10 september 2021

Verhalen van nu


De week is al begonnen, stel je vast. Je schuift in de dag. De ochtend is koel.

Het is druk in de stad. Dichte drommen mensen. Het is een jaarlijks ritueel, die ene dag. Soms ben je een vreemde.

Op weg naar die andere stad. De trein en het boek. Het landschap glimlacht, herkent je.

Het boek. Je vertaalde mee zijn vorige boek, jaren geleden. Je interviewde hem ooit. Om een of andere reden ontroert het je, te lezen waar hij nu is, hoe hij zijn verhaal nu vertelt.

Je loopt door de stad, probeert op tijd op de afspraak te zijn. Het trosje jongeren voor de school. Hoe ze met elkaar staan te praten, hoe ze bewegen.

Je mag zomaar luisteren naar een rijtje mooie jonge mensen. Ze raken je, maken je een beetje verlegen. Hun wijsheid. Hoe ze nu hier willen zijn, want hier moet het gebeuren.

Wachtend op de trein terug stuur je nog even een berichtje naar een vriendin die niet zo ver van dat station woont. Zwaaien uit de verte. Het doet iets met de kaart in je hoofd.

De twee mevrouwen op het perron. Een hevig gesprek. Over welke trein ze moeten nemen om uiteindelijk in Tienen uit te komen. Je spreekt hen aan, geeft de uren.

De jonge mensen blijven in je hoofd. Je ziet nog hoe je was, toen je hun leeftijd had. (Ze zouden je kinderen kunnen zijn, je zegt het elke keer opnieuw tegen jezelf, als om iets van de tijd te begrijpen.) Je bent ondertussen nu, denk je, en dat is goed.

Een andere dag. Je haalt de trein nog net. Bladeren in het tijdschrift. Het was altijd zo, deze dag. Toch is er iets veranderd.

Later, terug op weg naar huis. Je loopt door de stad, je ziet de beweging. Je glimlacht, denkt aan schoonheid.

Op weg naar de uitreiking, je zat mee in de commissie. De mevrouw zegt dat jij de enige van de commissie bent die aanwezig zal zijn. Je moet misschien even wuiven als ze straks je naam zal noemen. Je denkt al na over de optimale wuifmethode.

Op weg naar huis fiets je langs het gebouw waar je jaren geleden werkte. Het lijkt zo raar dat die plek er gewoon nog is.

Intense dromen. Ineens ben je bij je grootmoeder in huis.

(Iets is veranderd, denk je. Je ziet het ook in de spiegel, die ochtend.)

Een fijn gesprek in de trein.

Ergens halverwege de dag aarzel je. Net voor je aan het volgende ding gaat beginnen. Je had het voorzien, om het dan te doen. Even zou je uit de tijd willen kantelen, heel even maar.

Een andere dag. Je staat te luisteren in de grote schuur, je kijkt naar de mensen, hoe ze hun verhalen vertellen, hoe ze bewegen. Daarna worden alle plekken nog bezocht. Je luistert naar het verhaal van de mevrouw van de kaas. Je zou haar nog zoveel willen vragen.

Je probeert aan de telefoon iets uit te leggen aan de mevrouw van de bank. (Het is een hele geruststelling om telkens opnieuw te beseffen dat je een beetje dom bent, als het over kwesties van de bank gaat.) Ze zegt dat je je van dat ene ding dat je niet begrijpt niets moet aantrekken. Wat een hele geruststelling is. Hoewel daarmee de existentiële vervreemding niet geheel is opgeklaard.

Een andere dag. Je hebt een tas meegenomen met koffie en kopjes voor de vergadering. Het is fijn om na al die tijd nog eens met haar in een driedimensionaal gesprek te zitten.

Je fietst door de regen naar je afspraak. Het lijkt al zo lang geleden dat je daar de vorige keer was. Misschien ben je wel een beetje bang, al laat je dat niet aan jezelf merken.

Je ligt op haar tafel. Je kijkt binnen in je huid naar hoe de handen bewegen. Lagen worden aangeraakt, merk je. Je lichaam ziet gevoelens die nog niet aan een woord toe zijn. Je ziet verdriet in je rug. Je ziet mededogen in je buik, iets begint te stralen, van binnen naar buiten. Je leert iets over je schaamte.

Dit is het lichaam van nu, niet meer het lichaam van toen. Het zou een zin kunnen zijn.

Je stottert een beetje. Een beetje in de war. Je luistert naar wat ze zegt. Je denkt aan iemand. En alle dingen die je pas binnen enkele dagen zult begrijpen.

Je fietst terug, gelukkig regent het niet meer (of toch maar af en toe een beetje). Je voelt en ruikt de olie nog overal.

Je hebt nog een korte afspraak. Het is fijn daar te zijn met hen. En eigenlijk wil je gewoon naar huis. Alleen zijn. Een trui. Eten maken. Luisteren naar de huidgolven.

Geen opmerkingen: