04 juni 2022

Een witte man van middelbare leeftijd


Een mens doet zijn best om in het leven te blijven, zonder daarbij al te veel publieke uitgaven te genereren. Sommigen zullen het misschien wel een beetje fijn vinden dat je nog wat langer blijft leven. Dus probeer je elk jaar in het voorjaar al die onderzoeken zo goed mogelijk te doorstaan. Het is een soort ritueel, zeg je tegen jezelf. Maar het is ook altijd een lichte confrontatie met het onverwachte. Wat dus ook weer het geval was bij de jaarlijkse melanoomcontrole.

Er is weinig twijfel over dat men je zou kunnen omschrijven als een witte man van middelbare leeftijd. En vooral over het aspect wit kan al helemaal geen discussie zijn. De natuur heeft ervoor gezorgd dat je huid is geïmpregneerd met een of ander fluorescerend wit. Dat draagt wel bij aan de algehele veiligheid. Wanneer je zomaar los over straat loopt en er is zon worden alle andere mensen onmiddellijk gewaarschuwd. Eventuele geliefden die je nader zouden willen onderzoeken krijgen een speciale zonnebril, die ook kan gebruikt worden bij een zonsverduistering. (Dus allemaal in het kader van het beperken van de publieke uitgaven.) Uit een of ander kosmisch protest heeft het pigment zich teruggetrokken in een reeks vlekjes en lichtjes angstaanjagende bobbels (zeker wanneer je ze tig keer uitvergroot op het computerscherm van je dermatoloog ziet tussen die gigantische zwarte haren).

Je probeert je altijd zo goed mogelijk voor te bereiden op een onderzoek. Natuurlijk goed schrobben in de douche net voordien, want die mevrouw gaat elke vierkante centimeter van je witte lijf nauwkeurig onderzoeken. (Gewriemel met een washandje tussen je tenen.) Maar ook een mentale voorbereiding is nodig. “Heb ik alles gedaan wat ik kon doen? Zal ik op alle vragen kunnen antwoorden?” Op sommige terugkerende vragen – “Heb je het voorbije jaar enige verandering gezien in de vlekjes?” – heb je al een slim antwoord klaar: “Ik zie mijn rug wel niet elke dag.” Je maakt je dus met een relatief gerust hart klaar.

Met een vergrootglas onderzoekt ze je gezicht. Je merkt hoe ze halt houdt, ergens ongeveer tussen je neus en je bovenlip. (Innerlijke dialoog…. “Er is iets! Ze heeft iets gezien!”) Ze vraagt of je al gemerkt had dat er daar een ruw plekje is. (“Oei, had ik dat moeten merken? Waarschijnlijk wel. Waarschijnlijk zijn alle andere mensen van de wereld elke dag bezig met een nauwkeurig betasten van hun gelaat, op zoek naar ruwe plekjes. Je hebt weer eens gefaald, en dat zal ongetwijfeld gevolgen hebben voor de publieke uitgaven…”) Ze geeft een hele uitleg, met een moeilijke naam, over de aard van dat ruwe plekje. Het heeft iets met de zon te maken. Het is nog niet gevaarlijk, maar het zou, als het daar blijft, gevaarlijk kunnen worden. (“Hoe kan het dat de zon, die je al zoveel mogelijk mijdt, alleen met dat ene plekje, en dan nog net daar, iets doet, en niet met een plekje een centimeter meer naar links? Het leven is ingewikkeld.”) Ze zegt dat het waarschijnlijk ook iets te maken heeft met veroudering. (“Veroudering? Sleet? Onaanvaardbaar natuurlijk. En vorig jaar zei ze nog dat je huid nog zo jong is voor een man van jouw leeftijd…”) Ze zegt dat ze het kan bevriezen. En daarna gaat ze verder. Er komt nog een vraag over een klein wratje, of je dat ook niet gemerkt had. (“Ow shit, had ik dat ook moeten merken? Moet ik dan meer in de spiegel kijken of zo?”) Daarna gaat het een tijdje goed, tot ze een bobbeltje ziet op je knie. Je kunt onmiddellijk bevestigen dat je dat wel had gemerkt. Ze maakt er meteen een foto van en zegt dat het waarschijnlijk een of andere beet was, waaraan je hebt zitten krabben. (“Oké, maar is het dan toch potentieel gevaarlijk? Waarom die foto? Had ik iets moeten doen?”) Ze vraagt wat dat ene vlekje op je rug is. Met enige trots (omdat je het dit keer wel weet) zeg je dat het een kleine tattoo is en dat er nog twee van dergelijke dingen op je billen te vinden moeten zijn. Ze checkt het even, en bevestigt het. Je legt ook uit dat die dingen niets te maken hebben met een of ander decadent leven, maar gewoon dienst deden als kleine ankerpunten voor de bestraling die je kreeg. (“Oef, dat is wel goed gegaan, dat wist ik dus wel. En ze kon er ook mee lachen, goed bezig.”)

Ze maakt zich klaar om dat ene ruwe plekje te bevriezen. Wat betekent dat er iets op gedruppeld wordt, waardoor het gaat prikken. Ze legt uit dat dat plekje de volgende zes weken eigenlijk niet in de zon mag komen en dat je altijd moet smeren met factor 50. (“Factor 50 doe ik al altijd, maar hoe moet ik net dat ene plekje uit de zon houden? Geeft de klep van mijn petje genoeg schaduw tot daar, of stopt die net halverwege mijn neus? Moet ik misschien mijn hoofd krom houden, zodat mijn neus schaduw geeft? Existentiële vragen…”) Het komt erop neer dat het plekje zich gaat losmaken van je huid. Een plek die geen plek meer zal zijn dus, wat wel een mooie gedachte is. Waarna er een nieuwe plek komt. (Die dan ongetwijfeld wel zo jong is als je dacht te zijn.) Je legt nog uit dat het soms ingewikkeld is met die huid van jou. (Wit of rood, daar komt het op neer.) Dat je altijd dingen te horen krijgt als: “Doe niet zo flauw, wees een beetje gezellig en kom bij ons in de zon zitten.” En dat je dan moet zeggen dat dat er niets mee te maken heeft, wat men meestal maar een slap argument vindt dat enkel je reeds bekende algehele saaiheid bevestigt. Ze zegt dat je dus zes weken niet gezellig zult kunnen zijn. Je zegt dat je al lang wist dat je het niet van je lijf moet hebben, zo in het algemeen, hoogstens van je innemende persoonlijkheid. Ze zegt dat het wat dat betreft zeker behoorlijk zal meevallen. (Witte mensen zijn uiteindelijk ook maar mensen natuurlijk.)

Bij het buitenkomen van het medisch centrum kijk je meteen welk voetpad in de schaduw ligt, om daar te lopen. (Minstens goed beginnen met de goede voornemens.) Het besef van het lichte falen is nog niet helemaal weg – wat gezien jouw falende bestaan ook niet zou kunnen natuurlijk – maar toch is er een voorzichtige sluier van troost die je omhult. Het ruwe plekje dat je had is zich al aan het losmaken van je huid, trekt zich terug, laat zichzelf los. Binnenkort zul je dus weer helemaal zacht zijn. En gezien je daarnaast ook een huid hebt van een man die jonger is dan middelbare leeftijd (of alleszins niet nog ouder) valt het qua algehele vooruitzichten eigenlijk nog geweldig mee. Nu alleen nog die andere onderzoeken overleven door je nog beter voor te bereiden op alle vragen die zouden kunnen gesteld worden. Tijd voor een nieuw lijstje…

Geen opmerkingen: