25 juli 2017

The Rules Do Not Apply

Soms denk je dat je alles voor elkaar hebt, dat je alles onder controle hebt, dat je zelf bepaalt hoe de puzzel van het leven zich legt, en dat je daar bijna vanzelfsprekend recht op hebt. Soms denk je dat jij niet onderhevig bent aan de regels van het leven, en dat jij zelf bepaalt wat de regels zijn. Tot het leven je inhaalt en die overmoedige veronderstelling onderuit haalt.

In het heel bijzondere The Rules Do Not Apply (vertaald als: De regels gelden niet) vertelt de Amerikaanse schrijfster/essayiste Ariel Levy haar levensverhaal. Het is een heftig verhaal, over verlies, en over wat het leven ons leert. De schrijfster kijkt behoorlijk genadeloos naar zichzelf, zonder ooit tranerig te worden. Er is veel verdriet, maar dat gaat nooit op de loop met zichzelf. Je voelt op elke bladzijde dat de schrijfster zich vasthoudt aan het enige waarvan ze zeker is dat het blijft, en dat is het schrijven. Dat doet ze ook vaak met veel humor. Het is alsof je als lezer het mededogen teruggeeft aan de schrijfster, zonder dat zij het zelf moet benoemen. Dat je niet alles kunt hebben in het leven, tot dat inzicht komt ze – bijna tot haar eigen verbazing – zelf.

Helemaal vooraan wordt het hele boek in enkele zinnen samengebracht: “Until recently, I lived in a world where things could always be replaced. But it has been made overwhelmingly clear to me now that anything you think is yours by right can vanish, and what you can do about that is nothing at all. The future I thought I was meticulously crafting for years had disappeared, and with it have gone my ideas about the kind of life I’d imagined I was due.”

Ariel Levy schrijft al vele jaren voor de New Yorker en in dit boek vertelt ze haar eigen verhaal. Als journaliste/essayiste gaat ze naar een plek waar ze niemand kent en waar ze de verhalen van mensen verzamelt en die in een vorm giet. Dat heeft ze nu met haar eigen verhaal gedaan.

Ze vertelt hoe ze bij het wereldberoemde tijdschrift terecht kwam en wat het schrijven voor haar betekent. Ze vertelt over haar ouders en hun ingewikkelde relatie. Je maakt kennis met de schrijfster als een jonge zelfverzekerde vrouw die in zekere zin doet waarvoor generaties vrouwen voor haar gevochten hebben: ze maakt zelf haar eigen leven, en het lijkt ook nog allemaal te lukken. Ze houdt van mannen en van vrouwen, en wil zelf kiezen hoe ze dat alles gaat organiseren. Ze wordt verliefd op een vrouw die een stuk ouder is dan zij. Ze gaan samenwonen, ze trouwen. Na een tijd voelt ze dat ze een kind wil. Ze zoekt een donor, alles lijkt goed te gaan, op haar voorwaarden.

Maar de dingen lopen uiteindelijk anders. Binnen de relatie zijn er grote spanningen, onder meer door het drankgebruik van haar vrouw. Tijdens een opdracht in het buitenland is er een vroeggeboorte, en ze verliest haar kind. Terug thuis blijkt dat de relatie het niet meer houdt, en verliest ze ook nog het huis dat ze samen met haar vrouw had. En dan staat ze op een nulpunt waar ze nog nooit eerder stond: ze heeft geen plan meer.

Het boek is in de eerste plaats een boek, geen ongeordend hoopje tragiek. Je voelt op elke bladzijde de kracht van de woorden. De woorden zijn direct, niet verbloemend. Ze zijn een verhaal, dat je als het kan in één ruk uit wilt lezen. Je bent er als lezer de hele tijd heel dicht bij. Soms vraag je je zelfs af of dat wel mag eigenlijk. De tragiek is intens, maar de woorden zorgen de hele tijd voor inleving en tegelijk voldoende afstand, ze vragen nooit medelijden. Het mededogen komt wel, en dat ligt mee aan de vorm.

Het is indrukwekkend hoeveel levensvragen op compacte wijze hun plaats vinden in dit boek. Het is heel ontroerend hoe zij die vragen aan zichzelf stelt en hoe je samen met haar bij enkele antwoorden komt. Er komt gelukkig geen ‘en toen was alles weer goed en in orde’-einde. De lege plek heeft aan zichzelf genoeg. Als er een nieuw begin komt, dan zal dat net daarna komen.

Als lezer ben je erg onder de indruk van wat er allemaal gebeurt en van de veerkracht van de vrouw die haar verhaal vertelt. Maar de kracht van het boek zit in het feit dat je de woorden ziet, en niet zomaar als in een soort documentaire of zo de gebeurtenissen. De structuur van het boek is feilloos opgebouwd, met subtiele aankondigingen en motieven. De wijsheid is ingedikt tot mooie zinnen. Soms zijn ze bijna te mooi, en geven ze je als lezer een soort schroom. Je hoort tijdens het lezen, zo lijkt het toch soms, de zelfbewuste stem van de schrijfster. Als je naar de woorden kijkt, zie je wat ze doen met pijnlijke ervaringen.

Denken dat je alles in je eigen leven naar je hand kunt zetten, is overmoedig. Denken dat jij zelf kunt ontsnappen aan een aantal wetmatigheden van het leven is misschien wel een beetje narcistisch. Die gedachte beschermt je niet tegen de tragiek, zorgt er misschien zelfs voor dat je de tekenen later ziet. Misschien is het goed het hoofd te buigen voor de stroom van het leven zelf, is het goed te aanvaarden dat je niet alles kunt hebben. Als je die vragen kunt laten leven in een boek dat zo kwetsbaar eerlijk en tegelijk ook grappig is zonder dat de woorden hun zelfvertrouwen verliezen, dan heb je iets bijzonders gemaakt. En dat is wat Ariel Levy heeft gedaan met The Rules Do Not Apply.

1 opmerking:

Stef Hublou Solfrian Vojvoditz zei

<3 Dank. Er zijn Grote Mensen onder ons. Ariel Levy bijvoorbeeld. Zich kunnen buigen voor de Stroom van het leven, een wijze houding. "Wijsheid duurt het langst". Kristien Hemmerechts merkte het in een interview in DS in 2015 al op: "In de grond wordt ons niets gevraagd in dit bestaan. Je hebt als mens niets te eisen; niet van andere mensen, niet van het Leven." - Iets scheppen, productief, vruchtbaar zijn, dat is wat blijft, als alles is vergaan voor je, zo lees ik dit verhaal.