14 november 2016

The Schooldays of Jesus


Waar gaat dit boek eigenlijk over? Goede vraag. Waar gaat dit boek naartoe? Betere vraag. Het boek is onderweg. Misschien is het het verhaal van een bijzonder jongetje dat groot wordt. Of misschien was het dat altijd al, en moet het wachten tot het als groot wordt gezien. Misschien is het het verhaal van een volwassen man, een soort zelfgekozen vader, die groot wordt. Misschien kun je gewoon naar het verhaal kijken, en dan kom je terecht in een merkwaardig, bijna kaal landschap. Met personages die een beetje om hun eigen as tollen, elkaar niet echt bereiken. Met situaties die vaak lichtjes absurd en grappig zijn. Of misschien kun je zien hoe dit verhaal beweegt in een netwerk van filosofische vragen en literaire en Bijbelse verwijzingen, in eindeloze spiegelingen die je toch ontsnappen. Het landschap dat dit boek is, voelt aan als een beetje kaaltjes. Het tocht op veel plaatsen. Maar je kunt wel overal blijven staan om te kijken wat er gebeurt. En je ziet mensen en plekken die daar geworpen zijn, hun geschiedenissen zie je niet meteen. Het boek voelt uiteindelijk meer aan als een tocht dan als een verhaal over een tocht.

Het boek is The Schooldays of Jesus (vertaald als De schooljaren van Jezus). Het is het vervolg op The Childhood of Jesus, dat je best wel moet gelezen hebben om dit boek te kunnen volgen. En het valt te verwachten dat er nog minstens een derde boek komt.

In het vorige boek kwamen een man, Símon, en een jongen, Davíd, aan in een vreemd land. Símon ontfermt zich over Davíd. Hij zoekt ook een vrouw die volgens hem de moeder zou kunnen zijn van de jongen, en dat is Inés. De man en de jongen waren over het water gekomen, hun herinneringen achterlatend. Ze worden een merkwaardig soort uit het niets samengesteld gezin, een beetje zoals Jozef en Maria en Jezus dat waren. De kleine jongen was een beetje raar. Mogelijk te omschrijven als: verwend, mogelijk een beetje autistisch, hoogbegaafd, dwingend, betweter, onaangepast, dromer, … In elk geval, in het stadje waar ze woonden, klikte het niet echt met de jongen en het schoolsysteem. Ze vluchten weg, en komen terecht in Estrella. Ze vluchten weg van een stad met allerlei voorzieningen, een systeem van georganiseerde barmhartigheid. In de nieuwe stad zijn ze in zekere zin illegaal. En met de aangekondigde volkstelling moeten ze proberen om onder de radar te blijven.

Ze zoeken een plek. Ze krijgen hulp van drie zusters, persoonlijke barmhartigheid. Ze moeten beslissingen nemen over de school van de jongen. Hij wil niet in een gewone school, hij zegt dat hij alles al kan. Inés wil wel dat hij alles leert. Símon probeert een soort middenweg te zoeken, vanuit een vorm van rationaliteit of nuchterheid. Hij probeert het goede te doen, maar voelt zich ook wat machteloos tegenover de jongen en in een aantal opzichten ondergeschikt aan Inés, als het over opvoeding gaat.

De jongen komt terecht in een speciale academie van de dans. Het koppel dat de academie leidt, houdt er een heel eigen pedagogische opvatting op na. Ze geloven niet in het klassieke leren, via woorden en rekensommen. Via het lichamelijke, via de dans, kun je op het spoor komen van waarheden, van diepe herinneringen. Een dans zou ook een veruitwendiging zijn van een kosmisch getal. Símon en Inés vinden het maar niets, maar de jongen voelt zich er blijkbaar helemaal thuis. Hij wordt minder onhandelbaar.

