24 mei 2010

En ook nog andere afwijkingen


Moe zijn en stiekem denken: laat me maar gewoon even alleen nu. Het is goed geweest voor vandaag, ik wil graag alleen zijn.

Dat je te koppig bent, zeggen ze, terwijl je nog eens een stapel stoelen of tafels meesleurt. Ze hebben gelijk natuurlijk, zoals altijd. Of toch bijna altijd.

Denken: zou het toch niet leuk zijn om nu, voor één keer, wel een bad te hebben en er dan in te gaan liggen? Zou die rug zich dan herstellen, of is er meer nodig? En misschien zou die speciale olie of zoiets die je aan anderen geeft nu ook voor jezelf van pas komen. Toch maar niet aan denken dus.

Jezelf oefenen in het niet oordelen, over anderen dan.

Je eerste aardbeien van het seizoen eten, en denken: ik moet dit melden aan iemand, dit is belangwekkend. En het dan toch maar niet doen.

Mensen horen zeggen dat je er beter uit ziet, sinds… En niet goed weten wat te zeggen.

In een weekend met heel veel weg, en weinig thuis, met jezelf een afspraak maken over afwastolerantie. Poging tot niet te veel eisen, terecht. En toch niet tevreden zijn.

Graag kijken naar alle mensen die rondom jou zitten op de trein. En alle verhalen erbij denken.

Na lang rekenen en onderhandelen, met jezelf, toch uitzonderlijk toestaan dat dat derde stukje van de week, voor een keer, uitzonderlijk, niet voor herhaling vatbaar, eens op een maandag geschreven mag worden. Dat die hoort bij een verlengd weekend kan als verschoningsgrond ingeroepen worden. Je toch nog voelen falen, en je daarna afvragen waar je je nu eigenlijk druk over maakt.

Het verhaal horen van een vriendin die erg dapper handelde en ervan overtuigd zijn dat jij nooit zo dapper zou zijn. Niet weten, nooit weten of je in de ultieme momenten het juiste zou doen, of je jezelf opzij zou schuiven voor een ander.

Niet weten of je een goede oom bent. Altijd denken dat je toch te weinig of het verkeerde doet. En je er een beetje voor schamen. Terwijl er nooit klachten lijken te komen. Dus misschien valt het nog wel mee. En toch…

Proberen verschillende afspraken op een dag te combineren, en toch nog redelijk op tijd thuis te zijn, omdat je de ochtend nadien vroeg moet opstaan, om met stoelen en tafels te gaan sleuren. En dus je klok in het oog houden, en zeggen dat je die trein liefst zou willen halen. Dus niet gewoon blijven hangen, en de dingen de dingen laten zijn, de boeiende gesprekken voort laten duren. En toch in de war, alsof er toch iets mis zal zijn.

Een boek lezen en stiekem uitkijken naar het moment waarop het uit zal zijn, omdat je daarmee weer een boek uit hebt, en die stapel nog te lezen je iets minder hard aankijkt. Alsof het een opdracht was, om zoveel boeken te lezen. Wat het natuurlijk nooit is. En toch…

Kijken naar je tuin, die tekenen van groenexplosie vertoont. Weten dat je dringend tot de actie zou moeten overgaan. Zien dat het gras nog niet genoeg gegroeid is om erover te lopen (misschien heb je wel te weinig gezaaid?). Zien dat er een nest van duiven is in die haag die je dringend zou moeten snoeien. Zien dat die kruipplant op het muurtje expansief de ruimte inneemt. En toch nog maar even wachten.

Jezelf zeggen dat die verkiezingsaffiche pas aan het raam mag als de ruiten gewassen zijn. Om zo de druk op jezelf te verhogen. Jezelf afvragen waarom je het huis nog zou blijven verzorgen als je toch binnenkort weg gaat. Dat wel een goed excuus vinden als je geen zin hebt in een klus. Hoewel…

Denken aan al die mensen die je dringend nog eens moet bellen, om te horen of alles nog wel in orde is. En dan ’s avonds toch zin hebben om alleen maar te liggen, af en toe van je glas wijn te nippen, en te kijken naar een romantische film.

Op de trein iemand tegenkomen die je herkent. Een babbeltje doen. Gezellig. Weer uitstappen. En nog steeds niet weten wie het nu eigenlijk was. Hopen dat alsnog de naam je te binnen zal schieten.

Denken aan geuren.

Nooit weten of je wel genoeg doet.

2 opmerkingen:

Roland zei

Lente-blues?

Tricky zei

herkenbaar, al heb ik er steeds minder en minder last van zelf...
voor mij werkt het begrip 'good enough' (van Winnicott, over de Good Enough Mother, uit de psychologie) heel goed...
Je bent 'good enough' Jan!