13 juli 2014

Trage geuren

Hoe je je geuren herinnert. Je weet niet helemaal goed hoe dat werkt. Ergens in je hoofd kun je die geuren zien. Ze zijn als een soort voetafdruk in het mulle zand. Je kunt niet zomaar de geur oproepen. Wel het effect ervan. En je weet dat je de geur zult herkennen als die zich weer zou aanbieden.

Je staat met je grootvader voor het raam te kijken naar het onweer. De lucht kleurt purper. Je staat in de voorkamer. Je steekt je hoofd onder het glasgordijn. Hij staat achter je. En de geur van die kamer, die is er nog.

Je vader bespeelt de beiaard. Hoog boven in de toren. En hoe het daar rook.

Toen je de eerste keer brood bakte. In die gammele oven in het huis vol studenten. Hoe de keuken zich vulde, met geur.

De grote bibliotheek. Waar je zat te werken aan je thesis. Soms wou je weglopen. Soms deed je het. De geur van de kranten.

Terug thuis na weer een chemo. Je moeder en je zus staan te poetsen. De geur van de poetsproducten. Normaal zou je die niet eens of nauwelijks opmerken. Iets draait binnenstebuiten. Die herinnering brandt zich in je hoofd.

Je grootmoeder maakt aardbeienconfituur. De geuren nemen de ruimte in.

Met je vader op bezoek in de winkel met achteraan het atelier. Waar ze muziekinstrumenten bouwen.

Achter het podium staan wachten, voor de jaarlijkse opvoering van de muziekschool. De geuren zijn er nog.

Samen met je zus meedoen aan het free podium in de jeugdclub. Met een wat duffe geur onderaan het spectrum.

De herfstgeuren op de speelplaats van de gemeentelijke lagere school, met de grote populieren ernaast.

Mooie herinneringen aan een vakantie. Veel zon. Enkele dagen wandelen. Bossen en kleine riviertjes. Veengebied. En ergens in die beelden zit ook de geur van aftersun. Die had een verzoetend effect. Maakte je een beetje week. Nog meer.

Logeren bij een oom. Een naamgenoot. Jij en je zus, klein nog, jullie slapen in een caravan buiten. In het huis wordt nog gewerkt. De geur van het huis.

Door het bos fietsen. Geuren vermengen zich. Een kleine picknick.

Uren in de donkere kamer.

De buurman die staat te werken boven de smeerput in zijn VW-garage.

Je grootmoeder die nieuwe aardappelen staat te bakken in die rode pan die jij nog zoveel jaar hebt gebruikt.

Zoveel baby’s die op je buik liggen te slapen.

De geuren van een geliefde. Ruiken met je huid. Wankelbaar, ben je.

De fietswinkel op de hoek van de straat waar je soms naartoe ging als kind. De man die daar werkte, waar je een beetje bang van was. De geur die naar je toe kwam zodra je die grote groene deur opentrok.

De nachtmis op kerstavond.

De kleurpotloden van Caran D’Ache. Je hebt ze al 35 jaar. Ze zijn er nog steeds.

De inkt van de stencilmachine die boven staat.

Chocolade. (Moet een oergeur zijn.)

Een bezoek als kind, met je vader, in het Plantin-Moretusmuseum. Een geur die hoort bij het donkerbruine hout.

Met je grootvader staan schilderen. In de veranda. Die ene muur. In het groen. Jij met een klein borsteltje. Hij doet bijna al het werk.

Je staat kleine ronde koekjes te bakken. Je bent boos op jezelf, omdat ze onderaan een klein beetje verbrand zijn. Je krabt de zwarte plekjes eraf.

Je zus maakt groentetaart.

Een ochtend. Voor je je ogen opent.

2 opmerkingen:

dka zei



En de wierook, Jan.
Nooit misdienaar geweest?

De geur van een sacristie.
Of een oude pastoor.

Jan Mertens zei

O ja, ben inderdaad ook misdienaar geweest. Dat waren ook heel veel geuren...