19 juni 2011

Bittere bloemen


Of de nieuwe Jeroen Brouwers, Bittere bloemen, meteen ook zijn laatste roman zal worden, weten we nog niet. Laten we hopen van niet alleszins. Want dit boek staat als een huis. Hoewel de typische groteske Brouwershumor weer rijkelijk aanwezig is, is het in wezen geen grappig boek. Wie denkt dat het enkel gaat over een hulpeloze oude man die verliefd is op een jong meisje, die mist het steeds dwingender symbolisch en mythisch kader waarin het verhaal zich afspeelt. Wie vindt dat Brouwers een beetje ‘barok’ schrijft, blijft toch iets te blind voor zijn zoals steeds verbluffende taalbeheersing. En wie het wat ‘gemakkelijk’ vindt dat het decor van deze hellevaart een cruiseschip is, die ziet misschien nog niet genoeg de allegorie in het boek. Het boek is al die dingen tegelijk, en je kunt het op die verschillende niveaus zien. Een genot om te lezen is het. En terwijl je dieper doordringt in het boek, begin je steeds beter te zien hoe elk element perfect in de puzzel past. Ook hier valt er geen mus van een dak zonder reden. Genadeloos dendert dit boek over illusies, over liefde en dood, naar zijn onvermijdelijke einde. En terwijl dat gebeurt, blijf je je afvragen wie hier nu eigenlijk aan het woord is, een levende of een dode.

Het hoofdpersonage, Julius Hammer, 81 jaar, was rechter, politicus en schrijver. Na een beroerte is hij door zijn bazige dochter naar een cruise gestuurd, waar hij bij het begin van het boek tegen zijn zin op zit. Hij kankert er heerlijk op los. Maar hij lijkt al in een schemerzone te leven. Zijn lichaam laat hem steeds meer in de steek, wat op dat moment nog grappig is, maar verder steeds minder. Flitsen van vroeger, van wie hij was, en van de bepalende gebeurtenissen in zijn leven, schuiven tussen de werkelijkheid door. In de loop van het boek lijkt het vaak alsof die werkelijkheid zelf steeds verder weg schuift. Het schip zal gaan aanleggen in Corsica, in Ajaccio, net op het moment dat daar een herdenking is van Napoleon. Hammer is tussendoor nog bezig aan een essay, over de diepere betekenis van het woord ‘eigenlijk’, op zoek naar het wezenlijke van de dingen.

Op het schip ontmoet Hammer dan ineens het meisje Pearlene, door hem aangesproken als Leentje. Zij brengt hem terug naar vroeger. Ze is zijn ultieme gedroomde liefde. Jaren geleden was ze leerling in een schrijfklas die hij gaf. Hij ging achter haar aan, onbeholpen en stuntelig. Naarmate het verhaal vordert, wordt duidelijk wie dat meisje in zijn hoofd is, die bloem waarvan hij heel zijn leven is blijven dromen, een bloem die gedoemd is om bitter te worden. Pearlene werkt als een soort animatrice op het schip, meer in het bijzonder als waarzegster. Ze kent alle trucjes van de illusie, maar lijkt ook dingen te weten, als was ze een schikgodin.

Hammer gaat aan land, op zoek naar een winkel om sigaartjes te kopen. Daar krijgt hij het almaar lastiger door de drukkende hitte. Hij is steeds benauwd, bijna panisch zoekend naar zuurstof die er niet lijkt te zijn. Zijn benen kunnen hem steeds moeilijker dragen. Pearlene komt hem ter hulp, en neemt hem op haar Vespa mee voor een tocht op het eiland. Ze komen terecht op een filmset, het stuk in het stuk als het ware, waar Nicole Kidman ineens opduikt. En hoewel ze hoog op het eiland zijn, gaat het met Hammer stap voor stap bergaf. Een storm komt opzetten en kondigt de onherroepelijke finale aan.

Naarmate je dichter bij het einde van het boek komt, lijkt het alsof Hammer steeds meer al aan ‘gene zijde’ lijkt te zijn, vanwaar geen terugkeer meer mogelijk is. Het cruiseschip is dat van de veerman die wacht om over te steken. Verschuivingen in de tijd lijken zich almaar meer te herhalen, als een soort kolk waaruit hij niet kan ontsnappen. Maar voor het zover is, heb je kunnen kennismaken met de andere personages die het leven van Hammer getekend hebben. Er is zijn vroeg overleden vrouw Helga, waar hij niet bepaald goede herinneringen aan heeft. Er is zijn dochter Eva, die zich nauwelijks kan beheersen en het huis al begint uit te ruimen alsof haar vader al overleden is. Maar de werkelijke sleutel van het verhaal zit bij de moeder van Hammer. Zijn vader bleef in een Duits concentratiekamp in Polen. Zijn moeder kwam om het leven door een inslaande bom in de oorlog, waarvan hij als kind getuige was. De manier waarop een oud schilderijtje Hammer via een schokervaring achter Pearlene aan stuurt, heeft veel met die traumatische jeugdervaring te maken. Via haar zuivere schoonheid wil Hammer iets terughalen uit de onderwereld. Die illusie heeft hij nagestreefd, maar Pearlene zal hem op de filmset – de illusie binnen de illusie – hard met zijn voeten op de grond zetten. Hij zal daarna enkel nog zijn lot tegemoet kunnen vallen.

Er is ook nog een verteller in het boek. Die beschrijft de gebeurtenissen, geeft af en toe subtiel commentaar en ordent het verhaal. De opbouw in korte hoofdstukken, als was het een feuilleton, laat je als lezer de ‘constructie’ zien. Maar de manier waarop de verteller in en uit het hoofd van Hammer schuift, doet je ook twijfelen. Zijn we getuige van een man die wegglijdt in de dood, en daarbij balanceert tussen herinneringen aan zijn leven en een soort ijlen dat het sterven aankondigt? Of gaat het hier – zoals op een aantal plaatsen gesuggereerd lijkt te worden – over iemand waarvan het dode lichaam al in een dodenkast ligt maar waarvan het hoofd nog blijft dromen?

Jeroen Brouwers vertelt dit hele verhaal in een schitterend Nederlands. Zin na zin sta je versteld van hoe hij het doet. Als het verhaal van Bittere bloemen dat van een genadeloze neergang is, dan is de taal waarin dit boek geschreven is het huis dat blijft. En dat is meer dan wrakhout op een woelige zee. Een boek van Brouwers heeft steeds iets van een gesloten universum, een compositie waar elke noot op de juiste plaats staat. In dat universum is de zee echter nooit rustig. In die dubbelheid schuilt de grote kracht van deze schrijver, die er hopelijk nog lang niet mee ophoudt.

Geen opmerkingen: