10 augustus 2017

De ruimte

‘Ik houd er wel van, wat jij met de ruimte doet.’
‘Doe ik iets dan?’
‘Ja. Je neemt de ruimte mee in. Hoe je beweegt, hoe je hier rondloopt. Het brengt me in de war, en het troost me. Misschien voel ik nu ineens hoe deze plek daarvoor alleen mijn plek was. Alle bewegingen, alle routines, de tijd, het ritme.’
‘Heeft een plek een ritme dan?’
‘Ja, wist je dat dan niet?’
‘Nee, maar je blijft me verbazen.’
‘Oef.’
‘Onnozelaar.’
‘Ook in mijn hoofd. Misschien is mijn hoofd hetzelfde als dit huis. Doordat jij er beweegt, en plek inneemt, besef ik ineens hoe de ruimte is, en was. Het verwart me, dus, en dat is een heel goede zaak.’
‘Weet je, het is niet zo moeilijk. Deze plek heeft me ontvangen. En dat was jij, alleen geloof je dat zelf niet.’
‘Het maakt me verlegen, als je zoiets zegt.’
‘Dat hoeft niet.’
‘Is dit echt allemaal?’
‘Ja.’
‘Als ik soms even niet weet wat te zeggen, dan is het omdat ik probeer te kijken, en tegen mezelf zeg dat het waarschijnlijk echt is.’
‘Kijken, dat doe je wel graag.’
‘Oei, valt het op?’
‘Ja.’
‘Is dat erg?’
‘Nee.’
‘Haha.’
‘Ik zal het ook even zakelijk zeggen: er zijn diverse fijne plekjes hier.’
‘Vergeef me als ik soms toch een beetje ver weg lijk of zo. Geluk is soms een beetje veel voor mij, of zoiets. Nadien komt dan alles weer terug, keer op keer. En dan zie ik het beter, rustiger.’
‘Je bent niet ver weg hoor, maak je maar geen zorgen.’
‘Nadien, of in de nacht, komen dan de woorden. Dan zie ik de woorden die ik had moeten kunnen zeggen, dan komen ze dichterbij.’
‘Maar je bent wel gebleven, de hele tijd.’
‘Tijd is goed. Trage tijd is goed, heel goed. Zeg ik dat wel genoeg?’
‘Je doet het toch nu.’
‘Ja, misschien wel. Als je trager stapt, zie je al de stappen. Alle tinten tussen de ene kleur en de andere. Het lijkt soms gemakkelijker om van de ene in de andere kleur te springen, omdat je dan niet moet kijken. Maar als je traag gaat, zie je hoe al die kleine stukjes van de ruimte worden ingevuld. Van elk stukje zou je kunnen weglopen. Omdat elk stukje je kan ontroeren. Omdat elk stukje zomaar echt zou kunnen zijn.’
‘We doen dat goed.’
‘Ik merk het, als je weg bent hier, telkens. Dat de ruimte is veranderd. De lijnen lopen anders. Er lijken knooppunten te zijn, waar dingen bewegen. Daar was een beweging, en de ruimte herinnert zich dat. En daar zijn verandert de lagen onder mijn huid.’
‘Als ik hier ben moet ik dus veel bewegen?’
‘Vooral juist bewegen.’
‘Hoe moet dat dan?’
‘Dat weet jij alleen.’
‘Dat is bijna nuttig.’
‘Bijna.’

1 opmerking:

Stef Hublou Solfrian Vojvoditz zei

Interessante leeservaring. Subtiel stukje.
En het doet mij denken aan twee ervaringen in eigen ruimte en leven. 1. Hoe ik als kind eens een oosterse monnik zag wandelen, in lang Tibetaans gewaad, over een stenen pad, voet voor voet, zeer bewust en traag, op blote voeten. Dat beeld fascineerde mij, zonder dat ik goed wist waarom. Nu, ongeveer veertig jaar later, merk ik tot mijn voldoening dat ik wanneer thuis in mijn eigen huis, en soms ook buiten, ik zo stap, zo ga, zo loop. De monnik in mij is kunnen geboren worden. 2. De twee mensen spreken in jouw stuk over de ruimte, maar maken die zeer persoonlijk; de dialoog is erg intiem, ook al zitten er wat banale stopwoordjes in. Telkens als ik een bevriende mens mag uitnodigen in mijn huis, zeker de eerste jaren na aankomst in de locatie, laat mij dat toe de ruimte meer "mijn thuis" te maken. Als B zegde: Waw, je hebt hier een fraai uitzicht op de lucht en de wolken, dan integreer ik dat van dan af in mijn gewoonten en genietingen, enzovoort. Fijne zielen merken heel eigen zaken op, die ik dan kan opnemen in mijn eigen beeld.