03 maart 2019

Iets over de tijd

Soms lijkt de tijd vloeiend samengebald in je hoofd. Het is alsof je ziet waar je nu bent en waar je vandaan komt. Niet dat je alles weet, niet dat je weet waar je naartoe gaat, maar het lijkt alsof je hier bent en dat je achterom kijkend nog wat grote lijnen ziet.

De blik bepaalt wat je denkt te zien, laat al het andere weg.

Je bent een verhaal dat je elke dag opnieuw uit fragmenten, onbepaaldheid en chaos opbouwt. Een poging tot rustgevende momentopname tussen krachten die je in alle richtingen trekken.

Tot je begint op te ruimen, in je eigen leven, in wat bleef van levens van verwanten.

Eindeloos veel verhalen die er nog zijn, die daar gewoon nog liggen. Het rekt de tijd weer uit, of doet beseffen dat je de tijd al te gemakkelijk had samengevat in je hoofd.

Elk ding dat je aanraakt kan het wateroppervlak ineens weer doen rimpelen, met ketens van verhalen. Soms dringen de dingen zich op, in hun eindeloze veelheid, wil je niet dat ze de relatieve stilte verstoren die je dacht bereikt te hebben in stukken van je hoofd. Soms nodigen ze uit tot herzien, herlezen van de woorden die door je heen bewegen. Soms wil je het niet, soms is het goed. Soms wil je adem, soms is het goed dat de verhalen zich herschikken.

Het kan zijn dat je een lichaam hebt dat de trillingen absorbeert, in vertraging. Het kan zijn dat het zelf een verhaal is, misschien nog niet eens half gelezen, misschien als een roman die zijn lagen koestert.

Alles beweegt. (Wat het eigenlijk de hele tijd al deed.)

Soms kijk je naar jezelf. Je ziet hoe ergens in een dag dat ene ding doen je grondeloos moe maakt, terwijl je erbij staat. Alsof je lichaam iets weet. Je doet iets anders en het is alsof je uit de wind zit.

Je kent de sporen, ondertussen. Ze hebben hun eigen leven, hun eigen tijd. Ze leren je iets.

En soms raakt iets of iemand je aan, op een onbewaakt moment, en zie je een tijd oplichten, ergens in je.

Misschien zie je ineens de tijd anders, de tijd die was, de tijd die komt, die zou kunnen komen. (Wat eigenlijk ook de hele tijd al gebeurde, misschien.)

Met wat je terugvindt en wat je achterlaat zie je misschien dingen die te veel bepaalden wie je was, of die zich laten heronderhandelen in de tijd van je lichaam. Niet dat iets fout was, het was.

Soms zie je de tijd in de kinderen van je dierbaren, en besef je hoe oud je bent. Soms is het alsof je iets doorheen de tijd zou willen trekken, voor de kinderen van je dierbaren, om stukken met elkaar te verbinden, waardoor het landschap verandert.

Soms wil je dat de verhalen die de dingen omcirkelen zich elders kunnen neerleggen, in een andere bedding.

En je weet dat de woorden zich zullen neerleggen in je, met de wind.

(Hoe het was in je droom. Hoe je verlangde naar een plek in het huis, ergens in een hoek, waar het warm zou zijn, waar het onweer je niet zou kunnen raken.)

Hoe je even tussendoor, in een niemandslandmoment, aan de piano ging zitten. Misschien had je dat liedje al zo vaak gespeeld en gezongen, het gaf niet. Het klonk anders, die overgang van het ene naar het andere akkoord. Het had iets met de tijd te maken, al wist je niet zeker wat.

Hoe je in die hoek van de kamer ging zitten, waar het warm was, om je boek uit te lezen.

Hoe je bij het poetsen die oude jazzplaten oplegde. Het verdriet schoof even naar achter, hoewel er veel verdriet in die opgewekte muziek zat. (Misschien wou je iets verbinden in de tijd, iets herschikken.)

(Misschien moet je nog even gaan zitten, in de stilte, om te kijken naar de rivier.)

Soms verlang je (zoals iedereen, altijd al) naar dingen die je even uit de zwaartekracht van de tijd halen. (Het troostende besef dat de dingen die dat kunnen zelf in de tijd bestaan.)

En de woorden zelf, ten slotte. Ze zijn in de tijd. Het ene woord komt na het andere, en zo zoeken ze een zin, zoeken ze zichzelf, zijn je huid.

Geen opmerkingen: