08 april 2010

Je laatste foto


Wat zou je doen als je nog één foto te maken had? Welke foto zou de ultieme foto worden? En zou die foto een overwinning zijn op het leven, als een soort definitief kunstwerk? Het zijn vragen die het boek Je laatste foto van de Franse auteur Laurent Graff beheersen. In een verraderlijk lichte stijl neemt de auteur je bij de hand voor een tocht door een dromerige wereld. Misschien is een foto een verlangen dat nooit gestild kan worden. Misschien moet je voorbij dat verlangen kijken, of misschien is het beter aan deze kant van de onvervulbaarheid te blijven.

Alain Neigel heeft twintig jaar geleden zijn grote liefde verloren. Sinds haar dood heeft hij geen foto’s meer gemaakt. Met een lichte bezetenheid fotografeerde hij haar, telkens opnieuw, “als om de tijd stop te zetten of te vertragen, te belemmeren, als een spaak in het wiel.” Foto’s maken met een analoog toestel zorgt voor een speciale spanning. Er staan maar zoveel beelden op een filmpje, en de laatste foto krijgt telkens iets bijzonders, alsof je een ultiem slotakkoord moet maken. Tussen het maken van de foto en het moment waarop de foto in je handen ligt, is er een magische periode, waarin je jezelf uit handen moet geven, wachtend op het moment waarop je kunt zien welke (nieuwe) werkelijkheid die foto geworden is.

Na de dood van zijn geliefde M. verbant hij zijn verdriet en geeft hij zich over aan een leeg en vlak leven, met veel seks, veel geld en veel reizen. Dat leven raakt hem niet, het verrast hem niet. Hij dwaalt door zijn eigen leven, hopend iets uit te kunnen schakelen, wat niet lukt. Hij leert een andere vrouw kennen, Clara, ze wordt zijn vaste maîtresse. Ze hebben het goed samen. Al lijkt het dan weer geen verzengende passie te zijn. Toch lijkt hij minder te willen vluchten. Ze maken samen reizen, en zij overhaalt hem om samen naar Rome te gaan. Ze overtuigt hem zelfs om zijn oude fototoestel terug op te zoeken om foto’s te kunnen maken van hun verblijf in Rome.

In de jaren na de dood van M. heeft Alain de fotoalbums met haar foto’s niet meer bekeken. Hoewel hij bij elke foto probeerde het leven vast te houden, blijft er uiteindelijk alleen de pijnlijke afwezigheid ervan over: “al die foto’s waren dus nutteloos geweest, hadden nergens toe gediend.” Clara wil foto’s van alle plekken waar ze komen, ze wil herinneringen creëren. Het is als een angstreflex: “achter elke foto schuilt de angst om te sterven, en het bewijs voor onze dood.”

Als ze de laatste avond voor de Trevifontein staan, komt een man op hen af die aanbiedt een foto van hen beiden te maken. Nadat dat gebeurd is geeft hij het toestel terug aan Alain en zegt hem op indringende wijze dat er nog maar één foto over is. Hij geeft zijn kaartje, en verdwijnt. Voor Alain is het alsof hij een ultimatum heeft gekregen: “U heeft nog maar één dag te leven; u heeft nog maar tien woorden te spreken.”

Alain besluit in Rome te blijven, terwijl Clara terugkeert naar Parijs. Hij beseft dat hij de dood van M. nooit echt verwerkt heeft. Hij voelt de druk van de ‘laatste foto’ die hij zal moeten maken op zijn schouders wegen. Zoveel jaar geleden had hij gehoopt dé foto te kunnen maken die zijn geliefde zou overleven. “Iedere foto was een poging haar vast te houden, maar ook een buitengemeen dodelijke daad die haar voortjoeg naar het einde.”

Alain vindt de man van het kaartje, Giancarlo Romani, die vroeger een priester is geweest, en zich nu bezighoudt met het organiseren van speciale georganiseerde reizen met door hem geselecteerde deelnemers. Giancarlo heeft Alain uitgekozen om deel te nemen aan een soort fotosafari om de laatste foto te maken.

Een groepje merkwaardige figuren gaat van start voor een kleine odyssee, die hen telkens vooral zichzelf zal laten zien (net als de spiegel in de foto op het boek van Graff). Bij elke foto valt een deelnemer af. Alain zal als laatste overblijven. Hij zal de foto maken waarnaar hij leek te verlangen. Komt hij in het domein van de dromen, of daalt hij af in de onderwereld? Terwijl hij gespannen uitkeek naar de foto die alle andere foto’s overbodig zou maken, lijkt het alsof het ultieme moment van het maken van die foto vooral als een moment van verlichting komt. De foto zelf zal misschien niet meer zo belangrijk zijn, het dwalen in de mist is voorbij.

De epiloog suggereert wat er gebeurt na de verondersteld laatste foto. Alain heeft iets begrepen over het leven, en over hoe hij de dood in dat leven los kan laten. In plaats van het leven los te laten, had hij misschien wel vooral de dood vastgehouden. Zijn verlangen werd geprojecteerd op een foto, maar misschien situeert het leven zich vooral voor, of voorbij die foto. Waardoor ze allebei kunnen bestaan.

Laurent Graff heeft een ‘kleine’ manier van schrijven. Zijn zinnen zijn telkens schijnbaar licht, nooit overladen in woorden, nooit te duidelijk symbolisch of suggestief. Ze hebben iets vanzelfsprekends en dragen een soms dromerig verhaal met veel zuurstof tussen de woorden en de zinnen. Na een eerste lezing van het boek heb je soms zelfs een licht gevoel van teleurstelling. Misschien verwachtte je meer een soort climax, een soort van ‘laatste foto’ dat dan het boek zou zijn. Dat gebeurt evenwel niet. Het is geen parabel. Het verhaal blijft echter in je hoofd hangen, en wanneer je het een tweede keer leest, kom je nog meer in het ritme van zijn zinnen. Het is alsof je meer de spiegel ziet die het hoofdpersonage ontdekt. Doorheen die spiegel kun je niet kijken. Zo houdt ook het boek zelf een zekere afstand tot zichzelf, en het is net die afstand die een ‘luchtige diepte’ creëert. Een mooi boek.

Geen opmerkingen: