01 juli 2014

Melissa

Er zijn van die mensen die zeggen dat de dingen alleen maar gebeuren met een reden. Melissa was zo iemand.

Ik zag haar voor het eerst in de trein, na een stakingsdag. Ik ging naast haar zitten. Het leek een mooi plaatsje, waar ik ook mijn benen kwijt kon. (Je voelde trouwens dat de trein er nog een beetje aan moest wennen, zo weer onder de mensen komen, na een dagje stilstand.)

‘Wat is er met uw teen gebeurd?’ Ze zat met iets van verbazing te kijken naar het verband rond een van mijn kleine tenen dat zich – qua elegantie – nog diep in de provinciale afdelingen bevond. Ik legde haar uit dat er draadjes in die teen zaten, van het type grove steek. Het was mijn taak om elke dag een nieuw verbandje rond die teen te leggen. En het was mijn vaste voornemen om dat ooit ook goed te kunnen, ongetwijfeld tegen de dag dat de draadjes er uit zouden gaan.

‘Ja, we denken wel eens: och, het is maar een kleine teen. Maar zo is het niet. Die tenen zijn daar met een reden.’ Ik kon dat bevestigen. De natuur heeft mij gezegend met een hoofd dat zich – qua omtrek – ruim in de eredivisie bevindt, om het vriendelijk te zeggen. Ik ben dus topzwaar, en dan kun je elke teen gebruiken als je niet voorover wilt vallen.

Ze vertelde me haar naam. Melissa. Ze was danseres. Met haar gezelschap werkte ze nu aan een dansstuk op basis van Das wohltemperierte Klavier. ‘Het is eigenlijk echt naakte muziek. Zo zouden we ook moeten dansen, denk ik, maar dat durf ik nog niet.’ Ik zei haar dat die nog niet veelbelovend klonk, in de zin dat ze zou komen waar ze wilde komen. ‘Het zal anders zijn dan je dacht, maar je zult voelen of het klopt.’ Ik schrok een beetje van mezelf. Was dat niet een beetje te? (Op dat moment herinnerde ik me dat ik in een droom, dus enkele uren voor dit gesprek, ook iets dergelijks had gedroomd.)

‘Weet je, vroeger dacht ik dat ik alle tijd van de wereld had. Nu geloof ik dat niet meer. Ik dacht dat ik gewoon kon blijven zoeken, en de dingen een beetje doen. In de hoop dat ooit de puzzel wel vanzelf in elkaar zou vallen. Nu denk ik dat we zelf de puzzel zijn.’ Daar moest ik even over nadenken. Ik had bijna gezegd dat ze toch nog erg jong was om al over vroeger te spreken. Maar ik zag iets in haar ogen dat me deed besluiten om enkel te glimlachen. Ik vroeg me af of ik haar zou vertellen wat er door mijn hoofd ging. Ik deed het toch maar.

‘Gisteren was ik bij een chocoladeproeverij. Een wonderlijke avond. Je krijgt de kans om verschillende vintage chocolades te proeven. Behoorlijk overweldigend. En er was een chocolade bij die me zowaar tranen in mijn ogen bezorgde. Melissa. Dat was de naam van die chocolade. En nu zit ik hier naast een Melissa. Wat wil dat zeggen?’

‘Alles. Niets gebeurt zonder een reden.’

Ik vroeg me af wat er nu zou komen, maar Melissa zei niets. Ze keek enkel voor zich uit. Naar een punt in een of andere verte. Ik ging dus nog maar even verder.

‘En bij die chocolade heb ik dan een klein glaasje rum gedronken. Heel wild van mij. Maar soms mag dat wel eens zeker?’

‘Dat moet. U mag best wat wilder zijn. Dat voel ik zo. Ik denk dat u soms te vriendelijk bent, te begrijpend. Dat is natuurlijk een kwaliteit. Maar misschien heeft u, diep verstopt in uzelf, ook nog wel een wilde kant.’

‘Kant maakt me wel wild, eigenlijk. En ik bedoel niet de filosoof.’

Melissa had een glimlach en ogen die me deden denken aan de smaak van die chocolade van de avond daarvoor. Kan dat eigenlijk wel? Kan de schoonheid van iemand je doen denken aan een geur of een smaak?

‘Waar denkt u aan?’

‘Kan de schoonheid van iemand je doen denken aan een geur of een smaak?’

‘Natuurlijk. Denk maar eens aan een schoonheid in uw leven. Kunt u zich haar geur nog herinneren? En haar smaak?’

Ik begon een beetje te blozen. Maar ik kon enkel met ja antwoorden.

‘Wat een fijn gesprek hebben wij. Een geschenk. En dat zomaar op een ochtend in de trein. Hoewel, het kan niet zomaar zijn, zoals ik al zei. Niets gebeurt zonder een reden.’

Ik probeerde even in mijn hoofd te achterhalen wat er die ochtend gebeurd was. Normaal ga ik altijd te voet naar het station. Lekker snel stappen, goed voor de conditie. En voor het nadenken. Maar door die teen had ik nu voor een keer de fiets genomen tot aan het station. Ik was dus een beetje uit mijn routine. Ik wou nog snel een tweede krant gaan kopen, maar toen bleek dat de krantenwinkel gesloten was. Nog snel dus naar de nieuwe winkel, aan de andere kant van het vernieuwde stationsgebouw. En daardoor stapte ik dus in in een heel andere wagon dan gewoonlijk. Als die teen er niet was geweest, had ik Melissa dus nooit leren kennen. Of lag het toch aan de krantenwinkel? Maar er was dus in elk geval een reden. En dat zei ik ook zo aan Melissa.

‘Ik ben zo blij dat ik u heb leren kennen. Dankzij uw teen dus eigenlijk. Toen ik wakker werd vanochtend, kwam ik uit een akelige droom. En ik voelde me rusteloos, en een beetje verloren. En toen dacht ik: misschien gebeurt er wel iets moois. En toen kwam u naast mij zitten hier.’

Ik wenste Melissa alleen nog maar mooie dingen. Dingen die even intrigerend en complex waren als de smaak van die chocolade. En heel veel liefde natuurlijk ook. Ik wenste haar heel veel liefde. En  ik beloofde haar dat ik op de eerste rij zou zitten als haar dansstuk met die muziek van Bach ergens in de buurt zou komen.

En toen moest ik uitstappen in Brussel-Noord. De trein was exact op tijd aangekomen, helemaal geen vertraging. Misschien zou het nog wel goed komen met de dingen.

2 opmerkingen:

Uvi zei

Ach, schonk Bach
ons maar elke dag
een Melissa ...



PS.
Mag ik dat hier vragen?
Ik merk je link naar Sunflower.
Heb jij daar enig nieuws over?

Evelyn zei

Ik dacht "ik kan alleen maar dromen van zo'n treinconversaties"
en toen besefte ik dat ik er ooit wel al zo eens een heb gehad. Heerlijk. Al herinner ik mij niet meer precies wat de man allemaal heeft gezegd, maar het was een mooi gesprek. Op het juiste moment, met de juiste woorden.