23 november 2013

Altijd hopen, nooit haten

Je hoort een verhaal op de radio over een vrouw die een van de volgende dagen 110 wordt. Ze is de oudste overlevende van het kamp Theresienstadt. Ze speelde piano in het kamp. En ze speelt nu nog elke dag piano.

Je ziet haar in een filmpje. De tranen rollen over je wangen.

Alles is mooi, zegt ze. Elke dag is mooi, zegt ze. Op de vraag hoe ze het vol had gehouden al die tijd, zei ze blijkbaar: altijd hopen, nooit haten.

In het filmpje gaat het over de muziek. Music is God. Dat zegt ze.

Misschien zou je ergens in een hoekje willen kruipen, om er voorlopig niet meer uit te komen.

Waar zou je als mens zoveel rustige kracht vandaan kunnen halen? Hoe doe je dat, nooit haten? Misschien is het gemakkelijker als je nooit iets meemaakte als wat zij meemaakte. Misschien is haat in zo’n situatie de voor de hand liggende weg.

Misschien ben je in zekere zin zelf wel een slachtoffer van je eigen haat, als die er is. Misschien draag je zelf wel een groot deel van de pijn van de haat. Misschien blijft die ander nog altijd iets van de macht behouden die jou al die ellende aandeed, in de haat.

Het hoeft waarschijnlijk niets met vergeving te maken te hebben. Het hoeft op geen enkele manier een ontkennen of verschuiven of omkeren van verantwoordelijkheid te betekenen. Het is geen enkele minimalisering van de omvang (en de gruwelijke banaliteit) van het kwaad.

Uiteindelijk is het misschien alleen een keuze. Een keuze om haat niet de kieren van je eigen broze lijf te laten vullen. Pijn en verdriet over al wie en alles wat verloren ging zijn er al genoeg waarschijnlijk. Zij komen zonder uitnodiging.

Zo lijkt het, als je naar haar kijkt. Dat het mogelijk kan zijn.

Als je Alice ziet, denk je: ze had elke vierkante millimeter van wie ze is en was nodig voor de overweldigende schoonheid van de muziek. Je ziet het aan haar ogen.

Een andere mevrouw vertelt in het filmpje over hoe haar vader haar zei dat ze zoveel mogelijk in haar hoofd moest stoppen. Dat zou nooit iemand kunnen afnemen. Een mooie gedachte. In je hoofd kan altijd de muziek zijn. Je hoeft er alleen maar aan te denken.

Wie gelooft, kan in momenten van diepe twijfel of verlatenheid altijd toevlucht nemen tot god. (Dat hoop je toch voor hen.) Het moet mooi zijn, dat er ergens daar iets of iemand is waar je in je hoofd naartoe kunt gaan.

Music is God. Dat zegt Alice.

En als je haar ogen ziet, terwijl ze vertelt over de muziek, denk je: ze is er al, op dat moment, daar waar die god is.

En elke dag opnieuw loopt dat oude vrouwtje een beetje wankel naar haar piano en speelt ze. Misschien is ze zo elke dag wel een klein beetje bij die god, hoop je voor haar. Misschien is dat een manier om de haat of de bitterheid altijd een stap voor te blijven. Misschien kun je dan niet anders dan elke dag blijven spelen.

Misschien moet je niet meer doen dan kijken naar die mevrouw in dat filmpje. En je heel erg klein voelen.

2 opmerkingen:

emmy zei

mooi... waar kan ik het filmpje vinden? Ik denk dat haten of niet haten inderdaad een keuze is. Als nabestaande van moord koos ik niet te haten, net zoals bijvoorbeeld Rachel Vanderhove, moeder van Eefje Lambrecks, of dichterbij: Catherine Paulus die haar tweelingdochters in Heverlee in dat ongeluk met vier doden enkele jaren geleden verloor, toen iedereen op die gedrogeerde Roemenen wezen. We zijn daarbuiten met een horde 'overlevers' die kozen om niet te haten... alleen worden overroepen door diegenen die wel kozen om te haten. Maar ik denk niet dat ik er 110 jaren zal mee kopen :-)

Jan Mertens zei

Bedankt Emmy voor je mooie reactie. Het filmpje stond in het bericht, maar misschien was het niet zichtbaar. Je kunt het vinden op: http://www.youtube.com/watch?v=8oxO3M6rAPw . Heel mooie woorden van jou...