24 september 2015

Agnetha

Ik kwam haar tegen bij de schoenmaker. Ik was daar om mijn sandalen op te halen, maar ze waren nog niet klaar. Niet zo erg. Dat kon nog wel wat wachten. En daar stond ze ook te wachten, net voor mij, Agnetha. Ze vroeg aan de schoenmaker of hij dat paar schoenen nog eens op kon lappen. Voor de vierde keer. Hij zou het proberen, zei hij, al zou het niet gemakkelijk zijn. Soms verslijten dingen echt. Ik heb het er soms ook moeilijk mee. En dat is wel een beetje raar. De herfst is begonnen, en dat doet me wel iets. Het gevoel van de veranderende seizoenen, de vergankelijkheid. Onlangs hoorde ik nog, in een panel dat ik moest voorzitten, een schrijfster zeggen dat mannen iets hebben met vergankelijkheid. Te veel, volgens haar. We hadden samen een boekje gelezen met ‘gedichten die mannen aan het huilen brengen’. Ik vond het wel een mooi boekje. Maar zij had het lastig met de keuze van de gedichten door al die mannen. Ze lijken wel geobsedeerd door vergankelijkheid, iets in die aard zei ze. Vrouwen, die zelf het leven geven, hebben meer iets met het leven. Ik geloof dat ze dat zei. Het was een uitdagende gedachte, moet ik toegeven. En officieel heb ik eigenlijk ook wel iets met vergankelijkheid. De gedachte heeft iets troostends. Ik voel me dan een deel van de natuur, en de natuur lijkt dan een deel van mij. Maar dat dingen als sandalen of schoenen gewoon echt kunnen verslijten, en op een bepaald moment niet meer te herstellen zijn, dat blijft erg moeilijk.

Maar goed, Agnetha dus. Toen ik uit de winkel kwam, stond ze me op te wachten.

‘U kent mij niet, maar ik u wel. Het is te zeggen: ik heb uw stukje gelezen over de trein. De trein van 8.34 uur, en dat met rust gelaten worden. Ik vond het wel heel mooi eigenlijk. Het is alsof u zei wat ik ook denk soms, maar ik krijg dat nooit zo gezegd. Bedankt daarvoor.’

Het maakte me heel verlegen. Ik maak het wel eens mee, dat iemand me bijna in mijn oor fluisterend komt zeggen dat zij of hij (hoewel het meestal een zij is) een stukje van mij heeft gelezen. En dat maakt me dus altijd heel verlegen. Haar stralende glimlach hielp niet echt, in dat verband.

Maar ik had me die dag voorgenomen iets dappers te doen, wanneer het zich zou aandienen, en dus stelde ik haar voor een koffietje te gaan drinken, aan de overkant van het kruispunt. Er is daar een leuk tafeltje bij het raam.

Ze vertelde me dat ze eigenlijk wel graag wat vastigheid wilde in het leven. En vooral in haar werk, op dit moment.

‘Je krijgt dat tegenwoordig altijd maar te horen, dat je flexibel en mobiel moet zijn. Een vaste betrekking, dat is echt fout of zo. Maar ik denk dan: jullie hebben gemakkelijk praten. Jullie moeten niet in je eentje voor twee kinderen zorgen met zo’n laag inkomen als ik heb. Qua flexibiliteit in het bedenken van hypercreatieve oplossingen in het rondkomen met weinig geld heeft niemand mij iets te leren, en zeker niet die venten in chique pakken die mij komen vertellen hoe geweldig het is om mobiel te zijn op de arbeidsmarkt.’

Ze had de voorbije jaren al heel wat verschillende jobs gedaan.

