30 december 2025

Big Kiss, Bye-Bye


Hoe raast het leven door je heen? Hoe ziet een liefde (of het verdwijnen ervan) eruit in je hoofd? Wat zie en voel en hoor en ruik je tegelijkertijd op een moment van grote lust? Wat zijn de dingen die je uit de werkelijkheid plukt en waar je aan blijft vasthangen? Hoe bewegen al die processen door de taal? Als je dat alles zou willen beschrijven, of tonen, kies je dan voor een klassieke verhaalvorm of kies je voor het in woorden proberen te benaderen van een constante stroom van indrukken en woorden en gewaarwordingen? En wat is er dan meer ‘echt’? Hoe laat je die woorden in je hoofd reageren of spiegelen op bestaande literaire teksten en welke soms exotische woorden heb je daarvoor nodig? Met zo’n vragen aan de slag gaan kan een boek opleveren dat heel erg saai of aanmatigend of volstrekt ondoordringbaar is. Het kan ook een boek opleveren dat een avontuur is. En dat laatste heeft Claire-Louise Bennett gedaan met Big Kiss, Bye-Bye (vertaald als: Dikke kus, dag-dag). Het is een fascinerend, soms weerbarstig, soms heel grappig, soms heel opwindend, soms enerverend, soms aangenaam verwarrend boek. Het is moeilijk uit te leggen waar het eigenlijk over gaat, en het is moeilijk uit te leggen wat voor boek het eigenlijk is. Het stuwt zichzelf voort, bewegend tussen tekstsoorten, met ritmische patronen en herhalingen, via allerlei zijwegen. En misschien is dat het wel, dat het leven iets met zijwegen is.

De vrouw die als ik-verteller aan het woord, komt verhuist van de stad naar een huisje in het bos, ergens in Ierland. Ze had een relatie met Xavier, een veel oudere man van 75, maar die is voorbij, waarschijnlijk toch. Zij is schrijver. Ze blikt terug op de voorbije relatie, met verwarrende gevoelens. Ze zegt tegen zichzelf dat het goed is dat het voorbij is, maar tegelijk blijft ze er in haar hoofd naar terugkeren. Ze denkt terug aan andere relaties. Via een brief krijgt ze contact met een vroegere leraar Engels uit de middelbare school, en dat is dan een opstapje naar een affaire die ze in die periode had met de leraar filosofie die waarschijnlijk best al grensoverschrijdend kan worden omschreven.

Als lezer volg je dat alles in de binnenwereld. Je zou je kunnen voorstellen dat wat je leest de notitieboeken zijn van de vrouw. Soms lijken het dagboeknotities, die zoekende reflecties zijn over wat er in haar gebeurt. Via allerlei alledaagse gebeurtenissen of dingen of voorwerpen kijk je mee in een soort intieme verwarring. Soms lijken het meer bewerkte teksten die een deel zouden kunnen zijn van een literair werk. Soms zijn ze vrij eenvoudig beschrijvend. Soms zijn ze een taalstroom die aandacht vraagt voor conventies in het weergeven van dialogen, door eindeloze herhalingen. Soms zijn ze een zinderende rivier aan woorden die als een stream of consciousness de gelijktijdigheid proberen te vatten van allerlei in alle richtingen stuitende gedachten in je hoofd. Misschien maakt het helemaal niet uit wat het juiste statuut is van die teksten. Als het zo is dat je de complexe en steeds wisselende werkelijkheid niet zomaar kunt vatten in de illusie van één lineaire en ‘vattende’ tekst, dan is een collage van verschillende fragmenten in een diversiteit aan registers misschien wel waarheidsgetrouwer.

Als lezer krijg je door die vorm een fascinerende inkijk in hoe een lichaam een soort kruispunt van betekenisprocessen is. De vrouw denkt terug aan vroegere relaties en herhaalt allerlei momenten uit haar contacten met Xavier. Hij lijkt een nogal zelfingenomen man. Vroeger was hij rijk, nu mogelijk niet meer. Hij idealiseert haar, en wil haar zo controleren. Zij wil zich niet zomaar schikken in die rol, maar voelt zich tegelijk toch ook aangetrokken tot iets in die relatie. Er is een machtsdynamiek. Hij wil haar telkens bloemen geven, wat dan leidt tot een formule dat zij elke week op zijn kosten bloemen mag/moet ophalen in de winkel of laten brengen. Wat eerst fijn is, wordt tegelijk dwingend (het moet telkens over een relatief groot bedrag gaan) en verstikkend. Ze komt er in haar beschouwingen eindeloos op terug. Dat zegt dan weer iets over hoe zo’n dingen werken in je hoofd. Je wilt de werkelijkheid als geheel benaderen, maar doet dat via concrete ankerpunten die het proces verhelderen en tegelijk in de weg staan. Alle tegenstrijdige gevoelens tussen die jongere vrouw en oudere man komen aan bod, in het beleven ervan. Er is geen verteller die nadien of vanuit een overzichtelijke hoogte kan duiden of ordenen. En hoewel we zelf wel eens denken dat processen van reflectie en beslissen relatief rechtlijnig of ‘rationeel’ verlopen, verloopt dat alles in je hoofd veel rommeliger. Een fascinerend voorbeeld daarvan in het boek is de manier waarop de vrouw het mailverkeer met die leraar Engels aanpakt. Het is een amalgaam van twijfels, strategische zetten, zelfverfraaiing, irritatie en niet weten. De eindeloze rituele dans van aantrekken en afstoten met Xavier is een ander voorbeeld.

Als lezer moet je je gewoon een beetje uit handen geven aan het eigenzinnige avontuur dat dit boek is. Het is misschien in eerste instantie – als toegangspoort – vooral een tekstueel avontuur. Als je je gewoon zou afvragen wat er nu zo boeiend zou kunnen zijn aan Xavier en wat zij in hem ziet, dan loop je mogelijk al snel vast. Als je een min of meer afgerond ‘verhaal’ zou willen dat je ook netjes zou kunnen navertellen, dan zul je mogelijk verdwalen. Je zou dan in beide gevallen hopen op iets als een ‘hoofdweg’, die min of meer herkenbaar van a naar b gaat. Maar hier krijg je een beleving van teksten in verschillende lagen en registers, die in hun meerstemmigheid iets proberen te vatten van de complexiteit en onvatbaarheid van de (lichamelijk) beleefde menselijke ervaring. In de zijwegen gebeuren de dingen, zou je kunnen zeggen. In die teksten vind je dan ook nog verwijzingen naar bestaande literaire werken of films. Het is allemaal, in verschillende tempo’s, heel ritmisch. Als lezer moet je dat ritme volgen. Soms gaat het trager dan je zou willen, soms raak je buiten adem. Af en toe stelt het je geduld op de proef en moet je jezelf bij de les houden. Maar vaak voelt het als een groot genot om je te laten meevoeren. Het is uiteindelijk zo dat je het gevoel krijgt dat je door dit merkwaardige boek iets hebt begrepen over hoe de liefde beweegt en hoe het leven zich laat voelen, met alle verwarring en onvatbaarheid die daarbij horen. Het is een boek dat zich niet laat ‘vatten’, en dat maakt het zo goed.  

Geen opmerkingen: