10 februari 2011

Het kleine verdriet



‘Het is goed hier te zijn nu, aan de rand van de zee. De lente is nog ver weg, maar je voelt dat de winter toch ook al voorbij een bepaald punt is. Er is al iets gekanteld of zo.’
‘Ik vind de wind anders best nog wel koud, maar hij doet ook wel goed. Ik was er wel aan toe om wat uit te waaien.’
‘Ooit, op deze plek, heb ik een klein zeehondje gezien. Het was een zondagmorgen. Er was nauwelijks iemand op het strand. En daar lag het. Enkele mensen kwamen erbij. En er werd gebeld, naar een of ander speciaal centrum. Om te vragen of we ons zorgen moesten maken. En ze zeiden dat er niets aan de hand was, dat het zeehondje alleen even kwam uitrusten op het strand, om daarna weer te vertrekken.’
‘En is het zo ook gegaan?’
‘Ja, zo ging het.’
‘En hoe keek het?’
‘Het leek alsof het zeehondje een beetje verdrietig was. Misschien weten we dat niet. Of misschien willen we dat niet zien.’
‘Heb je geen foto kunnen maken? Anders zou ik die graag eens zien.’
‘Nee, ik had mijn toestel niet bij me. Eerst vond ik het jammer. Maar later vond ik het niet meer zo erg, het beeld zit in mijn hoofd.’
‘Ben je nooit bang van verdriet?’
‘Nee, meestal niet.’
‘Veel mensen zijn er bang van, ze willen het niet zien bij een ander. Of anders willen ze het meteen weg. En gaan ze troosten. Troost is mooi, heel mooi, maar soms komt het te snel.’
‘Dat is zo. En niet alles kan getroost worden. Soms lijkt het een klein verdriet, hoewel het dat misschien niet is, en mag een ander daar niet te veel aankomen of zo, want anders wordt het groter. Die ander mag wel ergens in de buurt zijn, dicht genoeg, maar niet te dicht.’
‘En het verdriet in jezelf? Loop je daar nooit van weg?’
‘Oei, moeilijke vraag. Ik probeer het niet te doen, maar misschien doe ik het toch soms.’
‘Wie weet is dat wel helemaal niet zo erg.’
‘Soms schuift het gewoon binnen, zo over mijn huid. Dan neemt het me heel zachtjes over, niet bruusk, niet overweldigend, maar voorzichtig, zelfs een beetje warm.’
‘En zo gaat het dan ook weer weg.’
‘Ja. Is het bij jou ook de avond?’
‘Ja, of de zondag, dat is een prima dag. Maar ’s avonds ook. En zo’n nacht kan zo anders zijn. De ene nacht is het heerlijk. Je voelt je helemaal rustig, en heel. Je geniet van de geluiden die er ergens zijn. Het is alsof je de wereld observeert, veilig in je eigen nest. En een andere nacht voel je je ineens zo alleen, ook al is het dezelfde kamer. Dan lijkt alles te groot. Je weet wel dat de nacht waarschijnlijk dat verdriet zal meenemen. Maar jezelf dan aan de nacht geven zou gemakkelijker zijn als je je niet alleen voelde op dat moment. Begrijp je dat?’
‘Ja, heel goed.’
‘Misschien heeft iedereen wel ergens een litteken, en is dat litteken ook een soort poort, waaruit af en toe dat beetje verdriet naar buiten komt.’
‘Weet jij dan wat jouw litteken is?’
‘Ja, ik weet het ondertussen heel goed. Het heeft een tijd geduurd eer ik het wist. Ik kon niet alles op een rij zetten, het was soms zo’n chaos allemaal in mijn hoofd, en ik wou alles ook niet altijd zien. Maar nu weet ik het wel.’
‘Bij mij zijn ze er ook echt, die littekens. Al zijn er ook die je niet kunt zien. Soms laten ze zich voelen.’
‘Ben je dan ook ongelukkig?’
‘Dat weet ik eigenlijk niet, ik weet niet zo goed of die twee dingen wel altijd met elkaar te maken hebben. Ik kan me best heel gelukkig voelen, daarna langzaam een beetje verdrietig worden, en daarna dan weer iets dan bijna gelukkig is. Het beweegt gewoon.’
‘Ik denk dat als je het laat bewegen het minder krachtig is, meestal toch.’
‘Dat denk ik ook. Dat heb ik toch moeten leren, want vroeger wist ik dat niet.’
‘Soms wordt het toch wel ineens sterker, dan is het alsof het me ineens gaat overnemen.’
‘En kom je dan ook altijd weer terug?’
‘Ja, toch wel. Ik heb er minder schrik van.’
‘Kun je voor jezelf iets bedenken waardoor een deel van dat verdriet weg zou kunnen gaan?’
‘Ik denk het wel, al weet ik het niet helemaal zeker natuurlijk.’
‘Kun je er iets over zeggen?’
‘Nee, eigenlijk niet.’
‘Misschien moet je het eerst aan de wind zeggen. Er is er genoeg.’
‘Dat is een goed idee.’

1 opmerking:

Tricky zei

ohohoh, wat schrijf je dat weer prachtig neer, over het kleine verdriet dat soms te groot wordt als er iemand te dicht bij komt, en de troost die soms te snel komt, en dat het allemaal beweegt enzo... heel mooi... eentje om te koesteren...