05 augustus 2014

Kantelranden

De taart die je bezoekster bij heeft, is wel erg lekker.

Een mooi gesprek op het terras. Woorden uit ingedikte verhalen. Weinig omtrekkende bewegingen. Misschien heb je een beetje schrik voor wat je met die woorden zou moeten doen.

Enkele dagen eerder kreeg je van een meisje in een groen zomerjurkje enkele gerichte vragen te horen over de beer die aan de andere kant van je bed ligt. Die vragen brengen je heel even aan het twijfelen, maar de beer zal je later helemaal geruststellen.

Voor je aan de bespreking van een boek begint, ben je altijd zenuwachtig. Je weet niet helemaal zeker waarom. Misschien iets met: later als ik groot ben, zal ik het wel kunnen.

Kijken naar de regen. Een immense regenvlaag. Je bent nog steeds verbaasd dat je daar zomaar kunt staan, op je terras, zonder nat te worden. Het water stroomt. In de verte komt een mevrouw de brug over gewandeld. Ze heeft zich er duidelijk al bij neergelegd dat ze – zo zonder regenjas – doorweekt thuis zal komen, en ze haast zich niet meer.

Op weg naar de film. (En hoe je de hele tijd voor je vertrok zat na te denken: zal ik nu wel of niet een regenjas aandoen?) Meteen al enkele regendruppels.

De film is mooier dan mooi. (De hele tijd denk je: laat er alsjeblieft geen erge dingen gebeuren.) Na de film wil je iemand naast je vastnemen, alleen maar om te kunnen zeggen dat de film zo mooi was. Je doet het toch niet, te verlegen waarschijnlijk. De stad voelt zachter aan bij de terugweg. Er zijn enkele regendruppels.

Onderhuidse onrust duikt soms op ’s ochtends, en gaat dan niet meer helemaal weg.

Een koffie drinken op een terrasje met je maatje. Het ontroert je meer dan je laat zien. Het is altijd goed als dierbaren goed en wel terugkeren uit vakantie.

Heen en weer lopen, in de buurt van de stapel nog te lezen boeken. Er uiteindelijk drie uit nemen, en nog niet weten of je nu eigenlijk in een van die drie zin hebt. Een van de drie opzij leggen. In een tweede beginnen, twee hoofdstukjes. Onrust. Nog even heen en weer lopen. In het derde beginnen, enkele hoofdstukjes. Voelt al beter, maar nog niet helemaal overtuigd. Dan maar eten gaan maken.

Een vergadering waar je niet zoveel zin in had. Alsof je ineens naar een andere jezelf moet overschakelen. Die andere mag normaal pas binnen enkele weken komen, of zo.

En hoe je lichaam daardoor veel tijd nodig heeft om zich aan de nacht uit handen te geven.

Nuttige dingen doen, het zorgt blijkbaar toch voor een zekere gemoedsrust.

Nog eens een koffietje. Het voelt bijna als te veel luxe aan. (Je weet overigens niet zo goed hoe je dat
lepeltje juist moet gebruiken bij het schuim van je cappuccino. Zal ook wel aan jou liggen.)

Naar de boekhandel om een boek te halen voor je buurman. En – als je dan toch daar bent – nog een boek meenemen voor jezelf. Een boek waar je wel zin in hebt, nu. (Die andere komen later wel weer. Je kunt bijna niet wachten tot het namiddag is, op het boekenterras.)

Als voorbereiding van een gesprek over boeken dat je binnen enkele weken moet begeleiden, heb je een boekje gelezen. Het boekje is van een van de vier mensen die jaren geleden (het blijkt 1989) in vier avondvullende programma’s indringend werden geïnterviewd op de Nederlandse televisie.
Terwijl je las, net voor een zondagse regenbui, kon je niet anders dan de hele tijd ook terugdenken aan die reeks, die toen zoveel indruk op je maakte. Je gaat zoeken, en de hele reeks staat online. Je hebt ook nog de volledige transcriptie van al die programma’s. Je begint te kijken. Het is verbazend, hoe je meteen helemaal terug daar bent. Het ontroert je hevig. Je neemt je voor de hele reeks opnieuw te bekijken de volgende weken.

De vorige nacht was te kort, blijkbaar. Je wilt meteen aan je nieuwe boek beginnen, maar het is toch aangewezen eerst nog een korte middagdut te doen. Luxeproblemen van de vakantie.

Tussendoor sijpelen woorden en vragen nog wel steeds door je heen. Stel je vast.

Het lijf voelt iets te hoekig aan. Je zou het moeten kunnen schikken, of zo, maar dat lukt niet. Het boek is mooi. Je hebt nu al spijt dat het snel uit zal zijn.

Om een of andere reden smaakt je eigen eten lekkerder als je terwijl zit te kijken naar een programma over koken. (Die tiramisu die ze daar in Venetië zitten te maken ziet er toch wel heel lekker uit…)

Tussendoor. Soms is het alsof iets in jou moet kantelen. Of zo. Hoort bij de vakantie, waarschijnlijk.

5 opmerkingen:

dka zei

Het boekje is van een van de vier mensen die jaren geleden (het blijkt 1989) in vier avondvullende programma’s indringend werden geïnterviewd op de Nederlandse televisie.


En welke is dat Jan?

Wim Kayzer ... ?

Jan Mertens zei

Ja, de reeks is Nauwgezet en Wanhopig, van Wim Kayzer. We bespreken binnenkort een boekje van Jorge Semprún, die ook in die reeks zat.

dka zei

Dank Jan,

dan heb je wellicht ook de andere gezien.

Een schitterend ongeluk

&

Van de schoonheid en de troost.

Toen hadden we nog geen harde schijf. Maar gelukkig wel een video.

'Wij' zijn ondertussen ouder geworden, maar hebben onze traagheid verloren.
Het wordt ingespannen kijken.

O, die stem van (de zelfverzekerde) Kayzer.
God de Vader.

Zijn 'laatste tafel' vind ik wel wat minder.

Dag Jan.

Jan Mertens zei

Ja, die andere reeksen heb ik ook gezien. Aan zijn romans heb ik me niet gewaagd, dat zag ik niet zo zitten.

dka zei

Ik ben voor het raam gaan staan.
En gezocht naar je standpunt.
Maar niet gevonden.

Verduiveld knappe foto, Jan!