26 november 2011

Bijna thuis

In de reportage vertelt het meisje over hoe het was om heen en weer te pendelen tussen het huis van haar papa en haar mama. En hoe ze moeilijk ergens thuis kon zijn. Hoe ze toen het meest thuis was bij haar mama, en nu zeker weet dat ze thuis is bij haar papa.

Het woord thuis is zo mooi, lijkt zo vanzelfsprekend, en is toch zo onvatbaar. Hoe zou je het moeten omschrijven?

Is het de plek waar je woont? De plek waar je verblijft? Niet zomaar. Het kan lang duren eer je denkt: dit is mijn thuis. Het kan zijn dat je al lang ergens woont en beseft dat je daar nooit thuis zult zijn. Het kan zijn dat je al lang ergens woont en begint te voelen dat het steeds minder je thuis wordt, dat het tijd is om te vertrekken.

Misschien kun je het omschrijven als daar waar je ‘ergens’ bent. Niet zomaar nergens, niet zomaar onderweg, niet zomaar op de dool, maar ergens. Daar waar je voelt: dit is een nulpunt in de ruimte, van hier kan ik vertrekken, naar hier wil ik weer terugkeren.

Misschien moet je wachten op een thuis. Wachten tot de dingen rondom jou zijn ingedaald in het hier. Misschien zijn het de dingen die je de toestemming moeten geven om thuis te zijn. Misschien moeten ze, op die plek waar je dan bent, jouw bewegingen, jouw geuren, jouw gedachten in zich opnemen. Om ze dan weer terug te geven aan jou. Om je te zeggen dat je gedachten veilig zijn. Om je te zeggen dat in dit hier geen herinneringen verloren zullen gaan.

Misschien is het de wind die bepaalt waar je thuis is. Daar waar je door het raam kunt kijken naar het landschap buiten, waar de wind aan het werk is. Daar waar je rustig kunt slapen, ook al weet je dat een storm zou kunnen komen. Daar waar je jezelf ervan kunt overtuigen dat het veilig zou kunnen zijn, dat de storm je niet zal raken. Daar zou het kunnen zijn.

Daar waar de verhalen elkaar opzoeken. Daar waar ze in elkaars armen schuifelen. Daar waar ze niet angstig door het huis moeten dolen. Daar waar ze elkaar vinden.

Soms is het enkel een ander die het kan weten. Het is een ander die je huis binnenkomt, begint te glimlachen, en zegt: jij bent hier, dit is jouw plek. Het is een van de mooiste geschenken die je kunt krijgen, iemand die je dat zegt.

Misschien is het een plek die je moet inwijden, elke dag opnieuw. Er niet argeloos van uitgaan dat een thuis zichzelf wel zal vinden, en er dan ook zal blijven. In plaats daarvan elke dag heel even je hoofd buigen, als teken van dank. En hopen dat dat ritueel zich verankert in de plek.

Misschien is het niet meer dan een verlangen. Een verlangen dat je deelt met elke andere mens. Het verlangen dat je ooit thuis zult komen. De hoop dat die eindeloze odyssee niet je enige lot is. En ook al weet je niet hoe die plek eruit zal zien, er is de belofte dat je het zult weten wanneer je daar bent. Dan zul je daar staan, en denken: hier is het, het kan alleen maar hier zijn.

Of is het daar waar je jezelf af kunt leggen, als een zware door het regenwater verzadigde regenjas. Daar waar je dan zo naakt als je kunt zijn voorzichtig kunt gaan zitten, en denken: hier kan me niets gebeuren nu, voor even toch.

Misschien is het de plek die alleen je geliefde of je kind kan kennen. Plots zegt iemand je: gaan we naar huis, ik wil weer thuis zijn. In dat moment besef je dat er een plek is die daaraan zou kunnen beantwoorden. Een plek waar een ander met jou zou willen zijn. En misschien wel blijven.

En het zou kunnen dat thuis alleen in jezelf zou kunnen zijn. Ergens in je hoofd, ergens in je buik, ergens in je onderrug. Je handen en je armen en je woorden kunnen ervoor zorgen dat in een ander lichaam een thuis opduikt, heel even. Misschien heeft een thuis vinden iets te maken met vrede sluiten en vrede vinden.

Misschien is thuis een moment. Het moment waarop je beseft dat je niet meer verloren kunt lopen op weg er naartoe. Al is ook dat een belofte.

Hunkeren, ook dat is een mooi woord. De woorden moeten er dus ook zijn. Ook al kunnen ze af en toe even gaan liggen. Ook al kunnen ze zich terugtrekken voor andere vormen van verlangen.

Misschien is elk woord een falend verlangen om ooit te weten waar het is. Daar waar je thuis zult zijn.

3 opmerkingen:

Uvi zei

Zopas dacht ik aan jou, Jan.

En dan lees ik dit: thuis.
Is misschien wel het mooiste woord.
Want daarin zit ook moeder, hoop en verlangen. Stilte en tijd.

Wie reist die blijft.

Nooit vertrekken
en toch
eindelijk weer thuis.


Uvi

Tricky zei

hoop dat je zelf steeds weer ergens thuis kan komen... niet in het minst bij jezelf...

Jan Mertens zei

Dankjewel voor de mooie reacties Uvi en Tricky. Misschien is thuis inderdaad wel het mooiste woord. Ergens tussen nooit vertrekken en altijd onderweg. En mooie woorden helpen ook altijd, waarvoor dank dus.