18 maart 2017

Wat het zich herinnert

Weet je wat het lichaam zich herinnert? Hoe kun je het weten? Is het te weten? Is het te ontweten?

Toen je als jongetje met de fiets overkop ging. Daar net voor de apotheker. Je ene oog is een beetje kleiner sinds toen, en die scheve neus zal er ook wel iets mee te maken hebben. (Zo denk je dat het gegaan is. Misschien heeft het er allemaal niets mee te maken, dat weet je niet.) Zou die herinnering als een rimpel op het water door je lichaam zijn gegaan?

(Herinner je je zelf wat er gebeurde? Of herinner je je de foto die ervan gemaakt werd? En zijn die dingen nog te scheiden?) De voeten van het jongetje, nog kleiner, in het gips. Die operaties, aan beide benen. Hoe zouden de evenwichten in een lichaam zich nadien weer zoeken? Soms, als je heel snel stapt, is het alsof je iets voelt, daar aan je scheenbeen waar het litteken nog te zien is. (Al trekt dat litteken zich steeds meer terug in het landschap.) Misschien is je been nooit vergeten wat er toen gebeurde.

Die ene dag aan zee, toen. Toen jullie in de wind gingen hangen. Je kon jezelf gewoon voorover laten vallen, er gebeurde niets. Iets is daarvan overgebleven, ergens. En daarna, uit de wind, achter het scherm, zitten eten. En daarna, in de duinen, kijken, en praten met de zee. Hoe de verhalen je toen aanraakten.

Het leren voelen aan hout. (Soms niet weten waar het voelen ophield en het ruiken begon. Hout is als het leven, waarschijnlijk.) Het heeft zich ergens neergelegd.

Bange nachten alleen in een koud huis. (De koude stapelt zich op. Je lichaam heeft veel tijd nodig om de dingen weer terug te geven aan het alles.)

Het ontdekken van de huid van een ander. Hoe eindeloos het mocht duren. (Het lichaam herinnert zich hoe het herinneringen aan het opbouwen was.)

Toen in het ziekenhuis. Na al die toestanden, ingrepen, al die mensen die jouw lichaam analyseerden als een object. Hoe je lichaam dat ook werd. Hoe verstorend het was om ineens op een voorzichtige manier aangeraakt te worden. (Misschien weet het lichaam waar thuis is. Waar het zou willen zijn.)

Die plekken in het landschap van een ander, waar je je handen wou laten liggen. En wat je zo wist over de wereld, over het middelpunt ervan. (Sommige herinneringen etsen zich in je huid. Sommige herinneringen raken aan wat er op een of andere manier altijd al was, iets van een wijsheid die alleen het lichaam kent.)

Waar en wanneer het niet veilig was. (Sommige dingen veranderen je lichaam, deuken het in, veranderen je wervels, je fossielen. Veranderen wat je door zou kunnen geven, aan andere lichamen.)

Misschien wel de schokken ondergaan door het lichaam van iemand anders. (Zoals je soms opschrikt, en denkt dat iets niet met jou gebeurde maar met een ander, en dat het toch huist in jou.)

Handen die niets vroegen, even toch.

Dat je zo snel groeide, die jaren. Hoe het iets van dat lichaam uit elkaar trok. (Een lichaam als een naschok, misschien wel.)

De muziek. Die op zoveel andere plaatsen dan je hoofd in je lichaam ligt. (Muziek kan wervels overnemen.) En als je die hoort, dan weet het lichaam iets. Het lichaam ziet wat het is om geheeld te worden. (Het lichaam wist het al. Misschien heeft het lichaam een eigen religieus gevoel.)

Het verlangen. (Is het geleerd, of ontvangen?)

De woorden. Ze bewegen onder je huid. Het lichaam kan de woorden zien. En overal waar ze gingen, niets gaat verloren.

En die kanker, natuurlijk. (Misschien was die zelf al een herinnering van een foutje in de kleinste lettertjes…) Soms doen je gewrichten pijn, als een herinnering. Soms valt je lichaam in paniek, als een uitgestelde schok. Soms is er een geur die je midscheeps raakt, als een pijnscheut, als een ontbloting. Soms denkt de buik: ik ben verloren gelopen, toen. Soms weet de huid niet meer hoe het moet. (En soms raken onveiligheden elkaar. Het lichaam raakt zichzelf, dus.)

En de liefde. Als lagen zichtbaar in een bodemstaal. Het lichaam herinnert zich alles, veel meer dan wat je kunt zien, als je erin rondloopt, zelfs met een zaklamp (opdraaibaar).

Hoe de gitaar voelt, hoe de piano.

Je hand weet het nog. Hoe het was. Toen je je hand in de warme jaszak van je grootvader stap.

Je hand weet het nog. Zoveel handen. Zoals de handen van je grootmoeder. (En hoe ze dan keek. Ook die dingen schuiven in elkaar.)

Die dagen in de Ardennen, toen. Hoe je bewoog, tijdens de wandeling.

De rimpels. (Het lichaam weet nog hoe het was, tussen het er nog niet zijn en het er al wel zijn, van de rimpels. Hoe het landschap was.)

De pijn. (Soms zie je het, wat het lichaam al lang weet.)

Het ritme van de trein, soms. Soms komt de trein in een ritme dat iets opent in je lichaam. Het trilt, en tintelt. Het vraagt een loslaten. Alsof je ineens iets mag zien dat er altijd al was. (Het lichaam wist al langer dat het er was.)

Hoe het zou kunnen zijn, jezelf uit handen te geven.

Het vluchten.

Ergens zijn de stemmen opgeslagen. (Stel dat je die stem nu aan de telefoon zou horen. Het zou je lichaam zijn dat die stem herkent. Hoewel, het zou iets zijn dat nog aan het herkennen voorafgaat. Een herinnering die voor de herinnering komt.)

En de dromen die je nog zult krijgen. (Je lichaam is als een mal die al klaar is.)

4 opmerkingen:

Stef Hublou Solfrian Vojvoditz zei

Mooi. Persoonlijk en doorleefd, doorlijfd. Een interessante inventaris. Zichzelf kwetsbaar opstellen noemt men dat ook. Met toetsen van autobiografie, historiografie. Herkenbaar. En toch, gemengde gevoelens bij dit poëtische proza van een oude kennis. Een klein beetje te maniëristisch naar mijn smaak. En voor mij eerlijk gezegd een beetje te blank. De vervreemding tegenover het (eigen) lichaam, in verband met de persoonlijke emoties, de kindertijd, het eigen geheugen, het bewustzijn, de andere mens... ze meanderen zich tussen de woorden en zinnen. In de blanco ruimten. Als riviertjes van schaamte en aliënatie en onbenulligheid, als woord geworden onkunde volkomen mens te zijn, als adders in het gazon in le plat pays. Ik hoop dat ik beter doe. Beter mens ben. Veel groeten.

http://uvi.skynetblogs.be/ zei

.


Er zijn zangvogels maar ook kraaien.
Zij dwarrelen als doodsbrieven door de hemel.
Krassen op je dag.

Die andere heldere zangers zingen voor je. Aria's
Als waren ze een Diva. Met de grandeur van Schoonheid.
Schilder, Jan. Met het penseel van je woorden.

Filter Troost uit je Alphabet.
Verf balsem op onze ziel.
Doordesem en doordrenk ons.

Drenkelingen in een zee van onbegrip.



Uvi

Jan Mertens zei

dankjewel voor je mooie reactie Uvi

Stef Hublou Solfrian Vojvoditz zei

Mooie, dichterlijke reactie van Uvi, die aan Japanse tempels, tuinen en haikoe doet denken.