‘Een van de laatste dingen die ik gedaan heb was matrassentestmevrouw. Dat is een beetje vergelijkbaar met wat een verkoopster in een lingeriewinkel soms meemaakt. Als er dan een man is die een lingeriesetje wil gaan kopen voor zijn vrouw, dan vraagt men welke maat zijn vrouw heeft. Hij weet dat natuurlijk niet, en begint prompt te kijken naar de borsten van de verkoopster. Hij vraagt dan aan die mevrouw welke maat zij heeft, en probeert in te schatten of ze even groot zijn als die van zijn vrouw. Hij kan waarschijnlijk moeilijk vragen of hij eens even mag voelen. Dat is naar het schijnt trouwens wel erg goed tegen de stress, borsten vasthouden.’

Ik begon me stilaan af te vragen waar haar verhaal naartoe ging, en keek terwijl strak in haar ogen, zo andere delen van haar lichaam vermijdend. Dat is niet altijd gemakkelijk, in het algemeen, of zoiets.

‘Maar soms heb je dus ook in een matrassenwinkel mannen die een nieuw bed of nieuwe matrassen komen kopen. En je moet dat dan testen, want die matrassen tegenwoordig, dat is allemaal aangepast aan de lengte en het gewicht en al die dingen. Als er dan zo’n man alleen in de winkel komt, moet je eigenlijk ook iets weten over zijn vrouw (of man natuurlijk). En dat heb ik dus een tijd moeten doen, in zo’n matrassenwinkel. Ik moest daar vooral bestellingen verwerken en uitrekenen in welke volgorde de techniekers de matrassen en bedden thuis bij de klanten moesten afleveren. Dat is ook zo’n test die je altijd krijgt als je gaat solliciteren en je moet van die psychologische tests doen, de boodschappentest. Ik ben daar ondertussen zeer goed in, en dat komt dan van pas in zo’n winkel. Maar als er zo’n man was in de winkel, dan kreeg ik een belletje, en moest ik dus naar dat bed komen om naast die man te gaan liggen. Zo konden mijn collega’s, en die man zelf ook, het bedgevoel inschatten. Ooit vroeg een van hen me of ik dat ook bij hem thuis kon, maar dat zag ik niet zo zitten.’

Ik moest haar bekennen dat ik ook een van die mannen ben. Het is te zeggen: was. Een aantal weken geleden ging ik nieuwe matrassen bestellen voor mijn bed. Volgens alle reclames moet je dat doen na tien jaar. Dus heb ik na vijftien jaar beslist toch maar nieuwe matrassen te kopen. En de verkoopmevrouw in de winkel moest me allerlei vragen stellen. Heel voorzichtig, en zich al preventief verontschuldigend, vroeg ze hoe lang ik ben, en ook hoeveel ik weeg. Ze stelde me voor een mediummatras te nemen. Toen moest ik op een ander bed gaan liggen, met een mediummatras. Dat lag wel lekker trouwens. En toen vroeg ze, nog voorzichtiger, hoe het zat, of eigenlijk hoe het lag met mijn partner. Ik antwoordde haar dat aan de andere kant van het bed op dit moment meestal mijn beer ligt, en dat een eventuele partner zich toch zal moeten neerleggen bij een mediummatras, zelfs op een mediummatras. Waarop ze zich nog meer verontschuldigde, en ik haar zei dat dat voor niets nodig was. Als er een matrassentestmevrouw in de winkel was geweest, zou ik waarschijnlijk heel verlegen geworden zijn. In elk geval, de matrassen zijn deze week geleverd, en ze liggen geweldig, echt waar.

Agnetha vertelde nog meer over alle mogelijke andere rare jobs die ze had gedaan. Ze hield de moed erin, maar het was duidelijk dat het niet gemakkelijk was voor haar.

‘De feesten in december, dat is de moeilijkste tijd. Dat ik zelf mijn schoenen vier keer laat oplappen, dat is niet erg. Maar ik wil niet dat mijn kinderen iets moeten missen, of dat ze het idee krijgen dat ze minder zijn dan andere kinderen.’

We hebben daar nog een hele tijd gezeten. De koffie was lekker. Haar verhaal maakte me een beetje verdrietig, maar ze zei dat dat niet hoefde. Alles zou in orde komen, het kon alleen nog maar beter gaan.

Geen opmerkingen: