22 oktober 2016

Darker

(You Want It Darker)

Ik ben klaar. Dat zingt de zanger met de diepe stem. Hoewel dat laatste ook nog een understatement is.

Wat is er zo bijzonder aan die ene zin dat die door je hoofd blijft gaan? Het is een zin die je een beetje bang maakt. En tegelijk ook niet.

Misschien wil je dat punt ooit bereiken. Misschien heb je dat punt bereikt.

Je hebt het vaak gedacht, sinds toen, sinds die ziekte, die kloteziekte. Voor jou geen lijstje van dingen die je zeker nog zou willen doen voor het jouw tijd is. Zo’n lijstje lijkt dat moment nog meer gewicht te geven, lijkt het nu rustelozer te maken.

Je nam het je voor. Dat je elke dag zou kunnen zeggen dat je klaar genoeg bent, dat het goed geweest is.

Dat was het idee. Als je dat elke dag kunt zeggen, kan het ook nog eindeloos lang duren.

Het is een nobel streven, denk je. Of het je lukt?

Soms. Soms wel.

Soms is er dat gevoel van vrede wel. Dat je zou kunnen zeggen dat je je best gedaan hebt.

Soms is er de rusteloosheid, ook. Alle dingen die je zou willen zeggen, tegen die of die, en die eigenlijk vandaag moeten gezegd worden.

Soms lijkt het een rustig vooruitzicht. Dat je dat zult kunnen zeggen, op het moment dat komt, dat je klaar bent.

Soms zie je wat je nog zou kunnen doen, wat je nog te doen hebt. Soms lijkt dat een immense lege vlakte, en dat is goed. Dat het zich gewoon zal aandienen. En dat het er niet toe doet hoeveel tijd er is.

En als je eerlijk bent, moet je toegeven dat het ooit anders was. Je hebt het jezelf ondertussen al een paar keer horen zeggen, dat je denkt dat je nog oud zult worden. Ooit was dat anders.

(Zo’n zinnen. Ze komen gemakkelijker. Ze worden lichter. Doorheen de jaren. Misschien is dat wel goed.)

(Misschien is dat ook een oefening. Zo’n zinnen telkens opnieuw laten komen, wanneer ze dat willen, en ze telkens lichter laten worden.)

Natuurlijk zijn er ook andere gedachten, af en toe. Als een flits. Als een moment van wankelen. Dat je denkt dat je minder geluk zult hebben als de ziekte zou terugkomen. Ook al is het een onzinnige gedachte. Je doet alles wat je kunt, dat zou genoeg moeten zijn. En ook als het zo is, is er geen enkele reden om wat dan ook te denken, vooraf. En toch.

Hoe het zal zijn met het lijf, en de pijn? Hoe het zal zijn als je Julia niet meer ziet? Soms, een flits.

En toch ook. De zee heeft je iets laten zien. Iets over de stroom. (Je kunt niet meer zeggen dat je het niet wist. Wat je eigenlijk tevoren ook al niet kon, eigenlijk.)

En ook. Dat je het ziet, in je hoofd. Hoe iemand je hand vasthoudt.

Eigenlijk is het wel een mooie gedachte. Klaar zijn. Alsof het de beste manier is om iets van de tijd te verslaan. Alsof klaar zijn om te vertrekken de beste manier is om te kunnen blijven.

En misschien is het streven al genoeg. Misschien is elke dag proberen genoeg. Het maakt het falen in zekere zin gewichtloos.

Het zou ook aan de herfst kunnen liggen. Te weten dat niets ooit verloren gaat. Hoe goed het is, te beseffen dat je een golf bent. Een rimpel. Herkenbaar, zichtbaar, hoorbaar, aanraakbaar, verhaalbaar. De zee heeft het vermogen tot golf in zich. En de golf weet het: zeeloos zijn kan niet. En dat alles is genoeg.

En gedachten en verhalen over de liefde, die zijn er ook natuurlijk.

Je weet het dus niet goed, wat die ene zin met je doet.

En ook dat is goed. Goed genoeg.

Geen opmerkingen: