01 september 2026

Mogen we nog rouwen om deze heetste zomer, of is het nu weer business as usual?


En wat nu? Zullen we na deze hete zomer, die nog niet eens voorbij is, weer zo snel mogelijk proberen over te gaan tot de orde van de dag? Alsof al dat verlies niet meer was dan ‘de prijs die we moeten betalen voor onze welvaart’? Zullen we zeggen dat mensen gewoon het hoofd koel moeten houden en terwijl dan maar even de weergoden moeten aanroepen terwijl ze bij hun barbecue een glas bier drinken waarop niet staat hoe gevaarlijk alcohol is? Zal dat dan alles zijn? Zullen we zoveel verlies negeren, en zo de weg bereiden naar nog meer maatschappelijke ontwrichting?

Het wordt voor ons land waarschijnlijk de heetste zomer ooit. Met een impact die nooit eerder gezien is. De volgende zomer zou mogelijk nog heter worden, zo wordt nu al gezegd. En vergeleken met wat landen als bv. India meemaken met veel hogere temperaturen, zijn we nog bij de gelukkigen. De publieke diensten hebben hier alles zo goed mogelijk opgevangen, maar zij zijn ontworpen in en voor een ander klimaat. Maar laten we niet vergeten dat er echt wel veel gebeurd is. Ondanks eindeloos veel oproepen van burgers, middenveldorganisaties, wetenschappers en allerlei opiniestukken was dit voor onze regeringen de zomer van het grote zwijgen. Ministers kwamen niet terug uit vakantie. Er kwam geen spoedvergadering. Een parlementsvoorzitter vond het klimaatthema niet belangrijk genoeg voor een urgentiedebat. Dat betekent ook dat eindeloos veel lijden en verdriet niet erkend worden en dat erg veel mensen zich in de steek gelaten voelen, net op een moment dat er nood is aan verbondenheid. Velen hoopten een signaal te krijgen van ‘dit is het, dit is de klimaatontwrichting, en we gaan het samen aanpakken, ook als het moeilijk is’. In plaats daarvan kregen ze een signaal van zwijgen of zelfs het ridiculiseren van hun oprechte betrokkenheid.

De zomer van het grote zwijgen was in veel opzichten een gemiste kans. Of je het nu eens bent of niet met de genomen beslissingen, als het over het pensioendebat gaat, zien we regeringen die minstens een poging doen om de bevolking mee te nemen op een mogelijk moeilijke weg en dat ook met zoveel woorden zeggen. Niets van dat als het over het urgente klimaatbeleid gaat. Misschien hopen onze regeringsleiders erop dat iedereen snel alles vergeet, zodat ze binnen enkele weken opnieuw kunnen pleiten voor de verdere afbouw van de Europese duurzaamheidsambities. Alsof er niets gebeurd is.

In een normaal land zou men in het najaar een moment van nationale rouw voorzien, als een collectief ritueel dat ons kan helpen om met open ogen te kijken naar zoveel verlies. Er waren duizenden extra hittedoden, België stond bovenaan de lijst. Zoveel mensen verloren hun geliefden. Zoveel hulpverleners gingen over hun grenzen om in ziekenhuizen de toestroom op te vangen. Hulpdiensten kwamen uit bij intrieste situaties van zoveel mensen die thuis alleen waren gestorven in de verzengende hitte. Er was een gigantisch verlies aan kostbare natuur. Dat wat zowat de natste plek van ons land zou moeten zijn kan afbranden, is verbijsterend. Zoveel dieren gestorven. Brandweermensen die het onmogelijke deden. Heel veel vrijwilligers die hielpen waar ze konden. Eindeloos veel mensen die een intens verdriet voelden. En dan nog zoveel mensen die ’s nachts wakker werden en voelden dat ze niet konden ademen. Zoveel ouders die zich zorgen maakten over hun kinderen, die ze onvoldoende kunnen beschermen tegen wat er op hen afkomt.

Waarom is het zo moeilijk om zoveel lijden deemoedig onder ogen te zien? Vanaf hoeveel doden en vanaf hoeveel hectaren vernietigde natuur wil men toegeven dat er een noodsituatie is, dat vraag je je wel eens af. Hoe moeilijk ook, dit moment is een uitnodiging om samen te rouwen voor zoveel verlies, wetend dat een groot deel van dat verlies had kunnen voorkomen worden, en wetend dat we nog altijd de mogelijkheid hebben om veel toekomstig verlies te vermijden. Wie een diep verdriet voelt (naast verontwaardiging) geeft er eigenlijk vooral blijk van heel normaal te zijn. De pijn en het verdriet die we voelen zijn er het bewijs van dat we als mens geen ‘afgescheiden’ wezens zijn, maar integendeel diep verbonden met al het andere leven.

Vandaar dus het voorstel om iets als een dag of week van nationale rouw te organiseren voor al het verlies en lijden van deze heetste zomer. Samen met de verschillende overheden, het middenveld, scholen, burgers die iets willen doen. Er zijn 101 manieren om dat op een creatieve en verbindende manier te doen. Een moment voor wie er niet meer is, voor de levende natuur waar we een deel van zijn. Een moment voor zoveel mensen die meer dan het beste van zichzelf hebben gegeven de voorbije weken om anderen te beschermen of te redden. Een moment waarin we ons verdriet kunnen delen met elkaar, waarna we weer verder kunnen, in verbondenheid.

Rouwen komt uitdrukkelijk niet in de plaats van versterkte klimaatactie, integendeel zelfs. Het kan net een opstap zijn om er opnieuw, met meer gedragenheid aan te beginnen. Rouwen is een manier om terug naar het leven te komen. Onze regeringsverantwoordelijken hebben er alle belang bij om nu aan hun burgers een heel ander signaal te geven dan dat van het grote zwijgen. Bij de burgers is er een veel groter draagvlak dan veel politici vermoeden voor een ambitieus klimaatbeleid dat weer perspectief kan geven op een waardig leven binnen de planetaire grenzen. Dat draagvlak miskennen is mensen nog verder wegduwen, in de richting van extremen. Zoveel mensen willen deel zijn van de oplossing. Maar om samen vooruit te komen, zouden we ook moeten durven erkennen wat we de voorbije zomer verloren hebben. Zo kunnen we iets helen en kunnen we beter handelen voor alles wat er nog wel is.

En wat mij betreft mag zo’n moment van rouw ook een opstapje zijn naar verdere reflectie. De klimaatontwrichting heeft veel te maken met het nastreven van een levensstijl en welvaartsmodel die niet passen binnen de planetaire grenzen. Die waarheid beginnen aanvaarden is misschien wel de belangrijkste vorm van adaptatie die we als maatschappij nodig hebben nu. Dat zou ook een vorm van rouwen kunnen betekenen voor sommigen. Iets loslaten om iets anders te winnen: iets dat met hoop te maken heeft.

Jan Mertens, voorzitter Oikos, Denktank voor sociaal-ecologische verandering

 

Photo by Agustin Fernandez on Unsplash

 

Geen opmerkingen: