29 juli 2026

Ghost Stories


En dan sterft de man met wie je 43 jaar samen was. Een huwelijk dat als een eindeloze dialoog was van twee mensen die elkaar graag zagen en al die tijd met elkaar en met de woorden bezig waren. Twee schrijvers onder een dak. Een groot huis, gevuld met verhalen. En dan wordt je man ongeneeslijk ziek, zo zal blijken. Je bent erbij, de hele tijd, gaat met hem mee tot aan de dood. En daarna moet je verder. Voor hij stierf, zei hij dat hij terug wilde komen als een geest. En dat doet hij ook, in de ervaring, en in woorden, die de dialoog verder zetten. In het heel erg mooie Ghost Stories vertelt Siri Hustvedt het verhaal van haar tijd samen met Paul Auster, die stierf in het voorjaar van 2024. Het is rauw en teder. Het gaat over dood, en het gaat heel erg over leven. Het is een boek dat liefde ademt, voor een man en voor een samenzijn met die man, maar ook evenzeer voor de woorden, voor het schrijven. Het is een boek vol met wijsheid. De dood verstoort de tijd, herleidt je tot fragmenten. Een boek van fragmenten kan een nieuwe plek maken, vanwaar je verder door kunt gaan.

Ghost Stories is een boek van teksten. De kern van het boek zijn de stukken die Hustvedt schreef in het jaar na de dood van Auster. Ze beschrijft de rouw. De manier waarop de tijd is verstoord. Het huis dat uit balans is. Het missen van het lichaam van haar man. En ze beschrijft de periode die aan de dood voorafging. Het pijnlijke en ingrijpende proces van zware behandelingen voor de longkanker van Auster. Momenten van hoop en verwachting, en telkens nieuwe tegenslagen. Ze beschrijft hun huwelijk. Hoe ze elkaar leerden kennen, hoe ze samenleefden, hoe ze in elkaar aan het groeien waren, hoe ze elkaar lazen, in alle opzichten van het woord. Het is ontroerend te lezen hoe ze steeds elkaars eerste lezers waren. Hustvedt legt uit dat dit het eerste boek is van haar dat niet als eerste door Auster gelezen is. Ze mist hem, maar ze mist vooral de “and” van Siri and Paul. Het zijn fragmenten die opduiken tijdens het schrijven. Ze beschrijven het dagelijkse leven of zijn beschouwend. Er zijn stukken die uitgebreider ingaan op de wetenschap over de oorzaken van kanker, over het gevoel van ‘nabijheid’ na de dood van een geliefde. Ze heeft het ook over een tragische kant uit zijn leven, de dood van zijn zoon uit een eerder huwelijk en zijn kleindochter. Het gaat over hoe het is om schrijver te zijn, en hoe je omgaat met een vermoeiende beeldvorming waarin je altijd gezien wordt als ‘de vrouw van Paul Auster’, en dat terwijl zij wel duidelijk de intellectueel van de twee was en is.

Die fragmenten worden samengebracht in hoofdstukken die worden afgewisseld met andere teksten. Zo krijg je tekstjes te lezen die Paul voor Siri schreef, onder meer zijn allereerste ooit. Je kunt de drie brieven lezen die Siri aan Paul schreef toen ze pas samen waren en hij ineens besliste om terug te keren naar zijn eerste huwelijk, om zo bij zijn zoon te kunnen zijn. Hij was iets meer dan een week weg. Ze kwamen terug samen, trouwden, en bleven samen. Er zijn de mails die ze stuurde aan het netwerk van familie en vrienden waarin ze verslag uitbrengt over het verloop van het ziekteproces van Paul. En, heel erg bijzonder, het boek bevat ook de laatste geschriften van Auster. Hij was begonnen met wat een brievenboek moest worden voor zijn kleinzoon. De zoon van Sophie, de dochter van Auster en Hustvedt, werd geboren enkele maanden voor Auster zou sterven. De zeven brieven die hij nog kon afwerken aan zijn kleinzoon Miles zijn opgenomen in het boek.

Als je goed kijkt, zie je hoe nauwkeurig het boek is opgebouwd. Het is bij wijze van spreken geen ongefilterd dagboek. Het is een constructie van woorden, in de beste zin van het woord. Schrijven is een manier om te begrijpen, en een manier om te zijn. Als lezer kom je heel dicht bij het echte leven van een concreet gezin. Mensen die je vooral kende vanuit hun boeken of interviews, of uit het beeld dat over hen als schrijver bestond. En nu zie je hen in dat huis, zie je hun dochter en kleinzoon, zie je hoeveel pret ze samen maakten, zie je ook iets van het menselijk drama dat mensen kan raken. En tegelijk voel je ook heel sterk hoezeer Hustvedt zich al schrijvend wegschrijft uit de rouw en hoe ze zichzelf schrijft. Elk fragment dat ze schreef na zijn dood is zorgvuldig bewerkt. Vanaf de eerste bladzijden zit je in een ritme, in een bepaalde manier van ademen die je in het boek houdt. Hustvedt bewaakt heel nauwkeurig wat je wel of niet te weten komt en laat vooral de woorden zien. Je merkt het ook in de brieven of in de mails met kankernieuws hoezeer leven voor schrijvers ook een leven in woorden is.

Het fragmentaire karakter van het boek sluit goed aan bij het versplinteren van de tijd en van wie je was door de dood van een geliefde. En het zegt iets over hoe je die versplintering – die er misschien ook is in het leven in het algemeen – kunt aanraken en vormen in een tekst, die in die specifieke vorm een geheel vormt. Ghost Stories is intens, melancholisch, teder en heel wijs. Je mag iets zien van hartverscheurende gebeurtenissen en van een grote, levende en steeds bewegende liefde tussen twee mensen. Hun huwelijk was als een nooit eindigende dialoog. En met dit boek is het alsof Hustvedt de dialoog met Auster verder zet na zijn dood. Ze haalt hem en vooral het samenzijn terug, in woorden. Maar je voelt ook goed hoe het haar boek is. Het huis waar ze samen waren, is nu haar huis, en daar blijft ze schrijven. En op een of andere manier heb je het gevoel dat na dit boek de geesten het niet meer nodig zullen vinden om er rond te hangen.

Geen opmerkingen: