01 april 2012

De minachting

Een huwelijk, dat in het begin op een bijna volmaakte liefde leek, valt genadeloos uit elkaar. We zien de pijnlijke vervreemding door de ogen van de man, die probeert te begrijpen waarom zijn vrouw hem minacht. Maar is zijn versie van de feiten wel de juiste? De lezer zal het nooit weten, evenmin als de man. Dat zou een samenvatting kunnen zijn van De minachting, een roman van de Italiaanse schrijver Alberto Moravia, die onlangs een nieuwe Nederlandse vertaling kreeg.

“De eerste twee jaren van ons huwelijk was de relatie tussen mijn vrouw en mij volmaakt, kan ik nu wel zeggen.” Met die, bijna dreigende, zin begint de roman. Als lezer weet je dat er iets fout zal gaan. In de eerste paragraaf wordt meteen op glasheldere en nog onderkoelde wijze de toon gezet voor deze afdaling in vervreemding en waanzin. “Dit verhaal wil het relaas zijn van hoe Emilia enkele gebreken van mij ontdekte of meende te ontdekken, een oordeel over mij velde en als gevolg daarvan ophield van mij te houden, terwijl ik wel van haar bleef houden en geen oordeel over haar velde.” Met die zin wordt zowat het hele verloop van het boek omschreven. Het vertelperspectief zit bij de man. In zo’n duidende zin praat hij misschien wel vooral tegen zichzelf. Als lezer, ook al zou je de hele tijd anders willen, blijf je gevangen in zijn perspectief, in zijn interpretatie van de dingen. Dat bijna claustrofobisch gevoel versterkt alleen nog maar het dramatisch gehalte van het verhaal.

In het begin van het verhaal is Ricardo Molteni nog een slecht verdienende filmcriticus. Zijn vrouw Emilia verlangt hevig naar een eigen huis. Ricardo brengt dat mee in verband met haar lagere afkomst. Hij zet zijn eigen dromen opzij, en zal gaan werken als scenarist, om zo meer te kunnen verdienen. Het eigen appartement en de eigen auto komen er, al zijn ze eigenlijk onbetaalbaar voor het jonge stel. Ricardo moet hard werken, en komt in contact met een filmproducer, Battista. Die wil hem engageren voor een scenario voor de verfilming van de Odyssee. Ricardo twijfelt tussen zijn eigen literaire dromen en het schrijfwerk dat hij moet doen voor een dergelijke opdracht. Op dat moment beginnen er al barsten te komen in het huwelijk met Emilia. Ze lijkt afstand van hem te nemen, en wil niet meer in hetzelfde bed slapen. Ricardo kan het moeilijk geloven, en probeert vrij fanatiek, in eindeloos analyseren te weten te komen wat er aan de hand is.

Het stel trekt samen met Battista en de Duitse regisseur Rheingold naar Battista’s villa op Capri. Officieel om aan de film te werken. Ricardo hoopt tegelijk stiekem dat het verblijf in het mooie huis daar Emilia gunstiger zal stemmen, maar dat lukt niet helemaal. Tussen de drie mannen zijn er serieuze meningsverschillen over de richting die de film uit zal gaan. Battista wil een soort spektakelfilm, Molteni meer een poëtische beschouwing die dicht aansluit bij de sfeer en de context van het origineel. Rheingold wil een psychoanalytische duiding geven aan het verhaal van Odysseus en Penelope. Odysseus zou een man zijn die omwille van de problemen met zijn vrouw vertrekt. Zijn liefde voor haar werd niet beantwoord, en daarom zwerft hij rond, en wil hij eigenlijk helemaal niet naar huis terugkeren. Pas door een mannelijke daad te stellen zal hij haar liefde uiteindelijk terug kunnen winnen. Ricardo voelt helemaal niets voor een interpretatie die wil afdalen in de duistere gebieden van de psyche (en wil onbewust waarschijnlijk zo ver mogelijk uit de buurt blijven van een interpretatie die wel erg lijkt op wat hij op dat moment met zijn vrouw meemaakt).

Zoals verwacht loopt het uiteindelijk niet goed af. Ricardo piekert zich suf, probeert direct en indirect te begrijpen waarom zijn vrouw niet meer van hem houdt, en lijkt steeds meer in het grensgebied tussen waarheid en waan terecht te komen. De waanbeelden zullen hem nog op enkele andere cruciale momenten op het eiland overvallen.

Als lezer zie je het hele gebeuren door de ogen van Ricardo. Je voelt bijna fysiek de pijnlijke vervreemding tussen man en vrouw, tussen twee mensen die ooit zeiden zoveel van elkaar te houden. Ergens ging er iets fout, en Ricardo ziet niet waar. Als lezer heb je enkele vermoedens, maar die kun je niet toetsen. Je ziet wel hoe Ricardo het eigenlijk alleen maar erger maakt en zijn vrouw nog meer wegduwt. Of de verklaring over het verschil in klasse tussen de volksvrouw Emilia en de bourgeois Ricardo echt wel zo relevant is, weet je eigenlijk niet. Of Ricardo’s falen als ‘echte man’ werkelijk zo onvermijdelijk was, weet je al evenmin. Gezien door de lens van zijn ogen zie je wel een steeds pijnlijker wordende fatale vervreemding. Je voelt de onmacht heel sterk en kunt niet anders dan de mislukkende communicatie te observeren.

De verwijzingen naar de wereld van de film zorgen voor enkele spiegels. Ricardo verwijt de filmindustrie een gebrek aan diepzinnigheid en waarheid. Hij strijdt over de juiste interpretatie van mythologische verhalen. Maar zelf raakt hij verstrikt in zijn eigen verhalen, zijn eigen waarheid. In de buurt van de zee of diep in de donkere rotsen brengen de wanen hem in contact met een werkelijkheid die hij graag zou willen. En zo weerspiegelt hij misschien wel een deel van de interpretatie van de Odyssee die hij zelf zo verfoeit.

Moravia beschrijft dit alles in een glasheldere stijl, vaak op de rand van de ironie. Er is geen alwetende verteller die van op een afstand duiding kan geven en de personages kan corrigeren. Het perspectief is enkel dat van Ricardo. En hoe meer hij zijn best doet om zo feilloos mogelijk te fileren wat er gebeurd kan zijn, hoe meer je als lezer begint te twijfelen aan de betrouwbaarheid van zijn waarneming. Door de stijl en de opbouw is het alsof de tragiek zich afspeelt in het licht (van de filmspots) en niet in een donkere kamer, en dat maakt de vervreemding nog intenser.

De minachting is een heel sterk boek, dat je – mee door de heel soepele vertaling – in zijn greep houdt. Het zegt veel over menselijke vervreemding en onmogelijkheid tot contact. Het laat iets zien over het falen van de liefde. Het toont dat als in een film die door één camera gemaakt is. Die camera probeert altijd verder in te zoomen op de veronderstelde gebeurtenissen en verliest daardoor steeds meer greep op de werkelijkheid. Of is dat maar ‘een’ werkelijkheid?

Geen opmerkingen: