18 augustus 2020

Manmasker

Dat ding met dat virus stelt de maatschappelijke verhoudingen op scherp.

Met name de kwestie van de mannelijkheid.

Ik heb het hier even niet over de Amerikaanse president die met de dag zieliger en weerzinwekkender wordt. Als ik hem goed begrijp, is het dragen van een mondmasker een soort aantasting van de mannelijkheid. Echte mannen doen daar niet aan. Die verslinden het virus met hun eigen tanden, als was het een beer of zo. (En ze leggen ook vast dat elke kamer die ze betreden eerst door anderen, en dat zullen dan wel vrouwen zijn waarschijnlijk, moet worden gedesinfecteerd. Het helpt wel een beetje om stoer te doen, als anderen al het vuile werk voor je doen. Maar dat is ongetwijfeld een andere discussie.)

De kwestie van de mannelijkheid is in dit geval subtieler en betreft het uitzicht van het mondmasker.

Op zich vind ik de kwestie van de mannelijkheid al behoorlijk ingewikkeld. Er worden daarover belangwekkende innerlijke dialogen gevoerd en de conclusies daarvan worden – op geheel stotterende wijze – op het waarschijnlijk ongepaste moment meegedeeld aan mooie vrouwen. En lachen met dat gestotter is officieel toegestaan.

Maar dus het uitzicht van het mondmasker.

Ik vond al langer dat veel van die dingen er toch een beetje saai uitzien. Nogal monotoon, letterlijk dan. Er zijn er ook heel mooie te zien, onder meer gemaakt uit schitterende Afrikaanse stoffen. Ze brengen altijd een glimlach op mijn gelaat (weliswaar nauwelijks te zien, hoewel wel aan mijn pretoogjes en bijhorende –rimpels). Maar, als ik erover nadenk, de mooie zijn wel vooral bij vrouwen te zien, iets minder bij mannen.

Ik dus op zoek naar maskers die een beetje meer funky zouden zijn. Het is altijd goed wat reserve te hebben. (Voor de rest van de wereld zal het anders zijn, maar ik heb echt niet elke dag een hoop dingen te wassen op 60 graden…)

En ik zag ze hangen in de etalage van de nieuwe naaiwinkel in de winkelstraat. Die is pas verhuisd, en nu redelijk gigantisch. Ik stapte daar dus binnen. Dat is op zich al een belevenis als man. Zomaar binnentreden in het naaiwalhalla. De vrouwen die daar rondlopen (en het zijn alleen maar vrouwen) zijn – dat zie je aan hun ogen – deelachtig aan een hogere wijsheid. Ze hebben een soort niveau van verlichting en innerlijke vrede bereikt dat altijd buiten mijn bereik zal liggen. Er heerst een sfeer die subtiel beweegt tussen sereniteit en opwinding. Als man denk je dat je alleen maar domme vragen zult kunnen stellen. Maar eens je die drempel over bent en aanvaardt dat je een beetje gestoord bent, valt het wel mee in de naaiwinkel. Iedereen is erg vriendelijk en gemoedelijk, de bewegingen zijn zacht en sierlijk. De gesprekken zijn behoedzaam.

Ik vroeg dus aan de mevrouw of ik enkele mondmaskers kon krijgen. En zij vroeg: “Hoe staat het met uw mannelijkheid?” Dat is op zich een interessante vraag. Ik legde haar uit dat er daarover belangwekkende interne en externe dialogen plaatsvinden. De vraag had blijkbaar betrekking op de bloemenmotieven die te zien waren op sommige van de kleurrijke maskers. Ik vond het allemaal geweldig, en zei dat ik net op zoek was naar meer kleurrijke dingen dan die saaie eentonige maskers. Ze vertelde me dat veel mannen blijkbaar geen masker met bloemen erop willen. Ze vond dat ik goed bezig was. Ik wou nog zeggen dat ik het wel geweldig vond dat haar masker uit dezelfde stof was als haar mooie jurk, maar deed het uiteindelijk niet. Ze had die ongetwijfeld helemaal zelf gemaakt, en er zou mogelijk een technische discussie volgen over allerlei steken en patronen. Ze pakte de maskers mooi in, en ik was al proactief gelukkig, ook omdat ik enkele maskers aan iemand anders cadeau mocht doen.

Enkele weken later kwam ik weer voorbij dezelfde winkel. Er lagen nieuwe maskers in de etalage, dit keer met heel mooie Afrikaanse motieven. Ik opnieuw het walhalla binnen. Ik stapte dit keer met een iets grotere soepelheid, alsof ik er gewoon mocht zijn. (Ik herinner me nog hoe ik in mijn studententijd in een heel speciale wolwinkel wol ging halen voor mijn zus, die een trui voor mij aan het breien was. De lichtjes vernietigende blik van die vrouwen aan de winkeltoog... Dat trauma is nu na al die jaren dus eindelijk weggewerkt. Mijn lichaam is wat dat betreft geherprogrammeerd. En dat allemaal in die soepele tred, dus.) Ik zei aan de naaimevrouw, een andere dan de vorige keer, dat ik nog meer funky mondmaskers wilde. Ze liep meteen enthousiast mee naar de etalage. Ik vertelde haar dat haar collega meteen de existentiële vraag over mijn mannelijkheid had gesteld. Waarop ze me bevestigde dat het hier inderdaad een mijnenveld is voor de mannelijkheid. Sommige mannen – ik ging er niet op door over wie ze het had – durven het al wel aan om een enigszins wilde boxershort of pyjama aan te doen, maar een funky mondmasker, dat is een brug te ver. Ik zei dat dat dan toch wel jammer is voor die mannen, en voor de wereld. Waarop ze zei: “U bent een echte man.” Ik was even in de war, en zei dat ik de boodschap zou doorgeven aan de desbetreffende instanties.

En vandaag had ik een afspraak voor een lektest. Ik had al een van mijn meest kleurrijke hemden aan, met felle bloemenmotieven erop. En daarboven deed ik dan nog een van mijn nieuwe maskers, met heel mooie kleuren. De lektest houdt verband met mijn op maat gemaakte oordoppen (voor als ik naar een concert ga). Je moet die dingen elk jaar laten testen, en ik ben blijkbaar de enige die dat ook effectief elk jaar doet, krijg ik dan telkens te horen. De mevrouw van het hoorcentrum kwam me ophalen en nam met met de lift naar boven. Je moet dan de kleine filter uit je oordop pulken en dan gaat er een darmpje in. Men pompt dan waarschijnlijk lucht of zo in je oren en dan kun je op het apparaat zien of je een lek hebt. Het was telkens 100%, lekvrij dus, jippie. De hoormevrouw zei dat ik zo’n fleurig mondmasker op had en kreeg een twinkel in haar ogen. Ik legde haar de kwestie van de mannelijkheid uit en het debat in de naaiwinkel. Ze bevestigde het verhaal en voegde aan het lijstje boxershort, pyjama ook nog sokken toe. Maar dus geen masker. Ze zei: “In elk geval, u hebt mijn dag helemaal goed gemaakt.” Ik zei dat ik dan helemaal gelukkig was voor de rest van de dag en dat ik al uitkeek naar volgend jaar.

Het komt misschien toch ooit nog goed met mijn mannelijkheid. 

Geen opmerkingen: