13 oktober 2023

In goede handen


De week begint vroeg. Je probeert een eerdere trein te halen, maar die heeft vertraging. Je bent toch iets eerder daar dan anders. Het is nog rustig, straks gaat de conferentie beginnen. Je gaat nog even naar je bureau, om het fototoestel te halen. En om heel even daar te zijn, gewoon.

(Plekken.)

(Je denkt nog aan die vraag, dat je zou voelen hoe je je in de ruimte voelde. En dat je onbewust op zoek ging naar een plek in de ruimte, een plek waar je veilig zou zijn.)

Je loopt door de zaal heen en weer, maakt foto’s. (Sommige mensen zijn meer een plek dan andere.)

’s Middags wil je weer even aan je bureau kunnen zitten, al is het maar even.

Na het opruimen, de vooravond. Je hoopt alleen dat het een beetje stil zal zijn rondom jou in de trein. Je bent moe. Het gaat anders. De man enkele banken verder legt heel luid aan andere mensen uit waarom Poetin zo’n geweldige gast is en waarom die oorlog zo terecht is. (Je kunt het niet aanhoren, je wilt het niet aanhoren, de plek is geen plek, je stapt op, loopt door naar een andere wagon, zoekt een plek. Het duurt minuten eer je weer rustig bent.)

Een andere dag. Je werkt rustig door, haalt de dingen van de vorige dag in.

Die avond. De voorstelling begint. Twee vrouwen, de ene danst, de andere speelt piano. Je verdwijnt langzaam in de bewegingen die je ziet. Ze golven, wachten, spiegelen, ontsnappen, haperen, … Het is zo mooi. Je hoort alleen haar adem. (Jouw lijf zou alleen maar kraken of zo, minstens, denk je.) Het is zo mooi. (De mevrouw naast je heeft in dat ene uur wel vier keer op haar horloge gekeken. Grrr.)

Hoe kun je dans zijn, waar zie je de dans, je zult het nooit begrijpen. (Het is goed.)

Een andere dag. Je bent alleen op het werk, voor even toch.

Je volgt het webinar. Je hoort gradaties van Engels. (Die ene vrouw spreekt zo mooi Engels, je zou kunnen smelten, een beetje.)

Je hoort verhalen die je ontroeren.

Je geeft het pakje af op het postkantoor. Het vertrekt.

Je bent net op tijd thuis voor de volgende vergadering. De mannen op het scherm. (Misschien zijn jullie wel een plek.)  

Je spreekt je nieuwe stukje in. (Dat ene woordje dat je verkeerd zei, waarna je het herstelde, je knipt het eruit.)

(Je lijkt zo moe ’s avonds.)

Een andere dag. Je lichaam blijft een beetje achter op zichzelf, zo lijkt het. Een huls die een beetje hapert.

De pianostemmeneer belt om te zeggen dat hij vertraging heeft. Je werkt rustig verder.

Hij is gearriveerd, begint na een gesprekje aan je piano. Je hoort hem bezig in de andere kamer, je werkt rustig verder. (Zou het nog lukken straks die trein te halen om op tijd op die afspraak te zijn?)

Hij zegt dat je piano elk jaar beter wordt. (Je bent trots op je piano.)

Je mist net die ene trein, haalt de volgende. In de trein hoor je een verhaal dat je verdrietig maakt. (Je zoekt al woorden in je hoofd om een berichtje te maken.)

Dus net een beetje te laat voor je middagafspraak. Ze vinden het niet zo heel erg. Het eten is lekker.

Later, bijna weer thuis. Je vraagt aan de mevrouw aan de kassa hoe haar dag was. Ze heeft koud, zegt ze.

Je spreekt iets af met je zus. Het liet lang op zich wachten, maar binnenkort zal het gebeuren, zullen jullie iets uit handen geven. Aan een plek.

Die nacht lig je te woelen, die ene kwestie van het boek moet nog worden opgelost. Ineens zie je het voor je, aan wie je het zou kunnen vragen. Zo zou de puzzel netjes passen, als zij het allebei willen doen. (Je moet wachten tot het bed weer een plek wordt.)

Een andere dag. Je zult proberen hen allebei te bereiken, om het te vragen.

Na de middag, het eerste antwoord is ja. (Iets wordt een beetje rustig.) Daarna hoor je haar aan de telefoon. Je probeert het goed uit te leggen. Bij haar zijn jullie, jij en je boek, in goede handen. Daar is het veilig.

(Je ziet de plek. Je ziet wat je zelf wou. Hoe het zou kunnen worden. Het is goed.)

Ondertussen blijft de vergadering maar duren, op dat scherm. Je gaat toch maar daar staan, denk je, je geeft niet meteen toe.

Je krijgt een foto van iets dat er nu in het echt blijkt te zijn. Een boek. Of zo.

(Net echt.)

Geen opmerkingen: