12 april 2015

Traag terugkeren

(Hoe je al dagen, telkens opnieuw, luistert naar Die Kunst der Fuge. Je kende het al natuurlijk, maar met die nieuwe opname op piano is het alsof de muziek nog beter naar je komt. Je komt telkens terug. En je zou er iets over willen zeggen, wat nooit lukt.)

Je dacht nog dat je het haar moest zeggen. Zij die nu danst, al dan niet in een rolstoel. (Je weet nog hoe je je voelde toen je ging kijken, die eerste keer, toen ze danste.) Je dacht: ik moet haar zeggen dat ze naar Die Kunst der Fuge moet luisteren, in deze opname. Het is alsof je een dans ziet. Niet de omzetting van de muziek in bewegingen, maar de noten zelf. Een dans.

Het heeft iets met terugkeren te maken. Met elke keer een beetje uit jezelf uitzwermen, en dan weer terugkeren. Misschien is het de veilige terugkeer. Misschien is het het besef dat je altijd weer daar uitkomt waar je dacht te vertrekken.

Misschien is het niet anders.

Liefde voor gevorderden. Dat zou het kunnen zijn. Iets in die muziek maakt dat je niet kunt weten waar de melancholie ophoudt en het verlangen begint. Misschien kan verlangen ook doordesemd zijn door melancholie. Zoals die fijne adertjes in het marmer.

En die muziek weet het. De muziek weet alles. En meer.

Meer dan jij aankunt. Waarschijnlijk.

Met elke variatie is het alsof er een wereld opengaat. De mogelijkheid van. Een weg die je zou kunnen gaan. Een dans. Misschien de liefde wel. Misschien een bestemming.

Dat je vluchtig, en onvatbaar, zo’n plek zou kunnen zijn. Dat iemand je zou zien.

Dat er troost zou kunnen zijn.

En dan telkens terugkeren. Het thema keert ook terug, telkens. Net verhuld genoeg, en toch.

Wat zegt het over het falen? Het eeuwige falen. Je handen die te klein zijn.

En toch. Je denkt dat je een spiegel ziet, in die noten. En het is niet zo. De spiegel verliest zich al snel, in spiegelbeelden van spiegelbeelden. Zoals in de lift. De twee spiegels tegenover elkaar, en de eindeloosheid. De muziek is dwingend, en tegelijk verliest ze zichzelf. Wat zegt het over het bereiken?

Je kunt elke keer opnieuw luisteren naar die muziek. En langzaam legt ze zich neer in je huid. Als dunne lagen van wat een bedding wordt. Daar waar ook de liefdes uit je leven zich hebben neergelegd. Wat bij je blijft, en wat zich in je huid kerfde, het ligt naast elkaar. En alleen met die huid kun je verder, het is niet anders.

Misschien ga je ook trager aanraken.

Handen die terugkeren.

Het is er allemaal. Als je goed luistert, hoor je beide kanten. Aan de ene kant de muziek die zo abstract is dat ze bijna licht begint te geven. Aan de andere kant is er iets in de manier waarop die noten worden aangeslagen, een aardsheid, een in de tijd zijn. Alsof je hoort dat de tijdloze muziek wordt gespeeld door handen die de tijd in zich dragen. Liefde voor gevorderden dus.

Terwijl je luistert, denk je: misschien kan het wel, ook met littekens, misschien. Misschien hoef je niet te breken.

Ook je adem keert de hele tijd terug. Traag, vaak toch.

En tegelijk denk je: die noten komen op plekken waar ik nooit zou durven komen. Je weet waar die plekken zijn in je hoofd. Je kunt er niet ongestraft komen, denk je. Je kunt een liefde verliezen, daar. En je zou er een kunnen winnen, daar. Misschien.

Dat je altijd terugkeert, ook al is er de belofte van het contrapunt, het kan duister lijken. En troostend tegelijk. Misschien is de wijde wereld voor een ander.

Wat zou je nu vertellen over het verlangen? Je zou het fluisteren.

Contrapunt nummer 14 is onvoltooid. (De tranen zijn nu bij je gekomen.) Dat iets in het steeds weer traag terugkeren, en het steeds weer hunkeren, onvoltooid blijft, dat zou je kunnen verzoenen. Er is geen moment waarop het klaar is,  helemaal. Daarna zou er een ondraaglijke stilte zijn. Nu is er enkel dat moment waarop het afbreekt. En dat is goed, op een of andere manier.

Het is goed.

2 opmerkingen:

dka zei

En toen dacht ik aan dit:

https://www.youtube.com/watch?v=TJ6Mzvh3XCc

Jan Mertens zei

Ja, dat is ook heel erg mooi...