2024. Uiterlijk houdt hij de schijn hoog en blijft hij zijn zachte optimistische zelf, maar innerlijk is er een groeiende leegte. In fragmenten kom je meer te weten over zijn jeugd, met onder meer heel ontroerende verhalen over zijn zus, die jong stierf. Hij beseft beter de afstand die er was tussen hem en zijn vader, en merkt dat hij zelf tegenover zijn zoon op een plek gekomen is waar hij niet wil zijn. Hij wil wél dingen kunnen zeggen tegen zijn zoon, wil wél diens verhalen horen.
En dan gebeurt bijna dat wat hij in alle stilte aan het voorbereiden was. En de dingen kantelen een beetje. Artie wil met meer overtuiging in het leven blijven. Het contact met zijn zoon wordt beter. Er ontstaat een nieuwe vriendschap. Artie denkt dat hij alles kan zeggen in die vriendschap, dat hij er zichzelf kan zijn, maar beseft later hoe die warme vriendschap alleen zo kan zijn omdat er over sommige dingen niet gesproken wordt.
Halverwege het boek is er een (ook visueel zichtbare) cesuur. Met enkele woorden, op een verder lege bladzijde, wordt nogal droog vermeld dat iemand – de naam van de Amerikaanse president wordt nergens genoemd – gewonnen heeft. En daarnaast wordt er een lang verzwegen geheim onthuld. Dat leidt in zekere zin niet tot een schok in het verhaal, maar verandert wel alle verhoudingen. Artie gaat dingen doen die hij tevoren nooit zou gedaan hebben. Hij probeert zichzelf daarin te observeren en ziet weinig aanwijzingen van een sterke vrije wil in de gebeurtenissen. Er komt een soort toestand waarin aan de ene kant dingen niet meer gezegd worden en aan de andere kant net meer worden uitgesproken, in werelden die naast elkaar bewegen. In dat alles vormt de diepe liefde van een vader voor zijn zoon een stuwende kracht. Als leraar lijkt Artie soms de aansluiting te missen bij de tijd, reageert hij anders dan hij vroeger deed, en tegelijk kan hij net dan onverwacht een heel bijzondere verbinding maken. Op zijn haperende manier zoekt hij naar een waardigheid die steeds meer onder druk staat door het gewicht van de verstikkende politieke werkelijkheid. Als leraar geschiedenis weet hij tot wat autoritaire leiders in staat zijn. Ben je machteloos? Is het beter dat je niet praat over dat wat zo snel kantelt? Met wie kun je delen wat je voelt? Wat weet je eigenlijk echt van de mensen die je omringen en met wie je je dagen deelt? Moeten alle geheimen onthuld worden?
Net als in haar andere boeken kan Elizabeth Strout als geen ander de lezer mee laten kijken in de innerlijke wereld van gewone levens. Ze doet dat met veel mededogen. Ze schrijft zo goed dat het bijna niet opvalt. Haar stijl is ingehouden. Vaak wisselen korte fragmenten elkaar af, waarbij de verteller af en toe duiding geeft en soms ineens kan bewegen in de tijd. Het geheel zit veel ingenieuzer in elkaar dan je op het eerste gezicht denkt. Na een tijdje merk je hoe elementen terugkeren en met elkaar verbonden worden. Het is bijzonder hoe het boek beweegt tussen een vormelijk sterk weefwerk dat ook een zekere lichtheid heeft en tegelijk een verhaal dat zeer open is, met veel lege plekken, en toch ook een zekere zwaarte. In een aantal van haar vorige boeken voelde je steeds hoe het verleden woog op personages in het heden, met op de achtergrond iets van de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen. In dit boek is het alsof de auteur voor zichzelf niet anders kon dan die achtergrond dichterbij te brengen. Artie is ervan overtuigd dat zijn land bezig is met een langzame maar zekere zelfmoord. Het heden weegt op hem, maakt dat hij zich willoos voelt. En Strout lijkt voor zichzelf te hebben beslist dat ze niet mag zwijgen over iets dat meer is dan een achtergrond. Dat alles lijkt een soort urgentie toe te voegen aan het universum van Strout dat we zo goed kennen. Sommigen zullen dat misschien te concreet vinden, maar het geeft een extra laag aan dit boek. Als lezer voel je het als een dreigende sluier, die ervoor zorgt de personages minder kunnen bewegen, minder vrije wil hebben. Maar onder die sluier is er nog steeds een diepmenselijk verhaal van mensen die proberen waardig te leven en daarbij haperen. Mensen bewegen naast elkaar en dragen hun eenzaamheid, en evenzeer geven ze blijk van kleine of grote gebaren van tederheid en begrip. Mensen kunnen wel degelijk een verschil maken in elkaars leven, door de dingen die ze wél zeggen of doen. The Things We Never Say is een heel mooi en op zijn manier dapper boek dat diep ontroert.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten