02 november 2017

Manieren van beginnen

Uitkijken naar enkele dagen vrij. Onder meer om door te kunnen werken aan dat grote document. Je duwde het al een tijdje voor je uit, wou er helemaal klaar voor zijn om dan lekker door te kunnen werken. De dagen vrij zijn aangebroken. Om een of andere reden dienen zich plots allerlei andere nuttige dingen aan. Die natuurlijk officieel gericht zijn op het voorbereiden van het beginnen. Stukken van het bureau opruimen. Nadenken over een systeem. (Kan trouwens in diverse situaties worden gebruikt: nadenken over een systeem.) Stukken van een andere kamer opruimen. (Ook dat lag al lang te wachten op beginnen.) Nadenken over wanneer je zult beginnen met het opruimen van de kleerkast, in nog een andere kamer. Om dan uiteindelijk toch te beginnen. En een beetje blij zijn.

Ergens op een kantelpunt staan, hoewel je niet goed weet wat dat dan wel zou zijn. Weten dat je ergens naartoe moet gaan, hoewel je het nog niet goed ziet, eigenlijk, maar wel vermoedt. Niet goed weten hoe je daaraan moet beginnen, wat ook een goed excuus is tegelijk, misschien. (In de categorie ‘sommige dingen hebben wat tijd nodig om uit de mist te komen’.)

Soms lukt het in een vers boek meteen van de eerste bladzijde. Soms moet je die twee keer lezen. Net een boek uit hebben dat in de eerste groep viel. Je voornemen om er een stukje over te schrijven, maar nog geen zin hebben om dat vandaag al te doen. (Misschien is dat wel een beetje lui, zou een stem zeggen.) (Een beetje wachten na het lezen van een boek voor je er een stukje over schrijft is meestal goed. Het daalt een beetje in dan.) Allerlei existentiële kwesties over beginnen dienen zich aan. Zoals de vraag of je al mag beginnen aan weer een nieuw boek nog voor je een stukje hebt geschreven over dat ene dat je net uit hebt. (Dat dan weer in de categorie ‘echte wereldproblemen’.)

Die ene serie die je al weken opspaart in je dingescorder. Ben je er nu echt klaar voor? Kun je er nu aan beginnen? Moet je dan de volgende dagen telkens een volgende aflevering bekijken? Het hoort misschien wel bij de vakantie nu, of niet? Zou je toch niet eerst even iets anders doen? Na twee minuten lullige interne dialoog begin je eraan. Wat een goed idee blijkt te zijn.

Je in een leeg moment tussen 16.31 en 16.33 uur iets afvragen over hoe het zal zijn als je echt oud zult zijn, zo binnen 150 jaar of zo. En of je nu eigenlijk goed bezig bent met daaraan te beginnen. En wanneer dat dan moet gebeuren.

Twee potjes ijs hebben. Een straciatella, een chocolade. Twee paar meisjesogen kijken lichtjes gulzig (proactief dan) toe. Er is blijkbaar een voorkeurvolgorde van openen, die ongeveer overeenkomt met de voorkeursmaak. (Vorige keer hadden ze wel gevraagd dat je voor drie smaken zou zorgen, maar dat is verdwenen in de nevelen van de tijd.) De grootte van de bol houdt een zekere belofte in dat dat er nog een tweede kommetje zou kunnen komen, als er dan nog genoeg van het voorkeurijs in dat ene potje zit. Je ziet allerlei ingewikkelde berekeningen door meisjeshoofden gaan. En toch gewoon rustig bij je plan blijven, of zoiets.

Je afvragen of je de volgende dag, bij wijze van mogelijke pauze tijdens het schrijven van het document, best meteen begint aan het opruimen van de kleerkast of eventueel ook gewoon wat rond mag hangen en je tijd verdoen. Je – mocht je uiteindelijk kiezen voor de ethisch mindere variant, namelijk het rondhangen – voornemen om zelfs tijdens het rondhangen toch minstens één wereldprobleem op te lossen. Zoals dat over de nog aanvaardbare omvang van gaten in sokken. Waardoor je dus nu al begint met iets wat nog moet beginnen morgen. Of zoiets.

Je voornemen dat je de vraag of je aan een boek moet beginnen nog minstens een jaar zult uitstellen. Beginnen met niet beginnen als het ware. Gelukkig gaat het daarbij over het schrijven van een boek, niet het lezen van een boek. Dat laatste mag wel. Ook al wijst iemand je erop dat de stapel nog te lezen boeken stilaan angstaanjagende vormen begint aan te nemen.

Je afvragen waarom iets telkens terugkomt, in je hoofd.

In je hoofd de zachte leegte zien die over je heen zal dalen als alles opgeruimd en ontdaan is van overbodige spullen, en als alle belangwekkende documenten klaar zijn. Je afvragen of je dan extreem gelukkig zult zijn. Weten dat je met dag geluk nu al kunt beginnen, en weten dat dat eigenlijk nu al bezig is. (Je afvragen hoe dat nu ook weer boeddhistisch verantwoord in die film gezegd werd, en beseffen dat er nog werk is, qua mindful, en tegelijk beseffen dat het idee dat er nog werk is op zich al niet erg mindful is, waardoor je eigenlijk is een loop komt qua beginnen terwijl je altijd al bezig was, of gewoon was. Vragen die je niet kunt oplossen, ultiem, moet je jezelf misschien niet al te hardnekkig stellen. Boeddhisme voor beginners…)

Geen opmerkingen: