23 maart 2008

Mache dich, mein Herze, rein


Kijken naar het verhaal in het boek. Hoe het verteld wordt. Hoe de plekken en momenten beschreven worden. Hoe er een begin en een midden en een einde aan elk moment, aan elke persoon lijkt te zijn. Hoe de dingen zo na elkaar komen, alsof het zo moest zijn. Alsof ze uit elkaar volgen. Kijken en weten dat je dat nooit zult kunnen. Kijken naar wat men het werkelijke noemt, en zien dat je de verhalen anders ervaart. Steeds gelijktijdiger. Meer verspreid. Meer in fragmenten. Meer richtingloos. En steeds weer voelen welke rust er toch uit gaat van die anders vertelde verhalen. Nauwkeurig, en daardoor bijna achteloos in volgorde. En proberen door je eigen ogen te kijken naar alles rondom, en te denken dat die ogen de ogen zouden zijn van een personage in het boek. Hoe het ongeordende nu als in een beschrijving in je hoofd zou komen. En al het andere even opzij zou duwen. Hoe het zou zijn.

We vertrekken bij hem op het kerkhof. En zoeken verder naar alle anderen. Zijn vader is daar. Zijn moeder is daar. Wie zou er waken hier? Ervoor zorgen dat de grond niet te koud wordt? Wie stelt ons gerust als we straks weer van hier weggaan? Dat alles goed is. We lezen namen, en zien foto’s. Iets van het hele dorp lijkt hier te zijn. Er wordt iets bijgehouden hier. Teruggaan en nog eens de letters lezen op het kruis. Bij iets van wat hier wordt bijgehouden wilde hij wel horen. En toch hoort hij hier niet thuis. Even denken dat het een vergissing is. De filmspoelen zijn in de verkeerde volgorde opgezet. Maar het is niet zo. De letters staan er nog steeds. Zijn moeder lacht even naar mij. Zijn vader buigt zijn hoofd.

Je zou de tijd uit elkaar willen kunnen halen. Herinneringen voorzichtig, stap voor stap, laten bewegen. Tot je ze allemaal gezien hebt. En zo ook met het verdriet. Alles in de juiste volgorde. En telkens volledig waarneembaar. En ook met de herinneringen die nog moeten komen. Alles wat zich aandient, wat zich later zal verdichten tot herinnering. Je zou het willen kunnen voorbereiden. Zodat later alles in de juiste plooi zal vallen, en helemaal herinnerd zal kunnen worden. Zonder breuken in de aardkorst. Alsof het allemaal zo moest en kon zijn.

Ik zoek de muziek. Ergens in het huis moet de CD-doos liggen. Met de passiemuziek die bij deze dag hoort. Hij kreeg ze ooit van mij. Reageerde eerst even alsof hij het niet wou. Het was een kwestie van wachten. Ooit, even later dan toen, zou de muziek wel opduiken, zou ze haar plaats in het huis opeisen. In geen andere muziek is de dood zo hevig aanwezig en voel je tegelijk dat er iets is dat je tegen dat besef zou kunnen beschermen. De muziek zelf lijkt als een huis waar je in zou kunnen schuilen. De gure wind zou je er niet voelen. Opnieuw zoeken op de plekken waar ze zou kunnen liggen. Even terugkomen om het te zeggen, dat zou handig zijn… Het zoeken maakt me onrustig. De tijd gaat verder. Tot zij het weet, daar, daar ligt ze. En daar ligt ze. Het is weer goed.

De bus is te laat. Even maar misschien, maar toch. Onderweg voel ik hoe de verloren tijd niet ingehaald wordt. De bus blijft stilstaan. Met de chauffeur van een andere bus worden verhalen uitgewisseld. De tijd gaat voorbij. Nu niet, nu mag dit niet gebeuren. De bus rijdt weer verder. Misschien heb ik toch nog geluk. Ik hol de bus uit, de straat over. En zie de trein vertrekken. Even radeloos. Niet nu, nu wil ik niet gestrand zijn. Ook al is het enkel tot de volgende trein. Niet hier, niet nu.

De sneeuw is in de lucht. En in mijn botten. Ik wil alleen thuiskomen. En helemaal opwarmen. Tot het tijd is om te slapen.

1 opmerking:

http://uvi.skynetblogs.be/ zei

.

We vertrekken bij hem op het kerkhof. En zoeken verder naar alle anderen. Zijn vader is daar. Zijn moeder is daar. Wie zou er waken hier? Ervoor zorgen dat de grond niet te koud wordt?

.

Nooit zal ik het verhaal vergeten
dat ik op de radio hoorde.

De reporter ontmoet een man op het kerkhof.

Hij vertelt aan de journalist
dat hij elke avond een kaarske komt branden op het graf van zijn vrouw.

'Waarom doe je dat toch?' wil die reporter weten.

'Ach, meneer, ze zat nooit graag in het donker vroeger.'


Wie vertelt mij
een mooier liefdesverhaal?

.