07 april 2013

De woorden wachten wel op je


Weer zo vroeg wakker. En nog lang dolen in het niemandsland tussen slaap en wakker. Waar je flarden van je dromen kunt zien, waar je je dromen een beetje kunt duwen. Er is geen ruimte tussen slaap en wakker, zo lijkt het.

De reis zal wel over de grens gaan. Misschien even onzichtbaar. Enkel te vermoeden. Of hoeft dat niet?

Sommige woorden reizen met je mee. Een gesprek dat zonder onderbreken wordt verder gezet. De woorden zoeken hun weg wel door de lucht. Naar het zuiden, weer, nu jij naar het noorden gaat.

Het zal gemakkelijker gaan met die blauwe lucht. Denk je.

Een kleine rilling. Als een onderhuidse paniek. Waarom denk je ineens dat je oud bent? Het komt zomaar voorbij geschoven, onaangekondigd. Iets met een spiegel. Over iets wat niet voor jou zou bestemd zijn, niet meer.

Het woord heimwee schuift binnen. Aan de andere kant van de wagon is een raampje een klein beetje open. Net open genoeg voor een woord. Kun je heimwee hebben naar wat zou kunnen gebeuren? Of is die volgorde verkeerd?

Je neemt een andere weg voor de terugreis. Het landschap is anders.

Sommige landschappen zijn meer geschikt om verhalen te dragen dan andere. Denk je. Er is iets te afwezig in dit landschap. Het biedt te weinig weerstand, dit landschap.

Iets meer weerbarstigheid zou goed zijn voor een verlangen. Blijkbaar is het woord verhaal overgegaan in het woord verlangen.

Misschien ben je ondertussen gewend aan glooiingen.

Zoveel uur onderweg. Ergens onderweg passeer je altijd een nulpunt. Het zou een grens kunnen zijn. Het is je lichaam. Je zou kunnen slapen. Zo dichtbij. Je durft het niet. Je overweegt het zelfs niet. Wat er zou kunnen gebeuren. Als je iets zomaar zou loslaten. Hier. Je trekt jezelf er weer doorheen. Je bent aan de andere kant van dat punt.

De beweging van de trein. De tintelingen in je rug. Als een voorzichtige bevrijding.

Hoeveel bescherming heb je eigenlijk nodig? Hoeveel wallen moet je behouden, hoeveel mag je er opgeven?

Iets over een verlangen naar een traag en lang gesprek. Waar je kunt blijven.

De warme zon door het raam. Ze doet iets met je huid. Het verwart je.

In het boek. Is er een ruimte tussen de dingen? Waardoor ze niet samenvallen, waardoor ze te onderscheiden zijn, waardoor je kunt zien waar het ene ophoudt en het andere begint. Of is er een scheur tussen de dingen? Waar je in zou kunnen vallen, om nooit meer terug te komen.

En soms denk je: iets van jezelf zou kunnen verdwijnen tijdens deze reis, iets zou je kunnen achterlaten onderweg.

Een gesprek van de vorige week. Over de dingen in je huis. Dingen met verhalen. Dingen die bij iemand horen, en zo bij jou horen, je zo omringen. Je had daarvoor het woord veilig gebruikt. Iemand vraagt je waarom je dat woord gebruikt. Ze begrijpt het niet helemaal. En je zou het willen kunnen uitleggen. Maar het is alsof je betrapt bent, voor iets.

Het licht is nog zo mooi bij de aankomst. Alsof het op je gewacht heeft.

1 opmerking:

Uvi zei

Het licht is nog zo mooi bij de aankomst. Alsof het op je gewacht heeft.

...

Een zin om in te kaderen, Jan!