10 juli 2014

Zomerverlangens

Een beloftevol woord. Misschien is het wel groter dan wat er in je hoofd omgaat. Of misschien wil je de dingen liever ver weg houden van de woorden.

Je dacht het nog, eerder van de week, toen je bij de dokter zat. Ze vertelde je dat uit de resultaten van het onderzoek bleek dat het verwijderde vlekje niet kwaadaardig was. Je wou heel stiekem overgaan tot een heel klein gilletje van geluk. Later liep je met een glimlach over straat. En die avond in een vergadering zitten, het klopte niet helemaal in je hoofd. Gelukkig was iemand aan wie je wilde zeggen hoe blij je was ook daar. Wat je dacht was: nu kan in mijn hoofd de zomer beginnen.

Je weet niet goed hoe dat moet, denk je, zomer. Je bent een beetje in de war. Alsof het niet mag.

Alsof er iets is waarvoor je je moet schamen. Een dierbare vriendin herinnert je eraan: vergeet niet een cadeau voor jezelf te zoeken. Iets met het leven.

Nog een week werken, en dan. Zomerverlangens wasemen door je kieren.

Soms denk je: zou iedereen misschien even een dag kunnen ophouden met zo verschrikkelijk opgewekt te zijn en alles zo ongelooflijk fantastisch te vinden en dat vooral de hele tijd feesboekgewijs rond te toeteren? Nee, natuurlijk wil je dat iedereen  gelukkig is. Maar je verlangt eigenlijk een beetje naar traag geluk, voorzichtig uitgesproken, teder en kwetsbaar, nauwelijks waarneembaar bevrijd uit het wateroppervlak. Of zoiets. Je weet het niet zo goed.

Soms denk je. Een heel trage aanraking.

Soms lijkt het alsof je wacht op iets dat niet komt. Soms is het anders.

Je weet niet goed hoe dat moet, zomer. Iets is nog niet doorgedrongen.

Iets in die muziek. Ze is zo bescheiden en tegelijk zo onmiskenbaar aanwezig. Het is alsof de wind er vrij doorheen zou kunnen. Je zou het misschien wel willen, dat je huid die muziek is.

Soms denk je. Gaan liggen, en ineens in de juiste huidplooi vallen. Met net genoeg zwaartekracht, zonder pijn. Een nauwelijks waarneembaar dekentje. Veilig zacht. En zo de tijd laten wegsijpelen.

Zou je het hun durven zeggen? Dat je blij bent. Dat het zomer is. En iets over blijven.

Je denkt aan een gesprek. Het ging over de kinderen.

Soms verlang je naar sommige dingen die je zullen verrassen. Misschien zijn ze er al.

Soms verlang je naar verhalen. En het verdwijnen dat daarbij hoort.

Iets over de zee, die zich langzaam van het land terugtrekt. En hoe het zand zich dan voelt. Nog nat, voor even. De zon aarzelt nog wat. En straks komt het water wel weer terug.

Dat je de dingen zo zou kunnen zien. Voor even. Zo uit elkaar gehaald. Zo bijna aanraakbaar. Zo naakt.

Sommigen zullen misschien zeggen: maar het is al lang zomer. Ze zullen wel gelijk hebben. Maar dat verandert niet veel.

En je zag een filmpje. En ineens begreep je het. Iets over zomerverlangens. Iets over krijgen.

En zoals dat stuk fruit van de vorige avond. Je schrok een beetje van die smaak. En hoe het niet moeilijk was je eraan over te geven.

Er zijn veel herinneringen die bij de zomer horen. Ze mengen zich, en je vindt het niet erg. Ze mogen blijven. Altijd.

Misschien moet je het jezelf horen zeggen. Iets over die zomer. Iets met het leven. En hoe verkeerd het zal klinken. Pas daarna kan het gaan liggen, misschien.

Nog zoveel dagen, denk je soms.

De dingen, ze komen tot net bij de woorden. Niet verder. Je zou er weinig over kunnen vertellen. Misschien blijven ze liever weg van de woorden. Nog even. Tot iemand de juiste vraag stelt.

Geen opmerkingen: