13 maart 2021

Waterverlangen


Je ziet het voor je. Alle dingen die je gaat opruimen. Stukje per stukje. Zo is het in je hoofd. De ene steen veranderen door een andere, en uiteindelijk de muur veranderd hebben.

Het gaat in golven, denk je. Lange golven. Ergens voorbij de helft begin je te voelen dat het tijd is.
Anderen lijken daar altijd beter in. (Maar dat denken die anderen misschien ook.) Hoewel. Sommigen ook helemaal niet.

Sommige veranderingen maken je preventief moe. Iets in jou wil altijd dat er dingen zijn die blijven, toch enkele. Maar dat is het punt niet, denk je. Misschien duurt het even eer je kunt zien wat er kan blijven, rustig.

Misschien loop je tegen de uiteinden van jezelf aan. De dingen die je voor jezelf bedacht had, en wat je ermee verbond. Dat je het telkens alleen moet doen, wat niet is, zoals je wel weet.

Misschien heb je je ermee verzoend, dat je lichaam een eigen ritme heeft, dat sommige wegen helemaal ten einde (of toch bijna helemaal ten einde, misschien telkens net niet helemaal ten einde) moeten worden gelopen. De dingen komen uiteindelijk wel op het juiste moment.

Iets in die aard.

Soms is het zo dat je droomt dat er iemand even naast je zit. Niet oordeelt, je niet wijst op hoe buiten de tijd je bent, maar gewoon met je mee kijkt en denkt. Die lichte vermoeide angst, dat iemand het falen zal zien. (Het zegt meer over jezelf.)

Wat je nu in je hoofd hebt, je weet aan wie je het zou willen vragen. En het zou mogelijk zijn, als niet net, nu, voor een tijdje nog, minstens.

Soms kan een ander, door bijna niets te doen, je net over een drempel helpen die je zelf ook al zag.
Het is niet zo moeilijk eigenlijk, besef je telkens nadien. Je weet ook wel hoe het moet, eigenlijk.
(En zo is het waarschijnlijk voor iedereen.)

Je loopt door het huis. Maandenlang werd onderhuids zoveel van je energie ingenomen door dat aangekondigde vertrek en alle rimpels op het water nadien. Misschien is dat wel een mooie gedachte. Dat je ingenomen wordt, en naarmate de dingen zich daarna langzaam terugtrekken dat je dan weer kan bewegen in je adem. Je kijkt anders naar het huis, voel je.

Maar er is meer, denk je. Misschien zijn er dingen die nu pas kunnen. Je weet niet wat het zou willen zeggen. Iets met stapeltjes verleggen.

Je loopt door het huis, ziet wat er zou kunnen gebeuren, hoe dat een evenwicht zou kunnen doen kantelen, wat het met jou zal doen. Het zijn misschien honderd kleine dingen.

Elk stapje apart, denk je. Het is allemaal goed. De lente zal de rest wel doen.

Het duurde een tijd eer je dat verlangen toe kon laten. Een winter of zo. Of iets dat erop lijkt.

De dingen hebben hun eigen ritme. Misschien wacht je altijd net een klein beetje te lang, misschien ook niet. En misschien is het ook niet erg, net na deze winter, dat je in leegte nog een beetje voor je uit kijkt.

Het is wel goed voor jou, denk je, dat van die steen per steen.

En het zal ergens anders gaan liggen dan je nu denkt, en dat is ook goed. Daarna gaan de dingen weer verder, en begin je weer.

Elke dag een beetje beginnen, misschien is dat wel een goed plan. Een plan dat geen plan mag zijn.

Misschien is het gewoon een verlangen naar water.
 

Geen opmerkingen: