15 maart 2015

Omwegen

Soms weet je het niet. (Zou ik dat mogen zeggen, zou ik dat mogen doen?) Het lijkt zo vanzelfsprekend, het lijkt zo gewoon het gevolg te zijn van het feit dat je hand er is.

Soms komen herinneringen zomaar opzetten. (Of waren ze nog niet weg, dat kan ook.) Een dag eerder dacht je nog: goed dat ik nu hier ben, dat ik het nu zie. Een dag later schuift het door je huid. En je zou.

Soms zou je in je droom willen blijven. Even langer toch. Om te ontdekken wat er zou gebeuren. Of alleen maar blijven. Om te voelen.

Soms vraag je je af of iemand ooit zal zeggen: had ik toen maar.

Soms vraag je je af of je ooit had moeten zeggen.

Soms vraag je je af of je die woorden toch had moeten opschrijven.

Soms denk je dat je op deze vrede moest wachten. En dat het iets met de dingen zal doen.

Soms denk je: ik vertel de laatste omwegverhalen, en dan ligt alles achter me. Dan is het alleen nog.

Soms zie je jezelf in een beeld, en voel je alles wat daar zou kunnen zijn. En het is alsof het zo zou kunnen zijn.

Soms denk je: ik zou ja zeggen, misschien wel.

Soms zie je iemand in een film. Zoals net nog. Je ziet haar, hoe ze staat te roepen, en wenen tegelijk. Hoe ze vecht. Hoe ze zichzelf volgt. En alleen daardoor iets laat zien wat jij nooit zag. Hoe je ineens van de kaart bent, en beseft: dit is het dus. Dit had het kunnen zijn.

Soms zie je het blijven, en wat het zou kunnen betekenen.

Soms zie je de kinderen, wat ze zeggen, wat ze doen. Hoe ze je iets duidelijk maken.

Soms zeg je: zal ik voor je koken. Soms zou je willen zeggen: zal ik voor je koken.

Soms denk je: iemand zou me nu zomaar kunnen doen smelten.

Soms zeg je: je bent mooi.

Soms zie je alleen die herinneringen. Het is alsof je daar zomaar verder zou kunnen gaan. Alsof je die verhalen weer op kunt pikken. Als verhalen.

Soms denk je: het is goed genoeg zo, die vraag hoeft niet meer.

Soms beweeg je traag door de kamer. Je komt dicht bij waar de dans zou kunnen zijn, zomaar, daar.

Soms doe je iets hier, in de hoop dat het daar gehoord wordt. Soms lukt dat.

Soms zie je wat de troost zou kunnen zijn.

Soms komen de woorden naar je toe. Toch enkele zinnen.

Soms is het of je iets begrijpt. Op een zondagnamiddag.

Soms zie je dat het goed was te wachten. Soms zie je dat het woord wachten niet het juiste is.

Soms kijk je naar dat lichaam. Soms vallen de dingen samen.

Soms kijk je naar een lege plek. En slaap je daarna weer verder.

Soms kijk je naar je onrust. Hoe die onder je huid beweegt. En blijf je gewoon rustig kijken. Tot het weer over is.

Soms zie je het verlangen.

Geen opmerkingen: