12 december 2021

De jaren


Hoe beweegt de tijd? Zijn er lijnen in de tijd? Hoe loopt de tijd door ons heen? Verandert de tijd ons, of veranderen wij de tijd? Waar raakt de grote tijd aan mijn persoonlijke tijd? Waar kom je vandaan en waar ga je naartoe? Kun je iets doen tegen het grote verdwijnen en wat zou je redden uit de tredmolen van de tijd? Stel dat je met die vragen aan de slag zou gaan en een boek zou schrijven dat tegelijk een collectieve geschiedschrijving zou zijn in verhalen en beelden en ook een persoonlijk levensverhaal. Welke vorm zou je dan kiezen voor dat boek? De Franse schrijfster Annie Ernaux heeft lang nagedacht over die vragen en schreef toen De jaren (vertaling Rokus Hofstede). Het boek beschrijft de bewegingen tussen 1941 en 2006. Het is een uniek boek. Het overrompelt je. Het doet je de hele tijd innerlijk bevestigend knikken omdat je weer iets herkent. Het maakt je het ene moment droef, door de vermoeidheid die in een leven sluipt, en daarna weer opgewekt, door de veerkracht van datzelfde leven. Het leert je heel veel. En het laat je genieten van woorden die een beetje ingehouden schitteren.

“Alle beelden zullen verdwijnen.” Dat is de eerste zin. Daarmee is meteen iets gezegd over de ambitie van dit boek. Iets zeggen over het voortschrijden van de tijd, niet zozeer in algemene filosofische zin, maar wel in een concrete wereld, in een concreet (collectief) leven. Beelden zitten in een geheugen van een mens, waar levenden en doden samenzijn. Er zijn woorden om al die beelden te beschrijven. Dat alles kan verdwijnen. Dingen veranderen en verdwijnen in de loop van een leven. Zoveel dingen uit een vroegere fase van je leven zijn weg, lijken weg, tot ineens via een foto of een lied of een filmpje of wat dan ook alles weer even dichterbij komt. Het is niet altijd eenvoudig de lijn in je eigen leven te blijven zien. Je kunt die verbinden met fases uit het leven van je kinderen. Je kunt die soms verbinden met belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis. Maar heel vaak lukt dat ook niet. En als je dan tijdlijnen van de geschiedenis naast jouw leven begint te leggen ben je soms verbaasd. Heb ik dat dus bewust meegemaakt? Was ik toen al zo oud? Waarom herinner ik mee daar niets van? Hoe oud waren mijn ouders toen?

Vanuit dat soort vaststellingen heeft Annie Ernaux haar boek geschreven. Het is haar levensverhaal, maar niet autobiografisch verteld in de ik-vorm. Het is tegelijk het verhaal van de Franse geschiedenis in die jaren. Niet zozeer strikt chronologisch, maar wel in golven. Op de achtergrond zie je de feiten uit die geschiedenis. De verschillende Franse presidenten, de nasleep van de oorlog, mei 68, de Algerijnse bevrijdingsstrijd, … Op de voorgrond krijg je een kluwen van dingen uit het dagelijkse leven: welke tv-programma’s waren er op dat moment, welke woorden werden gebruikt, welke producten waren er, hoe spraken mensen met elkaar, … Het levensverhaal van Annie Ernaux is in dat alles verweven. Ze wordt geboren in Normandië, in een gezin van eenvoudige komaf. Ze gaat studeren, wordt lerares, klimt langzaam op op de maatschappelijke ladder, neemt afstand van het milieu waar ze uit komt, zoekt haar weg. Ze krijgt kinderen, ze heeft een abortus, ze gaat scheiden, ze krijgt kanker, ze gaat schrijven. Ze beschrijft haar eigen leven op een dubbele manier. Aan de ene kant is dat in de derde persoon. En tegelijk wordt het aan de andere kant in een collectieve wij-vorm beschreven, wat wijst op grotere stromen, eigen aan een generatie of een groep die tussen generaties valt. Leven is voor een deel drijven op de tijd, soms willoos, de dingen ondergaand, soms beperkt door je afkomst of door de rol die de maatschappij van je verwacht en soms actief. Ze kijkt vanuit een linkse visie naar de maatschappij en beweegt daarin tussen soms toeschouwer zijn, soms meer actief worden, soms moe zijn en je rug willen keren naar de dingen, soms heel verontwaardigd zijn, en soms verbaasd zijn over je eigen makheid.

Twee motieven komen bij dat alles naar voor. De invloed van klasse enerzijds en de rolverdeling en machtsposities tussen mannen en vrouwen anderzijds. Je ziet hoe zij in de loop van haar leven haar weg zoekt en vindt. Dat is tegelijk ook het verhaal van veel vrouwen uit die generatie. Door de afstand die ze neemt in het vertelperspectief is er ook een subtiele kritische toon.

Doorheen het boek voel je ook iets over de seizoenen in een leven. De spanning en opwinding van de jonge jaren, het opslorpende en soms lege van de vroege volwassenheid, de twijfels in de jaren van het midden, de vermoeidheid bij het ouder worden en tegelijk de vrijheid die dan komt. Het is fascinerend hoe je als lezer die hele evolutie in zo’n compacte vorm kunt meemaken. Het is vaak een feest van de herkenning, met allerlei heel concrete herinneringen die je ineens weer voor de geest komen. (“O ja, toen was dat zo, dat herinner ik me nog.”) Maar je voelt en beseft ook de enorme snelheid van de maatschappelijke veranderingen in de naoorlogse periode. Vooral de opkomst van de consumptie- en mediamaatschappij valt daarbij op.

In de heel eigen vorm van haar boek heeft Annie Ernaux iets essentieels weten te vatten over hoe de tijd beweegt in een concrete maatschappij, in de levens van concrete mensen. Het boek is niet opgedeeld in duidelijke hoofdstukken en heeft een vloeiende vorm. Er wordt telkens vertrokken van foto’s (die je niet te zien krijgt, maar die je zelf kunt denken) waarop ‘een kind’, ‘een meisje’ of ‘een vrouw’ te zien is. Je weet als lezer telkens dat het Annie Ernaux zelf is. Die foto’s zijn telkens een vertrekpunt of deur om een heel netwerk aan tekens te organiseren en zo de tijd, en het leven in die tijd, weer te reconstrueren. Het is een manier om de beelden te bewaren die anders zouden verdwijnen. Naar het einde van het boek lees je hoe de schrijfster zelf erg heeft geworsteld met de vorm van het boek. Jarenlang heeft ze gezocht naar een vorm die zou doen wat ze aan het zoeken was. In de laatste bladzijden blijft ze worstelen met de angst dat ondanks die immense krachttoer toch nog zoveel beelden zullen verdwijnen. Ze zou nog zoveel willen kunnen redden…

De jaren van Annie Ernaux, prachtig vertaald door Rokus Hofstede, is een heel bijzonder boek. Het voelt op een bepaalde manier als een cadeau voor de lezer. Wat je voor jezelf nauwelijks lukt, je eigen leven vatten en tegelijk zien hoe dat leven zich verhoudt tot de krachten van de tijd, heeft zij gedaan en nog wel in een unieke vorm. Heel erg de moeite. 

Geen opmerkingen: