09 juni 2012

Hoeveel vroeger


Hoeveel vroeger er is. Het zit al een tijdje in je hoofd, nadat iemand het je zei. Je werd eraan herinnerd. Aan wat je al wist. Waarschijnlijk.

Misschien is het de melancholie. Er is iets met de verhalen. Misschien is de herinnering aan het verlangen gemakkelijker dan het verlangen zelf. Iets als het horen met terugwerkende kracht dat je dezelfde herinnering deelt. En dus toen hetzelfde verlangen. Al zal het altijd toen zijn, nu het nu is.

Iemand zou je kunnen zeggen dat dat veilig is.

Misschien is het de tijd zelf. Dat je in het nu moet leven, in volle aandacht. Het is allemaal waar natuurlijk. Rust en geluk, ze zijn soms daar te vinden. Maar tegelijk kan er een grote behoefte zijn om verankerd te zijn in de tijd. Om toen steeds bij het nu te hebben. Als een warme jas. Beschreven met alle verhalen. Je bent gemaakt uit verhalen. En zo blijven ze minstens in je buurt. Ook al sluimeren ze, zwijgen ze, ze zorgen ervoor dat je het warm kunt hebben.

Misschien is het voor anderen anders, het zou kunnen. Maar je moet ze niet zoeken, de beelden van toen. Ze komen allemaal, voortdurend. Het is alsof je lichaam elke dag alle beelden en alle verhalen die erbij horen herschikt. Als iemand die voortdurend voor de boekenkast staat, en de boeken blijft bewegen. Soms komt er een bij, soms gaat er een weg, en elke dag verandert de volgorde. Maar de beweging stopt nooit. En dat gebeurt ergens in de nabijheid van je huid.

Iemand zou kunnen zeggen dat het angst is. Iets als pleinvrees voor het nu. Steeds proberen genoeg van toen in je handen te houden, zodat je nooit naakt midden op het plein van het nu zult komen te staan.

Misschien ben je een verzamelaar van herinneringen. Kun je ze verschuiven, voorzichtig, maar niet achter je laten. Misschien is er het besef dat er meer herinneringen achter je liggen dan dat er nog tijd voor je ligt. En ben je nooit helemaal klaar voor dat besef. Je kunt toen niet meer veranderen. Je zou jezelf nu kunnen wijsmaken dat je toen wist waar je naartoe ging, maar dat zou je zelf nooit geloven. Maar je kunt ze wel bewaren, als een kostbaar goed.

Misschien voorkomen kinderen soms dat je verdwaalt in de tijd. Zij zijn tijd. Zij zijn het middenveld van je leven. Ze breiden je huis uit. En het bouwen van die kamers is wat je doet. Ondanks alle twijfels en alle verlangens zorgen ze er soms ook voor dat je geen vragen moet stellen. Zij zijn het antwoord. En als ze er niet zijn, zijn alle vragen voor jou.

Iemand zou kunnen zeggen dat je dromen nodig hebt. Dat je alleen daar niet onhandig bent. Als een vorm van verliespreventie.

Misschien is het de troost die je zoekt. In de verhalen met het toen. Via toen verdwijnt de afstand in het nu. Het is dezelfde troost die boeken kunnen bieden.

Misschien is er twijfel. Als je toen zou geweest zijn wat je nu bent, als je toen die splinter van rust zou hebben gehad die je nu hebt, dan zou het anders geweest, wil je soms even denken. Dat de liefde anders zou geweest zijn. Om maar iets te zeggen. Al weet je dat het geen zin heeft. Je kon toen alleen zijn wie je toen kon zijn. Je had nog zoveel weg te gaan eer je zou zijn wie je nu bent. Misschien stond die tijd die nog moest komen tussen jou en de anderen. Het zou kunnen. Maar het kon alleen zo zijn.

Iemand zou kunnen zeggen dat je te hard bent. Dat je het veel verzamelt. Om zo steeds overal te zijn, en nergens te blijven. Terwijl je dat net zou willen. Misschien toch.

4 opmerkingen:

Uvi zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Uvi zei

Iemand zou kunnen zeggen dat het angst is.
Iets als pleinvrees voor het nu.

Al weet je dat het geen zin heeft.

...

"Al weet je dat je geen gezin hebt."

Dag Jan,

Lire c'est écrire.
Ik las dus even wat anders.

Verlangen is een gids naar 'Het Beloofde Land'.
Het NU is de reis onderweg.

Levenskunst is te reizen met wie je bent en met wat je bij hebt.

Vrees ik. Vermoed ik. Hoop ik.


Groeten van,
Un voyageur imaginaire
maar vooral van
een roerloze reiziger.


PS.
Dank u, reiziger in verhalen.

Weet je dat men vroeger, in de stille Kempen,
iemand die van winkel tot winkel trok, een reiziger noemde.

PS.
Vorige reactie verwijderd omwille
van tikfouten.

Uvi zei

Blijkbaar ben ik mijn moedertaal vergeten.
Zopas herinner ik me
dat ze dat in de Kempen 'ne voyageur' noemden.

Uvi

Jan Mertens zei

Dankjewel voor je mooie beschouwing Uvi. En, inderdaad, in de winkel van mijn ouders, in de Kempen dus, spraken we van een 'reiziger'.