18 oktober 2012

Will the circle be unbroken

Voor het eerst sinds lange tijd moet je niet meer gehaast zijn. Je staat op het perron te wachten op een trein. Er lijken allerlei dingen fout te gaan. Vertragingen lopen op. Treinen worden afgeschaft. Treinen worden van het ene naar het andere spoor verlegd. Mensen hollen heen en weer. En het is alsof het je allemaal niets kan schelen. Je staat daar gewoon, wacht tot er een trein komt waarin je gewoon kunt zitten. Alle andere laat je vertrekken. En het voelt zo goed.

Waar zou je heen willen gaan? Traag naar huis. Zou dat een bestemming kunnen zijn? Stel je voor dat onderweg alles van je af zou schuiven. Als door een trage dikke regen. Die alles met zich mee kan nemen. Alles wat je kwijt zou willen. Hoe zou het zijn?

Soms zou je willen dat er tijdens dat kleine stukje alleen maar schoonheid zou zijn. Er zijn natuurlijk al veel mooie mensen. Maar het zou nog meer mogen zijn. Alleen maar mooie beelden, mooie kleuren, mooie geuren, mooie geluiden. Al is het maar voor een keer, en voor even. Zodat je zou kunnen bewegen in troost. Zonder dat je zou weten waarvoor je getroost zou moeten worden.

En je ziet die beelden. Ze horen bij een ander. Beelden en woorden. Iets met huid. Ze brengen iets in beweging. Onverwacht. Je weet niet goed wat het met je doet. Misschien zijn je flanken niet verdedigd? Misschien kan het water zomaar binnenstromen?

En zelfs later, als je op weg bent naar waar je thuis zou kunnen zijn, terwijl je denkt dat er alleen maar schoonheid zou mogen zijn, doet het je nog steeds wankelen. Misschien gaat het alleen om het verlangen. Misschien is er een risico op implosie. Misschien zou nu alleen jouw grijzigheid te zien zijn. Het voorbij.

Je zou zomaar weggestreeld kunnen worden. Tot snippers herleid. Niet bestand tegen het kleinste zuchtje.

En ook dat zal je wel weer verlaten, straks als je weer thuis bent. Zouden er verhalen op je wachten?

De leeuw en het lam. In jou. Ze zitten dicht onder het oppervlak. Ze zijn aanraakbaar, oproepbaar. Niet verborgen.

Van opzij kijk je naar jezelf, en alles is te zien. Zomaar.

Er was een regenboog, een ochtend. Zomaar. Bijna had je hem niet gezien. Je schaamde je een beetje. Voor wat je anders niet zou geweten hebben.

Terwijl je traag verder stapt, is het soms alsof je iets achterlaat onderweg. Iets van een huls. Die op zou kunnen lossen. Bijna als een muntje dat smelt op je tong. En dat het dan dunner wordt. En dat je dan zou moeten wachten tot het vanzelf breekt, zonder dat je gebeten hebt. En hoe moeilijk dat is. Telkens weer.

Hoe zou het met het licht zijn? Het blijft rustig in je nabijheid, beweegt met je mee, zo lijkt het wel. Je omhullen doet het niet. Er is telkens net te veel afstand. Er is nog een klein niemandsland. Tussen jou en het licht. Misschien ben je onbereikbaar.

Dat het huis zomaar op je wacht, elke dag weer. Dat je binnen mag komen, ook zonder antwoorden. Dat het niet van je verwacht dat je iets zou weten, vandaag. Dat het zo ook goed is, vandaag. En misschien morgen ook wel.

1 opmerking:

Gert Breugelmans zei

Héél mooi geschreven.

Ik was eigenlijk op zoek naar de diepere betekenis van het nummer Will the circle be unbroken.