02 juli 2022

Iets over de taart


Het is een beetje alsof je de weken aftelt, terwijl je dingen wegstreept op je lijstje. Heel langzaam komt de vakantie dichterbij, al moet er nog veel.

Op het scherm zie je je Europese collega’s. De mevrouw van de Commissie geeft toelichting bij het rapport. Iets aan haar stem is vermoeiend, je weet niet helemaal zeker wat. Terwijl je een reactie geeft, voel je hoe de Engelse woorden in je hoofd net iets trager komen dan anders.

Je hebt die dikke zalf in je oog gedaan, alles lijkt te plakken.

(Je probeert tussendoor al te denken aan wat je zult koken binnen enkele dagen. De taart komt al snel in je hoofd.)

Je krijgt slecht nieuws aan de telefoon. Je lievelingsoom van vroeger is niet meer in het leven. Hoe hij naar je keek toen je nog klein was, zo intens altijd. (En nog eens die kloteziekte.)

Iemand komt in je droom. Waarom is haar haar zo anders?

Die namiddag heb je een vergadering buiten, onder de bomen. De vrouw naast je komt uit Frankrijk. Ze vertelt over het Nederlands. Je antwoordt in het Frans. (Je voelt in je hoofd hoe de Franse woorden net iets trager komen dan anders.)

(Het menu is bijna rond in je hoofd. De lijstjes met wat je nodig hebt, zijn klaar.)

’s Avonds in de vergadering denk je terug aan het huisje waar je zus ooit woonde.

De volgende dag. Je hoort dat het etentje niet door zal gaan, iemand is ziek. (De taart zal niet gebakken worden.) Het is een beetje jammer. Hoewel je moe bent, keek je er wel naar uit om hen aan je tafel te zien zitten. (Er is al snel een nieuwe datum gevonden.)

Iets maakt je een beetje moe, tijdens de vergadering, later die dag. (Misschien heb je minder geduld voor herhalingen.)

Je bent uitgenodigd die avond, samen met een dierbare vriendin. Eigenlijk ben je een beetje zenuwachtig en verlegen, en ontroerd. (Iets van dat alles.) Jullie zien hen zitten, en je voelt een gedeelde warme glimlach. Je bent blij en trots. En iets over kinderen en vaders en moeders.

Je hoort iets dat je verdrietig maakt. (Sommige herhalingen wil je niet.) Je weet dat de nacht kort zal zijn.
Een beetje gedeukt sta je op. Je plooit jezelf uit, de dingen gaan verder. (Antwoorden komen in etappes.)

Wanneer je later die dag terug naar huis komt, loop je door de gutsende regen. Je ziet hoe mensen proberen te schuilen. Jij hebt alleen maar zin in doorlopen.

Die avond schrijf je de brief aan Julia, voor in het boek van de grootouders. Een zin schrijft zichzelf, iets over papa zijn. Je kijkt een beetje verbaasd naar de woorden, ze ontroeren je. En de taart duikt weer op in de brief.

De volgende dag. Een berichtje is weer over de oceaan gegaan. (Berichtjes vliegen ongetwijfeld door de lucht.)

Die avond. Je bent blij hen te zien. Je mag nog niet te veel vragen over wat je graag zou willen weten. Het is niet zo erg. Gewoon kijken en luisteren is al veel. (Je ziet iets met handen.) Je hoort verhalen die je erg ontroeren. Je bent heel trots, zeg je. (Ze worden zo groot, denk je, net als alle vorige keren.) Iets is heel rustig, het valt je weer op. (Misschien doe je het ook wel een beetje goed.) Een traag moment aan de bushalte. Op weg naar huis komt ze voorbij gereden, achter op de fiets. Ze roept dat alles in orde is gekomen. Je bent blij voor haar.

Je kijkt naar die film die je al een tijdje had opgespaard. Hij raakt je heel erg. Wat is ze goed, die vrouw. (De papa doet net op het moment dat ertoe doet wat hij moet doen. Het troost iets.)

De volgende ochtend vraag je aan de mevrouw in de winkel hoe het voelt om nu veertig te zijn.

Je had al zoveel willen doen, voor dat artikel dat je nog moet schrijven. Het is goed dat je de tijd even gewoon voorbij laat gaan. En de piano is ook blij dat je er weer bent.

Je spreekt af met een vriendin, in die andere stad, de tusseninstad. Het doet je goed haar weer eens te zien. (Hoe de dingen gewoon verder gaan, en telkens ook een beetje blijven. En hoe je daarop kunt vertrouwen. Om een of andere reden kon je dat wel gebruiken, besef je later.)

Op weg naar huis. Er zijn nog zoveel mensen in de winkelstraat. Je vraagt je af waar ze naartoe gaan.

Het huis is blij dat je er weer bent.

Geen opmerkingen: