En dan is je laatste lente, je laatste zomer, je laatste herfst daar. Je lichaam begint het op te geven, kan je niet meer dragen. Er zijn nog zoveel herinneringen. Je zou willen dat iets blijft zoals het is, zodat je minder eenzaam bent. Je zou zo graag dingen willen zeggen die je nooit gezegd kreeg. Maar je lichaam hapert, het draagt een zware erfenis, en het is zo moeilijk om te ontsnappen aan wat je leerde over hoe mannen met elkaar omgaan. Je dierbaren kijken toe, willen het beste voor jou, en misschien ook wel voor zichzelf. En ondertussen blijven de seizoenen bewegen, trekken de vogels weg, ook al laat het leven jou los. De Zweedse Lisa Ridzén maakte er met De kraanvogels vliegen naar het zuiden een heel aangrijpend en teder boek over.
Het boek vertelt het verhaal van Bo, gezien door de ogen van Bo. Hij is 89 en woont nog in zijn huis, erg afgelegen. Maar dat is niet altijd een pretje. Zijn vrouw verblijft in een verzorgingshuis voor mensen met dementie. Hij krijgt drie keer per dag iemand over de vloer die hem verzorgt en de dingen in huis doet. Zijn zoon Hans komt af en toe langs, maar daar is hij kwaad op. Want Hans wil dat Sixten, de trouwe hond van Bo, wordt weggehaald, omdat Bo niet echt meer in staat zou zijn de hond voldoende beweging te geven zonder zelf het risico te lopen dat hij zal vallen. Bo wil dat absoluut niet. Er is de kleindochter Ellinor, met wie hij een goede band heeft. En er is zijn enige nog levende trouwe vriend Ture. Ture zit min of meer in dezelfde situatie, krijgt ook thuiszorg. Regelmatig bellen ze elkaar.
Het boek beschrijft Bo’s laatste maanden, ergens tussen mei en oktober. Als lezer volg je telkens een dag lang wat er gebeurt, en wel op de manier dat Bo die dag beleeft. Door zijn ogen zie je hoe men hem komt verzorgen. Je hoort wat hij zelf vindt van deze of gene verzorger. Er zijn de routines waar hij een hekel aan heeft, zoals wanneer hem laat douchen. Hij wil liever geen luier aandoen, maar als hij dat niet doet, gaat het regelmatig fout. Zijn zoon brengt altijd weer diepvriesmaaltijden mee waar hij geen zin in heeft. De mensen die in huis komen, staan het dichtst bij hem en gaan heel zorgzaam en met veel geduld met hem om. Hij is soms knorrig, wil niet eten, heeft geen zin in zo’n nieuw ziekenhuisbed, wil liever op de harde keukenbank liggen.
Er is het lichaam dat het steeds meer laat afweten. De anderen zien het, als lezer merk je het, maar hij zegt tegen zichzelf dat hij nog wel genoeg kan, hoewel hij waarschijnlijk ook wel weet dat het niet zo is. In zijn hoofd praat hij voortdurend tegen zijn afwezige vrouw Fredrika. Haar gaan bezoeken vindt hij moeilijk, ze is iemand anders geworden. En er is vooral Sixten. Hij wil hem de hele tijd in zijn nabijheid voelen en probeert zich op alle mogelijke manieren ertegen te verzetten dat Hans Sixten zal komen weghalen. Het worden hele tirades in zijn hoofd. Als lezer kun je in je eigen hoofd een beetje uitzoomen. Je begrijpt hoe Bo zo gehecht is aan zijn trouwe metgezel, en die veilige nabijheid niet wil opgeven. Je voelt veel begrip voor wat Bo al snel als betutteling ervaart, van zoveel mensen die menen te weten wat goed is voor hem, terwijl hij dat zelf wel denkt te weten. Je ziet hoe Hans dingen nogal snel wil ‘regelen’, misschien ook wel om zelf niet te zeer geconfronteerd te worden met een pijnlijke aftakeling. Maar je ziet ook wel hoe alle anderen zien hoe Bo wegglijdt en mogelijk gevaar loopt, hoe ze op hun manier proberen hem zo lang mogelijk in zijn omgeving te laten. Bo merkt zelf ook wel hoe hij dingen vergeet en de grip op de tijd en zijn omgeving verliest. Het is of in zichzelf allerlei krachten in verschillende richtingen trekken.
Terwijl hij in huis ligt, schuiven herinneringen rustig heen en weer in zijn hoofd. Beelden van een dominante en explosieve vader. Fredrika die in zijn leven komt en hem in zekere zin redt. Mooie herinneringen aan de jeugd van Hans en het gezinsleven. Ook veel vragen. De angst die hij altijd had dat hij misschien dat explosieve karakter van zijn vader heeft meegekregen. De twijfel over wie hij was als vader en echtgenoot. In al die verhalen krijg je veel te zien over normen en codes van hoe mannen leven en communiceren in dat landelijk gebied, ver weg van de stad. Het is heel ontroerend om te merken hoe Bo in zijn hoofd navigeert tussen zijn plots opkomende kwaadheid voor wat zijn zoon wil doen en tegelijk ook zijn liefde en trots voor zijn zoon. Er zijn zoveel momenten waarop hij zou willen zeggen hoeveel liefde hij voelt voor die zoon, maar het lukt maar niet. Hij beseft ook dat hij vaak veel te weinig oog had voor wat zijn vrouw wilde, voor een eigen leven naast het gezin dat zij had kunnen hebben.
Het is heel mooi hoe die onderdelen met telkens een dag of dagdeel vormelijk worden afgewisseld met kleine notities door de verschillende zorgverleners en Hans, waarmee ze met elkaar communiceren. Die geven een extra structuur aan het boek, door telkens even de blik van buiten naar binnen toe te voegen. Er spreekt ook veel zorg uit voor die man die ze geduldig bijstaan. En op de achtergrond van het gebeuren zijn er de seizoenen die voorbij gaan, onder meer via de subtiele verwijzingen naar de kraanvogels die zich klaarmaken om te vertrekken naar het zuiden.
Het is indrukwekkend hoe de auteur door de hele tijd te werken met ik-verteller Bo een wereld oproept waarin je alle complexe en subtiele gedachten kunt volgen van een oude man die naar zijn dood gaat. Het is alsof je kunt voelen hoe het is, dat lichaam dat een beetje zijn eigen weg gaat en het opgeeft. Terwijl is het hoofd nog heel actief. Terwijl het heden een beetje lijkt te verbrokkelen, zijn de beelden, geuren en herinneringen van toen nog heel intens aanwezig. Er zijn twijfels en inzichten, dingen die je zeker nog zou willen zeggen, maar het lichaam hapert, je temperament neemt het soms ongecontroleerd over, en je hebt nooit geleerd hoe je als man open over je emoties praat. Er is de drang om je vast te willen klampen aan de liefde die er nog is, met je hond. De scheiding is hartverscheurend, ook al weet en hoop je dat je hond dingen nodig heeft die jij niet meer kunt geven.
De kraanvogels vliegen naar het zuiden is een ontroerend en melancholisch boek met veel zachte wijsheid. Je voelt als lezer het gewicht van de naderende dood, je kunt begrip hebben voor hoe alle betrokkenen de dingen zien en ervaren, je kijkt met veel mededogen naar het proces in het hoofd en lichaam van Bo. Het raakt je heel erg diep, zet je aan het denken, maar het is tegelijk ook heel zacht en licht. Vaak moet je glimlachen met de subtiele rebellie van die oude man die zijn leven zelf in handen wil houden. En bijna de hele tijd is het alsof wat je leest in dialoog gaat met de versies van jezelf die je in je hoofd ziet, met je eigen twijfels en oordelen en angsten. Het boek blijft je bij, als een geschenk.