De hele tijd blijft de jongen wel vragen stellen, eindeloos veel vragen. Símon heeft van zichzelf het gevoel dat hij de jongen niet echt kan begrijpen. Hij aanvaardt de dingen zoals ze zich voordoen, ook de scheiding van Inés, hoewel ze niet echt een koppel waren natuurlijk. Maar eigenlijk vormen de man en de jongen toch de spil van het verhaal. Símon staat voor een soort rationaliteit en nuchterheid. De gesprekken met de jongen verlopen vaak erg hoekig. De jongen geeft de indruk al heel veel te weten (maar waar heeft hij dat alles geleerd?). Tegelijk is het ook een jongen, die veel dingen nog niet begrijpt en zich soms vooral laat leiden door de letterlijke betekenis van woorden. Hij heeft een obsessie voor het idee van het terug uit de dood halen van wezens.

Een centraal motief is dat van de passie. Voortgedreven worden door passie, door sterke emoties. Een lichamelijke manier om wijsheid aan te raken. Het staat tegenover het meer rationele, het morele, het ‘dat wat hoort’.

In het stadje waar nooit iets gebeurde, vindt dan een passionele misdaad plaats. De man die de moord pleegde wil zelf op een ultieme manier boete doen voor zijn daad. De rechtbank wil nog allerlei overwegingen een kans geven, maar dat wil de man niet. Het hele verhaal door, ook na het vonnis, is die man, Dmitri, als een soort kwelgeest voor Símon. Hij confronteert hem met allerlei uitdagende vragen. In al zijn aardsheid is die man een soort leermeester voor de jonge Davíd.

Símon, de man die vanuit het hoofd leeft, het goede probeert te doen, maar zich machteloos voelt tegenover de jongen die hij absoluut ook wil beschermen en veilig groot wil laten worden, lijkt te merken dat hij vastgelopen is in zichzelf. In het slotdeel van het boek kiest hij voor een soort catharsis, waarin hij de wereld van het meetbare lijkt te verwerpen en de waarheid van de dans opzoekt.

Je zou eindeloos veel kunnen vertellen over alle lijnen die samenkomen in dit boek. Allerlei verwijzingen naar filosofie en literatuur, en natuurlijk ook naar het verhaal van Jezus. Spelletjes met namen. Als je stukken gaat herlezen, merk je hoe ingenieus het allemaal in elkaar zit. Maar dat kluwen is toch meer een bedding dan een scherm dat tussen jou als lezer en het verhaal gaat staan. Als je probeert het boek als één grote allegorie te begrijpen, loop je verloren. Het is nooit eenduidig. Als je alleen maar wilt begrijpen, ga je een beetje verkrampt lezen. En eigenlijk is het veel boeiender om je gewoon mee te laten drijven met het boek. Het proza van Coetzee heeft de reputatie om bijna schraal te zijn. Een wellustige stroom van woorden, met ornamenten en reeksen beelden, zul je niet vinden. Maar als je in het universum van dit boek stapt, kun je toch niet ophouden met lezen. Heel vaak is het – zij het op onderkoelde of licht absurde wijze – erg grappig. En hoewel je regelmatig merkt dat er een verwijzing is naar iets buiten het boek, verhindert je dat helemaal niet om te voelen hoe de personages bijna als eilanden, die zichzelf niet kunnen kennen, niet meer weten waar hun herinneringen zijn, bewegen in een al even ongrijpbare wereld.

The Schooldays of Jesus is een fascinerend boek. Net als bij het vorige besef je pas na een tijd hoezeer het onder je huid is gekropen. Hoewel het verhaal zich afspeelt in wat een schrale wereld lijkt, ontdaan van elk overtollig element, is het alsof je toch heel erg veel dingen in je hoofd begint te zien. Het boek voelt aan als een tocht, als een verhulde worsteling met existentiële vragen. Het klinkt misschien onnozel, maar je hebt geen idee waar de schrijver Coetzee eigenlijk is. Het zou een man kunnen zijn die ook ergens in Estrella rondloopt, schichtig. Nergens heb je het gevoel dat hij als een soort instantie ergens buiten het boek ‘iets’ wil uitleggen of laten zien, integendeel. Soms doet zijn onzichtbaarheid bijna een beetje pijn. Maar dat wat ontheemd gevoel hoort dan weer net heel erg bij zijn boeken.

Maar, dus, ten slotte: waar gaat dit boek eigenlijk over? Goede vraag.

Geen opmerkingen: